CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2019

Alfred Deller - The Voice of Purcell

Purcell: The Fairy-Queen (1972) - King Arthur (1978) - The Masque of Cupid and Bacchus (uit Timon of Athens) (1972) - The Indian Queen (1976) - Music for a while (1979) - O Solitude (Chants & Anthems) (1977)

Alfred Deller (countertenor), Deller Consort & Choir, The King's Music
Harmonia Mundi HMX 2904000.06 (7 cd's)
Opname: All Saints Church, Boughton Alup, Kent; Notre Dame des Anges, Lurs

   

Alfred Deller 1979-2019, legendary recordings remastered from the original tapes belooft de sticker op het verpakkingscellofaan en inderdaad, dat is precies wat het is. Ik heb nog een aantal lp's van de legendarische Britse countertenor en zijn consort in de kast staan en kon dus gemakkelijk vergelijken. Geen twijfel mogelijk: de cd's klinken beduidend beter dan de lp's (eerdere cd-releases met dit programma bezit ik helaas niet en dus moet ik die buiten beschouwing laten), met meer gloed, meer dynamiek en misschien nog wel het belangrijkste: geen vervorming, ook niet dicht bij de uitloopgroef, en geen plaatruis (terwijl een lp bovendien nog wordt ontsierd door tikken, spetters en incidenteel ook nog enige sleepruis). Ik draag de vinylenthousiasten een warm hart toe en ik heb zeker begrip voor hun afkeer van de digitale techniek, maar ik geef toch de voorkeur aan de cd boven de lp als geluidsdrager. De ruis die er nog is valt akoestisch volkomen in het niet en is afkomstig van de analoge geluidsbanden.

Natuurlijk zijn deze opnamen al eerder op cd verschenen, in wisselende samenstelling. Zo bracht Harmonia Mundi in 2004 een box met vier cd's uit onder de titel Alfred Deller - Portrait of a Legend (o.a. te vinden op Spotify). Waarbij het zeker meer dan de moeite waard is om de ontwikkeling van Dellers interpretatiekunst te volgen op een of meerdere muziekstreamingdiensten en uiteraard op YouTube. Want Deller heef zowel met als zonder zijn Deller Consort door de jaren heen voor een groot aantal labels veel opnamen gemaakt. Een vrijwel volledig overzicht daarvan vindt u hier.

 
 

Bernard Coutaz

Harmonia Mundi
De samenwerking tussen Alfred Deller (1912-1979) en het Franse label Harmonia Mundi begon pas in 1967. Deller en zijn consort gaven in de zomer van dat jaar een concert in Avignon, niet ver van de woonplaats van Bernard Coutaz (1922-2010), in 1958 de oprichter van Harmonia Mundi. Voor Coutaz bleek dit concert een ware openbaring. Zozeer zelfs dat hij Deller na afloop in zijn kleedkamer opzocht. Er ontwikkelde zich een geanimeerd gesprek dat uitmondde in een spontaan bezoek aan Courtaz' boerderij in Saint-Michel, samen met de leden van het Deller Consort. Er werden her en der meerdere auto´s georganiseerd, waarna het gehele gezelschap op weg ging naar de boerderij. Daar werden de tafels gedekt en een meer dan ruime voorraad brood, wijn en kaas aangerukt. Tot in de vroege morgenuren speelde er zich een waar feest af. Tussen de uitermate vrolijke bedrijven door lanceerde Coutaz bij Deller het plan om voor Harmonia Mundi opnamen te gaan maken. Of Deller toen wel of niet enigszins beneveld was vertelt het verhaal niet, maar de Brit stemde daarin spontaan toe. Maar hij moet nuchter genoeg zijn geweest om Coutaz een nogal aparte constructie voor te stellen: een label binnen een label. Deller Records zou dan gaan fungeren als onlosmakelijk onderdeel van Harmonia Mundi, met Deller als zijn artistiek manager en Coutaz als de man die de commerciële kant moest bestieren. Aldus werd de basis gelegd voor wat zou uitgroeien tot een van de meest succesvolle Franse labels, een ontwikkeling die zich tot de huidige dag heeft voortgezet.

 
 

Alfred Deller

'England's very own voice'
Het succes is Deller vanaf het prille begin nooit naar het hoofd gestegen. Zijn bescheidenheid was net zo legendarisch, hoewel weinigen zullen hebben beseft dat hij regelmatig last had van depressies en twijfels aan eigen kunnen. Tot aan zijn dood in 1979 bleef hij trouw aan Courtaz en Harmonia Mundi.

Coutaz op zijn beurt heeft er meer dan een decennium lang alles aan gedaan om Deller, ‘England's very own voice' en zijn ensemble bij met name het Franse publiek te introduceren. Dat moet geen geringe opgave zijn geweest: zeker in de jaren zeventig was de countertenor in Frankrijk nog steeds een vrij onbekend fenomeen en de muziek van de Renaissance en (vroege) Barok bovendien verre van populair. Vandaar dat Coutaz de nodige initiatieven nam om daarin verandering te brengen. Niet alleen door het uitbrengen van grammofoonplaten, maar ook door bijvoorbeeld een voor het publiek toegankelijke zomercursus in het Franse dorpje Luberon, waaraan werd deelgenomen door toen al bekende dirigenten en zangers, waaronder René Jacobs, Philippe Herreweghe en Dominique Visse.

