CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2006

 

Rachmaninov: Pianosonate nr. 2 in bes, op. 36- Préludes op. 3 nr. 2 - op. 23 - op. 32 (compl.).

Marietta Petkova (piano).

Challenge Classics CC72168 • 61'+ 42' • (2 cd's)

Live-opname: Lausanne, mei 2002; Rotterdam, april 2005

www.challenge.nl


Sergej Vassiljevitsj Rachmaninov (1873-1943) was niet alleen een groot componist, maar ook een uitmuntende pianist. Misschien doet dat begrip, 'uitmuntend', deze grootmeester van de muzikale Romantiek wel enigszins tekort, want wie zijn vele, inmiddels ook digitaal geconserveerde, opnamen kent, weet dat zijn spel iets ondefinieerbaars had, waarbij we ons bewust worden van een fluïdum dat weliswaar niet kan worden aangeduid, maar er wel degelijk is. Het belangrijkste staat niet in de noten, om Gustav Mahler hier te parafraseren, maar deze inmiddels tot op de draad versleten platitude wordt springlevend als we naar het spel van Rachmaninov luisteren. Het is een ándere wereld dan die - om me tot de niet al te oude opnamen te beperken - door een Svjatoslav Richter, Vladimir Horowitz of Vladimir Ashkenazy wordt opgeroepen. Kán worden opgeroepen? De al even romantisch georiënteerde klavierleeuw Horowitz komt er dan naar mijn smaak nog het dichtstbij en staat Ashkenazy (ook een grote Rachmaninov-vertolker!) er het verst vanaf.

Nee, het is zeker niet zo dat de componist de beste uitvoerder van zijn werk is. Er zijn voorbeelden te over dat dit niet zo is. Sterker nog, je zou Rachmaninov een van de weinige uitzondering kunnen noemen. Vreemd is dat toch met muziek. Het is technisch mogelijk om iedere nuance in het spel te bestuderen, daarvan desnoods een volstrekt getrouwe kopie te maken (de Aziaten hadden in het begin van de jaren tachtig daarop bijna een patent...), maar toch klinkt het anders. Terwijl het niet altijd eenvoudig is om aan te geven waarom die ene vertolker in dit of dat werk de voorkeur boven de andere geniet. Er spelen subjectieve aspecten mee, zoveel is wel zeker.

Zeker, Rachmaninov gebruikte bepaalde 'trucjes' in zijn spel. Hij 'schmierde' ook, gebruikte wat ik dan maar het 'klavierportamento' noem en wist als geen ander het pedaalgebruik te 'romantiseren'. Tempi waren onder zijn handen altijd flexibel, hij hield van accelerandi en rubati, maar paste dergelijke 'technieken' met grote finesse toe. Je zou kunnen zeggen dat hij in staat was om wat spontaan in zijn geest opwelde, direct in zijn spel te verdisconteren. De partituur (die hij nota bene zelf geschreven had) kreeg daardoor een - hoe zal ik het noemen - improvisatorisch karakter, alsof hij tijdens de uitvoering gewoon dóórcomponeerde. Terwijl anderzijds zijn inzicht in de grote klassieken en zijn eminente rol als begeleider in kamermuziek groot respect afdwingen.

Marietta Petkova heeft ook iets van die eigenschappen van Rachmaninov (op zijn minst zal zij toch grote handen moeten hebben...). Nee, zij kan zich niet rechtstreeks meten met de pianospelende componist, maar het publiek kan zich wel spiegelen aan het speltype dat Rachmaninov in zijn opnamen in herinnering roept. De toehoorders in de Rotterdamse Doelen moeten dat - bewust of onbewust - gemerkt hebben, want op 20 april van het vorig jaar waren zij volkomen in de ban van Petkova's visie op de Tweede sonate. Om na afloop de tent bijna af te breken. Je hoeft geen rot in het vak of musicoloog te zijn om gewoon te 'voelen' dat er iets gebeurt dat belangrijk, indrukwekkend, ontroerend, verbluffend is. Misschien mag ik er dan ook aan toevoegen dat veel bekender namen (coryfeeën als Pollini, Brendel, Uchida en Pires) echt niet altijd een 'superavond' bieden, met zelfs behoorlijk teleurstellend spel, om welke reden dan ook. Maar het komt ook voor dat een matige prestatie in de studio door een live-concert glansrijk wordt verslagen (Pollini met Beethovens Diabelli-variaties, naar ik mij herinner tijdens de Festspiele in Luzern, een uitvoering die vér boven zijn 'voorzichtige' DG-opname uitsteeg).

