CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2020

Prokofjev: Pianosonate nr. 6 in A, op. 82 - nr. 7 in Bes, op. 83 - nr. 8 in Bes, op. 84

Steven Osborne (piano)
Hyperion CDA68298 • 75' •
Opname: februari 2019, St Silas the Martyr, Kentish Town, Londen

 

Je hoeft geen Alexander Melnikov te zijn om Prokofjevs pianowerken het volle pond te geven. De Britse pianist Steven Osborne bewijst het. Zijn vertolking van deze drie pianosonates is in een woord overrompelend. En evenals Melnikov houdt hij zich strikt aan de partituur. Maar wie mocht denken dat ‘Partiturtreue' niets anders betekent dan een keurige weergave zal van de ene in de andere verrassing vallen. Ik moest aan een bekende uitspraak van Svjatoslav Richter denken: “Ik speel gewoon wat er staat,” placht hij te zeggen als hem naar het bijzondere van zijn kunst werd gevraagd. Tsja...

Dus wat betekent die getrouwheid aan die partituur eigenlijk? In de meest algemene termen: dat alles klopt, maar dat desondanks wel degelijk ruimte is voor een eigen visie. Zou dat laatste ontbreken? Dan zou er geen onderscheid meer zijn. Het is het geheim van de smid. Zonder dat geheim resteert slechts de realiteit van het epigonisme.

Osborne is in deze ‘oorlogssonates' volledig in zijn element. Iedere maat is ervan doordesemd. Zozeer zelfs dat ik zijn verbijsterend geraffineerde en tot in het kleinste detail fijngeslepen techniek tijdens het luisteren volkomen vergat: in het licht van deze grandioze interpretaties had het blijkbaar iets vanzelfsprekends aangenomen, alsof het er totaal niet toedeed. Terwijl het uiteraard precies het omgekeerde is: het is immers de volmaakte techniek die een interpretatie van dit kaliber pas mogelijk maakt.

Deze sonates behoren tot het echt lastige repertoire. Niet alleen in technisch, maar ook in interpretatief opzicht. Bovendien gebeurt er in bijkans iedere maat zoveel dat het de luisteraar wel moet doen duizelen, laat staan wat dit voor de pianist betekent. En dan te bedenken dat Prokofjev anders dan bijvoorbeeld zijn tijdgenoot Sjostakovitsj uiterst economisch met het compositorisch materiaal omging, hij geen noot teveel neerschreef en voortdurend op zoek lijkt te zijn geweest naar een uitdagende vorm van expressieve distinctie in zowel de rechter- als de linkerhand. Een distinctie overigens die – zoals in het openingsdeel van de Zevende sonate - de grootse gevoelsontladingen geen moment in de weg staat en waarbij de dissonanten je letterlijk om de oren vliegen. Het is ook Prokofjev die niet meer nodig had dan een handvol motiefjes om er een compleet deel uit te destilleren (zoals ook zijn grote voorganger Beethoven dat zo fenomenaal wist klaar te spelen). Het wordt al aan het begin van dit recital glashelder dat het narratieve karakter van deze muziek bij Steven Osborne in de best denkbare handen is. Met dit spel kon sowieso de gedachte overboord worden gezet dat het toch echt een Rus moet zijn om deze stukken tot hun ware glorie te promoveren. Ik heb er zelfs geen seconde aan gedacht dat het een Brit is die dit grootse huzarenstukje levert.

Maar Osborne blijkt ook de grote lyricus te zijn die de meest 'objectieve' majesteitelijke klanken weet te verbinden met warm getinte dichterlijke ontboezemingen en die net zo mededeelzaam en zonder epaterende krachtpatserij de diep gelaagde emoties in deze muziek voor de luisteraar openbaart. Zoals Osborne ook haarscherp duidelijk maakt dat deze pianowerken zijn gecomponeerd door een volbloedige pianist van het kaliber Rachmaninov en dat Prokofjev als vroeg ‘enfant terrible' ook in deze door roeien en ruiten gaande, latere sonates onmiskenbaar present is (denk maar aan de roemruchte Études op. 2 en de Toccata op. 11 uit zijn vroege periode).

Osborne komt mij voor als een van de weinige ideale vertolkers van deze 'oorlogssonates', gecomponeerd in de wel zeer donkere oorlogsjaren 1940-1944, een periode die nog lang daarna diepe sporen in het land heeft achtergelaten. Niets wordt afgevijld of opgepoetst, het affect en niet het effect is de leidende factor, 'verpakt' in pianistische gestiek van grote allure. Kortom, geen twijfel mogelijk. De drie sonates werden in drie dagen opgenomen. Dat lukt alleen degene die tot in de puntjes is voorbereid.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links