CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2017

 

Raff: Sanges Frühling op. 98 (1855-1863) - Maria Stuart op. 172 (1872)

Noëmi Nadelmann (sopraan), Barbara Kozelj (mezzosopraan), Thomas Oliemans (bariton), Jan Schultsz (piano)

Divox CDX-20806/07-6 • 50' + 65' • (2 sacd's)

Opname: december 2011, Alte Kirche, Boswil (Zwitserland)

   

Het heeft de Schotse koningin Maria Stuart (ze 'regeerde' al vanuit de wieg vanaf 1542, tot 1567) niet meegezeten. Maar de vaak spectaculaire gebeurtenissen die haar leven grotendeels hebben bepaald heeft wel een groot aantal kunstenaars tot belangrijke werken op het gebied van de dicht- en romankunst, toneelwerken en muziek geïnspireerd. De postume aantrekkingskracht tot deze bijzondere dame werd nog eens versterkt door het roemloze einde dat haar in 1587 ten deel viel: de dood door het hakblok. Zelfs een literaire grootheid als Friedrich Schiller (1759-1805) kon en wilde er niet van afblijven: zijn gelijknamige toneeldrama wordt met name in Duitsland nog regelmatig op de planken gebracht. Of neem Gaetano Donizetti's opera Maria Stuarda op een libretto van Giuseppe Bardari, dat weer rechtstreeks is afgeleid van die door Schiller geschreven tragedie. Intriges, de strijd om de macht én de strijd om het hart, de meest 'dankbare' elementen van een willekeurig theaterstuk. Wat zeker ook tot de verbeelding sprak was dat zij wilde sterven met de kroon op haar gezalfde hoofd, een verzoek dat 'barmhartig' werd ingewilligd. Vreemd genoeg heeft Verdi, bepaald niet afkerig van koningsdrama's, het onderwerp laten liggen. Het zou ongetwijfeld een excellente opera hebben opgeleverd, met daarin een belangrijke rol voor de slinkse wijze waarop Maria Stuart uiteindelijk het onderspit moest delven.  
Maar niet alleen het theater 'ontdekte' Maria Stuart. Zeven liedcomponisten, waaronder niet de minste, die zich met verve aan het thema hebben gewaagd: Johann Zumsteeg (1760-1802), Carl Loewe (1796-1869), Joseph Joachim Raff (1822-1882), Robert Schumann (1810-1856), Edward Elgar (1857-1934), Horatio Parker (1863-1919) en zelfs Richard Wagner (1813-1883). Evident is dat de lotgevallen van deze manhaftige Schotse koningin ook het lied als inspiratiebron hebben gediend.

Evenmin goed bekend is de uit 30 liederen bestaande liedcyclus 'Sanges Frühling' die - evenals de complete Maria Stuart cyclus - voor het eerst op (sac)cd verschijnt. In dit opzicht dus wereldpremières. Waarom we er zolang op hebben moeten wachten weet ik werkelijk niet. Want geen enkel misverstand daarover, dit zijn prachtige liederen die de Zwitserse autodidactische Joachim Raff (1822-1882) aan het notenpapier heeft toevertrouwd. Mogelijk heeft het iets te maken met de neersabelende kritieken die hem tijdens zijn zéér werkzame leven ten deel vielen en die uiteraard bewaard zijn gebleven: 'Querkopf' (dwarskop), Vielschreiber' (veelschrijver) en 'Nörgler' (brombeer) waren zoal de kwalificaties. Maar weer anderen zagen in hem wel degelijk een van de grootste componisten van zijn tijd. Het is een nogal ambivalent beeld dat hieruit oprijst, maar een feit is wel dat het merendeel van zijn muziek uiteindelijk door de vergetelheid is opgeslokt. Hij componeerde maar liefst elf symfonieën (klik hier voor de recensie), meerdere orkestwerken (klik hier voor de recensie), zes opera's, pianoconcerten, koor- en pianostukken naast veel kamermuziek. Als componist was hij - zo blijkt - van veel markten thuis.
De oorspronkelijkheid blijkt doorgaans een lastig thema. Dat geldt ook voor zijn liederen, waarin we meer dan slechts wat flarden Mendelssohn en Liszt aantreffen. Edoch, van echte navolging is geen enkele sprake, het persoonlijk stempel is er wel degelijk. Zeker, we bevinden ons voortdurend in het laatromantische liedidioom, maar op zich houdt dat geen enkel negatief oordeel in. Ergo, wie schreef in die tijd eigenlijk niet zo? In Zwitserland, Duitsland, Oostenrijk, maar ook Nederland. Het was Arnold Schönberg die midden in die romantiek nogal hardhandig met een twaalftoonsbreekijzer inbrak, met de Tweede Weense School als de nieuwe wegbereider (de revolutie die dit teweegbracht is zelfs nu nog niet verstomd).

