CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2016

 

Pärt: Kanon Pokajanen

Cappella Amsterdam o.l.v. Daniel Reuss

Harmonia Mundi HMC 905274 • 60' •

Opname: september 2015, Waalse Kerk, Amsterdam

   

Arvo Pärt (Paide, Estland, 1935) woont al jaren in Duitsland en werd op 10 december 2011 door de toenmalige paus Benedictus XVI voor vijf jaar benoemd tot lid van de Pauselijke Raad voor de Cultuur. Deze Raad was ingesteld door het Tweede Vaticaans Concilie en functioneert als onderdeel van de Romeinse Curie. Katholieker kun je het dus niet maken. Of het voor Pärt ook in die mate geldt weet ik niet, maar het zwaartepunt van de Raad ligt duidelijk bij het 'Gaudium et Spes':

Mogen de gelovigen [daarom] in zeer nauwe verbondenheid met de andere mensen van hun tijd leven en mogen zij trachten om zo goed mogelijk het denken en handelen van die anderen te begrijpen, zoals dat wordt uitgedrukt door hun cultuur. Laat hen zich inzetten, om de nieuwste wetenschappelijke theorieën te laten samenvloeien met de recentste ontdekkingen op het gebied van christelijke moraliteit en christelijke doctrine, opdat hun religieuze cultuur en moraliteit in de pas blijft met de zich steeds verder ontwikkelende wetenschappelijke inzichten en met de technologische vooruitgang. Zodat ze in staat zijn om alle dingen in een waarlijk christelijke geest te duiden en te beoordelen.

Pärt behoort tot de twintigste- en inmiddels eenentwintigste-eeuwse componisten die doordesemd zijn van het christelijk geloof en het minimalisme in de muziek aanhangen. Kortom, in schertsende bewoordingen de Brigade van God. Diepgelovige componisten die niets moeten hebben van het cerebraal componeren, zich afzetten tegen 'intellectualistische' muziek die volgens hen niets te zeggen heeft. Een andere bekende naam in dit verband is die van de Engelse componist John Tavener (1944-2013), niet te verwarren met zijn bijna-naamgenoot, de middeleeuwse componist John Taverner.

Religieus geïnspireerde muziek, intiem verbonden met de spiritualiteit en ingebed in of het idiomatische Kerklatijn of dat van de Russisch orthodoxie. Een mengeling kan natuurlijk ook. Pärts imitatie van tinkelende klokjes of belletjes (in Pärts eigen woorden 'tintinnabulum') op basis van simpele drieklanken of niet meer dan een paar noten droeg al in de jaren zeventig bij aan de creatie van een bijna gewijde sfeer. Het was mede deze 'muzikale wierook' die Pärt als componist op de wereldkaart zette: miljoenen vonden in deze muziek iets wat ze elders blijkbaar misten.

Kanon Pokajanen is een groots opgezette boetecanon, Pärts monumentaalste werk tot nu toe (op de voet gevolgd door zijn Johannes-Passie), met als model een uit negen odes bestaande hymne overeenkomstig de negen gezangen die ter afsluiting van het orthodoxe psalmenboek dienen (van de gezangen van Mozes in de boeken Exodus en Deuteronomium tot aan die van de Maagd Maria en van Zacharias uit het Evangelie van Lukas). Het werk is dus van nature diep religieus, vermengd met poëzie en lyriek, gezet voor gemengd koor a cappella en gezongen volgens de ritus van de orthodoxe liturgie (vandaar ook dat er geen instrumenten aan toe zijn gevoegd). Het gehele werk ademt deels de kerkslavische sfeer van die van Rachmaninovs Vespers naar de liturgie van Johannes Chrysostomos, om slechts een voorbeeld te noemen. Het is mooie muziek die Pärt heeft geschreven, al brengt zij mij niet op het spreekwoordelijke puntje van de stoel; wat trouwens voor vrijwel het gehele religieus geïnspireerde oeuvre van Pärt geldt. De zestiende-eeuwse stile antico is nooit ver weg. Maar dat is uiteraard niet meer dan een mening.

Wie naar deze uitvoering van Cappella Amsterdam onder leiding van Daniel Reuss luistert kan zich nauwelijks voorstellen dat dit koor het in de naaste toekomst misschien zonder verdere overheidssubsidie moet stellen. Het is hier niet de plaats om daarop in te gaan (het betreft immers een recensie), maar het stemt diep treurig dat er een reële mogelijkheid is dat deze uitzonderlijke koorkwaliteit domweg verloren gaat door een stelletje gesettelde onbenullen die als loodgieters de subsidiekraan blijkbaar naar believen kunnen open- (gejuich) of dichtdraaien (tranen, protesten alom). Laten we met elkaar hopen dat ook deze sublieme opname ertoe kan bijdragen dat het 'hoger beroep' dat Cappella Amsterdam heeft ingesteld, een succesvolle uitkomst zal hebben. Dat de schoonheid van de Muziek het mag winnen van al die nuchtere rekenmeesters die op cultuurgebied al zoveel voorgoed hebben verpest.

Tot slot nog een puntje van kritiek. De volledige zangteksten zijn uiteraard in het boekje afgedrukt, maar raar is wel dat een titel wel in het Nederlands worden weergegeven ('Gebed na de kanon') maar de teksten alleen in het Russisch, Frans, Duits en Engels vermeld worden. Overigens: de 'Vaalse Kerk' als opnamelocatie moet natuurlijk de Waalse Kerk zijn. Één letter verschil maakt het onderscheid.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links