CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2017

 

Poulenc: Concert voor twee piano's en orkest

Saint-Saëns: Le carnaval des animaux

Say: Night

Lucas & Arthur Jussen (piano), Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Stéphane Denève

DG 481507100289 • 53' •

Opname: juni 2016, Concertgebouw, Amsterdam

   

De broertjes Jussen zijn al lang en breed de broers Jussen geworden. Eens betiteld als wonderkinderen (wat ze zelf gelukkig nooit vonden) en nu gewoon meer dan uitstekende musici. Zo gaan ze door het leven, van Eindhoven tot Bangkok. Overal treden ze op en met groot succes. Vier handen op één buik? Nee, zeker niet. Dat maakt hun spel als duo juist zo interessant. Maar ook in hun afzonderlijke optredens staan ze hun mannetje. Dat er iets overdreven commercieels kleeft aan de begeleiding door hun platenmaatschappij valt niet te ontkennen. Het regent zo langzamerhand foto's, interviews en reclame-uitingen. Trouwens, zelf zijn de eersten om dat ook te bevestigen. De cd-cover van hun laatste studio-opnaze me onderstreept dat nog eens dubbel en dwars. Arthur verdedigt zich met de veel gehoorde stelling dat klassieke muziek nog maar nauwelijks jongeren trekt. “Als men zich met onze foto's kan identificeren of er tenminste over praat helpt dat misschien om jongeren te trekken. Dat wilden we hiermee bereiken en zo hebben we het geprobeerd.” De tijd zal het leren. Ik denk niet dat het zo werkt, zoals cross-over ook niet helpt om Mahlers Zevende of Sjostakovitsj Elfde te omarmen. Een feit is ook dat de broers zich althans in de studio nog alleen maar hebben ingelaten met ‘veilig' repertoire. Maar buiten de studio durven ze het echte avontuur wel aan. Zo spelen ze op het komende Holland Festival ‘Mantra' van Karlheinz Stockhausen, een werk van rond de 70 minuten. Het zal een hele toer worden om dit alleen al technisch goed in de vingers te krijgen. En dan moet de interpretatie nog beginnen...

Voorlopig blijft het in de studio echter bij het ‘ijzeren' repertoire. Daar maakt hun nieuwste cd geen uitzondering op, al valt er wel een nagelnieuw werk op te ontdekken: het tien minuten durende ‘Night' van de in zijn vaderland verguisde Turkse componist Fazil Say (hij is tegen Erdogan en steekt dat niet onder stoelen of banken; en dan weet u het wel). Speciaal voor hen geschreven. De Jussens behoren tot zijn wereldwijd verspreide bewonderaars. Ze mochten het stuk tijdens een concert in Ankara niet op het officiële programma zetten, maar speelden het wel als toegift. Volgens Arthur explodeerde de zaal bijna toen het werd aangekondigd. Het duurde zelfs enige minuten tot het stil genoeg was om het te kunnen spelen.

Poulencs Concert voor twee piano's spelen de Jussens al heel lang en ze voerden het werk overal uit. In het cd-boekje doen ze uit de doeken dat dirigent Stéphane Denève hen jaren terug in Shanghai op het vestje spuwde: hij had wel en zij hadden niet de foute noten in dat Concert ontdekt. Het was volgens hen tevens een duchtig lesje in nederigheid: blijf altijd kritisch, neem niets als vanzelfsprekend aan.
Poulenc wist beter dan wie ook het publiek te bespelen. Zo kon hij ook componeren: epaterend, ietwat behaagziek, virtuoos, maar ook kleurrijk en geraffineerd, met een fijn ontwikkeld gevoel voor instrumentatie en orkestratie. Anders dan in het echte leven hield de vaak sombere Poulenc in veel van zijn composities aardig de schijn op. Ook zijn Dubbelconcert getuigt van weinig diepgang, maar het is wel een heerlijk werk om gewoon naar te luisteren, laat staan uit te voeren. Zo spelen de Jussens het ook: buitengewoon spiritueel, met een stevige dosis muzikale humor en met een stevige knipoog naar het parodistisch karakter ervan, in een vlammend betoog en met een bijna improvisatorische vrijheid die zeer aanstekelijk werkt; en niet in de laatste plaats op het orkest dat daarin lijkt te worden meegezogen. Wat niet wegneemt dat ook de gesuggereerde ‘nachtmuziek' onder hun handen uitstekend uit de verf komt. Niet alleen Poulenc nam de zwelgende romantiek stevig op de hak, maar ook deze beide inmiddels door alle wol geverfde pianisten, met Denève en het Koninklijk Concertgebouworkest als meer dan slechts trouwe volgers. Het spettert en fonkelt dat het een lieve lust is. En in Saint-Saëns' Dierencarnaval? Het levert een betoverend mix op van twee verbeeldingsvolle en technisch tot de tanden gewapende pianisten en een subliem orkestapparaat onder een dirigent die deze partituur tot in het kleinste detail beheerst. Geen maniertjes, geen fratsen, maar puur muziek maken. Joie de vivre in optima forma! Zelfs de lompe olifant en de statige zwaan konden daaraan niets veranderen. Daarom des te jammer dat er geen toegift vanaf kon, want er was voldoende ruimte voor geweest.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links