Voor de meesten van ons zal dit (merendeels) nieuwe muziek zijn. Dat maakt alles bijeen genomen deze nieuwe set extra waardevol, want dit is geen repertoire dat de weg naar veel liedzangers heeft gevonden.  Jammer alleen dat door het ontbreken van de liedteksten daaraan onnodig afbreuk wordt gedaan. Blijkbaar heeft hier het bezuinigingsspook rondgewaard, want anders valt dit niet goed te verklaren. Wie een cd koopt met daarop een liedprogramma verwacht dat de teksten keurig staan afgedrukt of dat - als 'narrow escape' - eventueel naar een link wordt verwezen om het desbetreffende (pdf)bestand te downloaden. Gelukkig was pianist Jan Schultsz zo vriendelijk voor mij aan de slag te gaan en bezorgde mij twee relevante links: http://www.lieder.net/lieder/assemble_texts.html?SongCycleId=133 (Maria Stuart) en http://www.lieder.net/lieder/assemble_texts.html?SongCycleId=1034 (Sanges Frühling).

Veel lof voor deze uitvoeringen, met slechts weinig kanttekeningen en dan nog in de marge. Zoals vrijwel alle liedcycli en zeker in dit laatromantische repertoire vormen Raffs ‘Sanges Frühling' en ‘Maria Stuart' een lastige opgave voor zowel de vocalisten als de pianist. Maar alles afwegende geef ik toch enigszins de voorkeur aan de expressieve ‘tekstdichtheid' van Thomas Oliemans (hij is werkelijk in topvorm) en Barbara Kozelj boven die van Noëmi Nadelmann die zwakke momenten kent (zoals in Blätter und Lieder, op. 98 nr. 4). Al moet ik er gelijk bij vermelden dat Raff soms meer op de tekst dan op stemomvang lijkt te hebben gelet. Schultsz ontpopt zich als een begeleider pur sang.
Het moet gezegd dat het (kunst)lied staat of valt met vocalistiek, tekstverbeelding en begeleiding. Dat zijn de drie componenten waar geen enkel licht tussen zit. Dan is er zoiets als opbouw: het profileren van een recital langs vooraf uitgezette lijnen aan de hand van de expressieve inhoud van de liederen. Dat geldt voor liedcycli niet of in veel mindere mate omdat de componist dit veldwerk reeds heeft verricht.
Een ander belangrijk punt is dat de gelaagdheid van tekst en muziek niet om de voorrang moet strijden en qua voordracht in de juiste balans dient te zijn. Wie dat niet goed aanvoelt wordt nooit een goede liedzanger(es). Vocale schoonheid staat niet op zichzelf, is geen esthetisch eiland, terwijl de uitbeelding van tekst en muziek wel degelijk in relatie staat tot de vocale kwaliteiten. De 'begeleider' (ik vind het in het lieddomein eigenlijk een onhanteerbaar begrip, een onmogelijk woord) moet een bijzonder fijn gevoel hebben (ontwikkeld) voor zijn rol binnen de door de componist aangegeven vocale kaders: moet hij meer prominent zijn, het voortouw nemen, of juist niet? Ik roep de bekende uitspraak van Gerald Moore in gedachten: 'Am I too loud?' Aanduidingen als forte en piano, zelfs fraseringsbogen zijn echt niet de sleutels die alle deuren zomaar doen openen. En vaak zit de inhoud van het lied al in de ‘begeleiding'. Voor alles geldt dat emoties overtuigend worden overgebracht, ook als het 'slechts' om nuances gaat. Daarom mag alles bijeen genomen van twee zeer geslaagde recitals worden gesproken. De surround-opname werd vastgelegd in 24bit, 96kHz. Het resultaat mag er zijn: het klinkt meer dan voortreffelijk: ruimtelijk maar goed gedefinieerd. Trouwens, ook in gewoon stereo is dit een bijzonder goed geslaagde opname.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links