CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

Offenbach: Cours méthodique de duos pour deux violoncelles: selectie uit op. 51 t/m 54

Xavier Phillips en Anne Gastinel (cello)
La Dolce Volta LDV71 • 70' •
Opname: maart 2019, Église Notre-Dame du Bon-Secours, Parijs

   

Jacques Offenbach (1819-1880) kennen we toch vooral als de componist van bruisende theater- en operettemuziek, al schreef hij ook een - zij het aan het einde van zijn leven niet meer voltooide - opera: Les contes d'Hoffmann (die overigens nog steeds repertoire houdt) . Maar in eerste instantie was de in Keulen op 20 juni 1819 als Jakob Offenbach geboren musicus toch een cellist met een grote reputatie. Zijn bijnaam luidde niet voor niets 'de Liszt van de cello' (hij schreef tenslotte ook nog een virtuoos celloconcert, het 'Grand Concerto'). Pas later, na zich in Parijs te hebben gevestigd, legde hij zich volledig toe op zijn 'specialiteit', de operette.

Tussen 1839 en 1855 publiceerde hij zijn 'Cours méthodique de duos pour deux violoncelles', een leermethode voor twee cello's, verdeeld over zes delen en geboekstaafd als opus 49 tot en met 54. Het eenvoudigste stukje begint in ieder opusnummer bij A, het moeilijkste bij F. Wie mocht denken dat het om droge leerstukjes gaat komt bedrogen uit: Offenbach schreef deze études met een groot gevoel voor niet alleen de speltechnische mogelijkheden van het instrument, maar ook voor het dichterlijk-lyrische karakter ervan (de cello is zeker verwant aan de menselijke stem). En al staat virtuositeit hoog in het vaandel, van een grofmazige tour-de-force is gelukkig geen enkele sprake. Offenbach heeft ook veel aandacht geschonken aan de harmonische onderbouw en de polyfone mogelijkheden die het instrument biedt, wat het kleurige karakter van deze miniaturen nog eens dubbel en dwars onderstreept. Dan is er Offenbachs inzicht in de vele gevarieerde mogelijkheden van samenspel tussen de beide instrumenten. Ook in dit opzicht hanteerde hij ingenieus zijn pen. Zo is er niet alleen voor de musici maar ook voor de toehoorder veel te genieten, zoals deze fraaie bloemlezing ondubbelzinnig aantoont. De beide cellisten bieden solo- en samenspel van de bovenste plank en schromen niet om zowel qua virtuositeit als poëzie de grenzen op te zoeken, waardoor ook iedere vorm van schoolsheid gelijk is uitgebannen. Het zwaartepunt van dit recital ligt overigens niet bij de moeilijkste stukken: alleen de tracks 10 t/m 12 zijn gewijd aan F, de zwaarste categorie, in dit geval Boek 2 van op. 54. De overige stukken bewegen zich tussen C en E. En ja, het bloed kruipt nu eenmaal waar het niet kan gaan: ook in deze duo's is er in dansant opzicht het nodige te genieten...

Prachtige muziek, prachtig gespeeld. Meer woorden zijn eigenlijk niet nodig om dit album aan te bevelen. Het geeft bovendien een bijzondere, maar vooral fascinerende kijk op 'die andere Offenbach'.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links