CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2010

 

 

Pécou: Symphonie du Jaguar (2002) - Vague de pierre (2007).

Ensemble Zellig o.l.v. François-Xavier Roth (Symphonie), Orchestre Philharmonique de Radio France o.l.v. Jonathan Stockhammer.

Harmonia Mundi HMC 905267 • 71' •

 

 


De Franse componist Thierry Pécou (1965) probeert het op een andere manier: geen serialisme of postserialisme, geen postmodernisme maar een nieuw soort muziekesthetiek die zijn inspiratie ver buiten Europa vindt, zoals in het pre-columbiaanse Amerika en de Amerikaans-Indiaanse cultuur. Helemaal nieuw is dat natuurlijk niet. Zo heeft de Argentijnse componist Alberto Ginastera uit dezelfde bronnen geput, maar gezegd moet worden dat Pécou er ook nog in is geslaagd die exotische beelden uit onder andere Mexico te vermengen met de contemplatieve rust van de tibetaanse religie. Om het enigszins concreet voor te stellen: in de muziek van Pécou weet de dalai lama zich in deze twee stukken omgeven door schitterende Mexicaanse mozaiëken. En het moet worden gezegd, het wringt echt nergens.

Dit zijn klankmineralen die vanuit een bijna onaantastbare organische opbouw het oneindige lijken op te roepen. Er ontstaat eigenlijk niets, waardoor er ook niets verloren gaat, het heeft alles van 'ewige gestaltung', het zweeft en het tendeert naar het metafysische. Zelfs in de ostinati in de Symphonie du Jaguar (voor klarinet, trombone, viool, cello, vijf vrouwenstemmen en orkest) lijkt de herhaling deel uit te maken van een model dat de logica naar het tweede plan verwijst. De aandacht richt zich vooral op het raffinement van het klankweefsel dat als het ware onaantastbaar in de ruimte staat, zich intellectueel noch emotioneel laat interpreteren. Het verglijdt als in een droom, en als we wakker worden weten we niet wat we nu precies hebben gedroomd. Tegelijkertijd is deze muziek bijzonder krachtig, zo krachtig zelfs dat de stilte er deel van uitmaakt.

Vague de pierre is weliswaar gecomponeerd voor groot symfonieorkest, maar afgezien van enige forse climaxen is de gelaagdheid toch de meest in het oor springende eigenschap van deze muziek. Het bloed stroomt in alle richtingen (en dus per saldo in geen enkele richting!), maar na het gewichtloze, onaanraakbare en visionaire blijft de droesem achter, als bewijs of getuigenis van wat eerder is geweest of zich elders heeft afgespeeld.

 
  Thierry Pécou in 2007 (foto © Christophe Alary)

Pécou componeert niet op basis van het toeval (aleatoriek) noch zoekt hij het in een afgeronde concept dat zich met gebruikmaking van kernpunten (piketpaaltjes) laat variëren of herhalen. Er gebeurt zoveel in deze muziek dat je uiteindelijk misschien met het gevoel blijft zitten dat er vrijwel niets is gebeurd. Fascinerend, maar tot een Nieuwe School zal het mijns inziens niet leiden.

De uitvoerenden zetten zich er volledig voor in, geloven ook in Pécou's nieuwe klanktaal. Zeker voor de orkestmusici zal dit geen geringe opgave zijn geweest want veel houvast biedt de partituur niet. Sterker nog, de polyritmiek bij Stravinsky lijkt nu ineens minder ingewikkeld dan het diachrone raderwerk bij Pécou.

De in 2007 (Vague) en 2009 (Jaguar) door Radio France gemaakte opnamen zijn warm maar uitstekend gedetailleerd. Er zullen best wel veel microfoons zijn gebruikt, maar dat is dan op een zeer smaakvolle manier gedaan. Er is trouwens nog een Harmonia Mundi-uitgave met muziek van Pécou: L'Oiseau innumérable, met de pianist Alexandre Tharaud en het Ensemble Orchestral de Paris onder leiding van Andrea Quinn. (HMC 901974).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links