Intuïtie
Deller beschikte over een heel bijzondere mannelijke en karaktervolle altstem die uitblonk in puurheid, souplesse en perfectie. Maar er was meer, zoals de wijze waarop hij fraseerde, met een zekere mate van vrijheid die deed vermoeden dat het zijn intuïtie was die mede vorm gaf aan het door hem uitgezette discours. Om dan als luisteraar vervolgens tot de ontdekking te komen dat Deller het notenschrift wel degelijk op de voet volgde. Het zijn allemaal aspecten die het bewijs leveren voor Dellers unieke zangkunst. Een kunst ook die zich bij uitstek leende voor de vocale muziek uit de periode van de Tudors, de Jacobijnen en de (vroege) . Kortom Engelse muziek uit de Renaissance en (vroege) Barok, het genre waarin Deller niet alleen zijn hoogste troeven uitspeelde, maar waarin hij ook een schoolvoorbeeld was voor zijn tijdgenoten en de generatie na hem, met in de voorste gelederen Paul Esswood, Michael Chance, Andreas Scholl en René Jacobs. Waarbij het tekenend is dat veel zangers in dit repertoire tevens als dirigent naam maakten. En dan te bedenken dat Deller het zichzelf allemaal had bijgebracht: lessen in dit repertoire heeft hij nooit gevolgd.

Natuurlijk was het niet zo dat toen Deller in 1967 met Harmonia Mundi in zee ging, hij nog niet eerder grammofoonplaatopnamen had gemaakt. Zijn eerste opnamen dateren zelfs al uit 1949, voor His Master Voice.Zijn laatste, Purcells 'Music for a while', dateert uit 1979, voor Harmonia Mundi, gemaakt kort voor zijn dood.

Beeldend
De namen van de componisten spreken voor zich: Dowland, Purcell, Tallis, Jenkins, Locke, Wilbye, Byrd, Morley, Blow, Shakespeare, (Orlando) Gibbons, Weelkes, Tomkins, maar ook Machaut, Couperin, Gesualdo, Monteverdi, Pergolesi, Bach, Buxtehude, Händel, Le Jeune en gregoriaans, met uitstapjes naar Haydn, Schumann, Schubert en Britten. En daarmee is het overzicht nog bij lange na niet compleet. Zeker vermeldenswaard is ook zijn grote affiniteit met de zo typisch Engelse volksliedjes: daarin ontpopte Deller zich als een uitermate beeldende verhalenverteller met een betoverende, intieme uitstraling.

‘The Voice of Purcell'
De door Harmonia Mundi opnieuw uitgebrachte opnamen dateren uit de periode 1972-1979 en behoren daardoor zonder uitzondering tot de nadagen van Dellers vocale kunst. Wie teruggrijpt naar zijn opnamen tot medio de jaren zestig hoort een duidelijk lichtere stem met een iets minder laag bereik dan later in zijn carrière (zijn stem werd dieper, donkerder). Opvallend is ook dat aan het begin van de jaren zeventig zijn stem enigszins aan souplesse heeft ingeboet, wat niet wegneemt dat hij tot aan het einde blijk geeft van een onnavolgbare tekstbeleving en uitdrukkingskracht. Dat kennen we ook van meer grote zangers: de stemkwaliteiten nemen met de tijd weliswaar af, maar kennis en ervaring blijven onaangetast. Dat is ook het beeld van ‘The Voice of Purcell', de treffende titel van dit album. De ‘voice' die tot het laatst actief bleef, ondanks de hartproblemen die hem van het midden van de jaren zeventig in toenemende mate ook in zijn kunst hinderden. Dat hart werd hem ook fataal: Deller overleed op 16 juli 1979 in Bologna aan een hartaanval.

Wat is gebleven is meer dan ‘Music for a while'. De Engelse componist Michael Tippett hoorde Deller voor het eerst in dit werk van Purcell in de kathedraal van Canterbury in 1942. Hij werd er dusdanig door ontroerd dat hij besloot om het door hem georganiseerde Oudejaarsavondconcert van 1944 rond Deller te programmeren. Aldus maakte de dan 32-jarige Deller officieel zijn debuut in Purcells ‘Hail! Bright Caecilia'. Het was niet toevallig ook Tippett die in het in memoriam schreef: ‘A poignant emotion indeed, to be comforted in the moment of grief by the man himself, though already passed out of life. The voice, as always, had its own inviolable purity. It sounded so gentle, so alone, as to be almost frail. But a frailty, certainly a purity, that is also a strength; some quintessence, surely, of our great and mutual art.'

Het cd-boekje is wel erg mager uitgevallen. Wel enige sprekende foto's, een niet al te uitgebreide toelichting van respectievelijk Bernard Coutaz en Dominique Visse en een tijdtafel, maar geen inzicht in de libretti en overige gezongen teksten. Maar de hoofdzaak is uiteraard de muziek en de op deze cd's gedemonstreerde ensembletechniek. Beide zijn van het hoogst denkbare niveau. Purcell, uitgevoerd zoals niemand anders dat toen kon.

___________________
Biografie:
1. Michael en Mollie Hardwick: Alfred Deller, a singularity of voice (Proteus, Londen 1980)
2. Jean-Luc Tingaud: Alfred Deller, le contre-ténor (Parijs 1996)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links