Van die bijzondere gebeurtenis in Rotterdam is nu de opname verschenen en - eerlijk gezegd! - begon ik er met enige angst en beven aan omdat het mij al zo vaak is overkomen dat een opgenomen 'briljant concert' bij nader inzien, rustig op de bank met een goed glas, helemaal niet zo 'briljant' bleek te zijn geweest. Op de een of andere manier wordt een concertbezoeker in zijn beoordeling toch enigszins meegesleept door de entourage die bij zo'n concert hoort. In dit geval bracht deze cd mij een van de beste uitvoeringen van de Tweede sonate. De in Lausanne gespeelde Préludes op. 23, 32 (en natuurlijk de beroemde Prélude in cis, op. 3 nr. 2!) heb ik in mei 2002 natuurlijk niet gehoord, maar zij overrompelen niet minder dan de Sonate.

Technische barrières bestaan niet, althans niet voor Petkova. Een veeleisende concertpianist componeerde veeleisende pianomuziek, zowel in puur technisch (een kwestie van hard studeren, nietwaar...) als in muzikaal-intellectueel opzicht. Wat dat laatste betreft gaat het vooral om het schier oneindige potentieel aan hoofd- en bijstemmen, de minutieuze samenwerking tussen melodie en harmonie, het uitgesproken meerstemmig karakter van deze muziek en de dynamische bouwstenen die voor een grootse vertolking onontbeerlijk zijn. Daaruit wordt ook dat rijke palet aan klankkleuren opgebouwd, en dit alles in een meestal hondsmoeilijke zetting. Deze toch vooral emotionele muziek juicht, schittert, explodeert, maar laveert ook op het minuscule grensvlak tussen melancholie en pathos. Wiegende pianissimi worden gevolgd door bulderende toonladders en akkoorden, expressieve ritardandi monden uit in een regelrechte wervelwind. In luttele seconden bevindt de luisteraar zich in een andere wereld of geraakt van een bijna volkomen leegte in instrumentaal-schitterende euforie.

Deze Bulgaarse 'dichter en strijder aan het klavier' woont alweer zo'n zestien jaar in ons land, waar ze door de pianodocent Jan Wijn naar de hoogste trappen werd begeleid. Vanuit Almere onderneemt ze concerttournees in Nederland en daarbuiten en haar succes is haar verdiende loon. Petkova is geen 'ster' in de minder gunstige betekenis van het woord, maar een bescheiden doorzetter met een grote persoonlijke uitstraling, die in staat blijkt om bijna onder de huid van Rachmaninovs muziek te kruipen.

Petkova's prestatie wint nog meer aan kracht als we beseffen dat het hier om 'live'-opnamen gaat, die achteraf niet zijn platgewalst door de vijand van prachtige muziek: de editing op de vierkante nanometer, een onhebbelijkheid die muziek zo plat kan maken als een dubbeltje en waaruit de spanning is weggeëbd. Het 'cosmeticeren' van kleine oneffenheden die in the heat of the moment optreden, onderbreekt de muzikale lijn en staat een grandioze luisterervaring al snel in de weg. Maar het blijft gewoon roepen in de woestijn, dit onzalige proces valt met geen mogelijkheid nog te stoppen.

De opnamen mogen dan 'live' zijn, ze zijn met grote zorg en liefde voor het vak gemaakt, en dát hoor je. Incidentele bijgeluiden van de bespeelde vleugels en het publiek vond ik niet storend, maar juist sfeerverhogend. De beide gebruikte instrumenten (zo te horen waren het Steinways) staan bijna levensecht in de kamer en met de cd's afgespeeld op een stevig volume lijkt het erop dat Petkova gewoon thuis muzikaal te gast is. Wie dan ook nog noten kan lezen, wacht met de partituur op schoot een ware ontdekkingsreis die niet lang genoeg kan duren...


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links