CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2012

 

 

Oestvolskaja: Compositie nr. 2 'Dies Irae' (voor 8 contrabassen, houten kist en piano (1972/73) - Sonate nr. 6 (voor piano) (1988) - Groot Duet voor cello en piano (1959)

Compositie nr. 2: Contrabas-ensemble Ludus Gravis (Daniele Roccato, Stefano Battaglia, Maurizio Bucci, Paolo Di Gironimo, Simone Masina, Giacomo Piermatti, Francesco Platoni, Alessandro Schillaci), Laura Mancini (houten kist, Fabrizio Ottavicucci (piano), dirigent Stefano Scodanibbio

Sonate nr. 6: Marino Formenti (piano)

Groot Duet: Rohan de Saram (cello), Marino Formenti (piano)

Wergo WER 6739 2 • 52' •

Live-opname: 12-14 april 2010, Rassegna di Nuova Musica, Macerata (I)


Eigenzinnig, compromisloos, mystiek, extreem. Het zijn zomaar wat kwalificaties om het werk van Galina Oestvolskaja (1913-2006) enigszins te duiden. De term 'analyse' durf ik niet in de mond te nemen want pogingen daartoe moeten hopeloos vastlopen. Dat zal Oestvolskaja zelf ook hebben beseft want zij verafschuwde iedere muzikale analyse van haar werk; zij het om een andere reden: haar muziek vloeide, zo meende zij, rechtsteeks voort uit haar verbondenheid met God en dat sloot in haar optiek iedere analyse al bij voorbaat uit, hoewel het eenieder uiteraard vrijstaat om er driftig op los te analyseren.
Elmer Schönberger noemde haar eens 'de vrouw met de hamer', anderen hebben het over 'liturgische moker' . Een componiste ook die het in haar partituren nogal bont wist te maken door aanwijzingen te geven die in de praktijk onhaalbaar waren. Zoiets als fffffsf biedt geen enkele musicus ook maar enig houvast, zij het dan dat er weinig interpretatieve schade wordt aangericht als wordt gekozen voor 'zo luid mogelijk'. Maar wat moet je dan vervolgens met fff en ffff? Wie het daarbij op simpele verhoudingsgetallen houdt komt misschien nog het verst, want geen sterveling die normaal gesproken nog het verschil kan waarnemen tussen fff en ffff. Vleermuizen misschien? Op deze cd gaat het er in ieder geval zéér luid aan toe, zo luid zelfs dat u zich bij tijd en wijle in een ijzergieterij waant. In de Zesde sonate moet een pianostemmer zelfs in de directe nabijheid zijn geweest want de snaren krijgen dusdanige optaters dat het nog een wonder mag heten dat ze er zonder kleerscheuren zijn afgekomen. Wie zijn instrument liefheeft bedenkt zich dus twee keer alvorens...

Galina Oestvolskaja (1913-2006)

Een veelschrijver kan Oestvolskaja niet worden genoemd: ze liet slechts vijfentwintig titels na. Al vanaf het begin, in 1946, overlaadde ze het Concert voor piano en strijkorkest met buitensporig dreunende ostinati, extreme dynamiek- en tempowisselingen, groteske toonsafstanden en niet minder reusachtige contrastbotsingen. Dan is er het liturgische karakter van haar muziek dat zijn betekenis ontleent aan zorgvuldig uitgezochte bijbelteksten (met name de Openbaring van Johannes had haar voorliefde), maar ook van het gebruikelijke ordinarium, naast brokstukken van gregoriaanse gezangen en melodische intervallen uit de Russisch-Orthodoxe kerkgezangen. Tegelijkertijd hield Oestvolskaja stug vol dat haar muziek niet religieus was, maar spiritueel (het is inderdaad zo dat beide begrippen hun volstrekt eigen kerndefinitie hebben en niet zomaar door elkaar gehusseld mogen worden). In 1988 formuleerde zij het vrij concies: "Mijn werken zijn weliswaar niet religieus, in de liturgische betekenis, maar wel van een religieuze geest doortrokken. Ze kunnen het beste in een kerkruimte tot klinken worden gebracht, zonder allerlei wetenschappelijke inleidingen en analyses. In de concertzaal, dus in een wereldlijke omgeving, klinken ze anders." 'Anders' klinkt vriendelijk, niet afwijzend en dat is maar goed ook, want de werken van Oestvolskaja hoor je zelden in de kerk.

Deze in Sint-Petersburg levende kluizenaar (ze kwam alleen nog buiten de deur om snel een boodschap te doen) studeerde daar ook, in het toenmalige Leningrad, eerst aan een muziekschool en later aan het conservatorium, met Dmitri Sjostakovitsj als haar voornaamste docent. Dmitri Dmitriëvitsj moet nogal onder de indruk zijn geweest van Galina's muzikale bagage, want hij schroomde niet haar zelfs zijn eigen partituren ter beoordeling voor te leggen. Bovendien citeerde hij in zijn eigen composities soms bijna letterlijk en nogal opvallend uit haar werk (in het Klarinettrio, het Vijfde en Dertiende strijkkwartet, en in de Michelangelo-suite). Sjostakovitsj nam het ook voor haar op bij de Componistenbond, die meestal dwars lag en haar muziek uiteraard veroordeelde als te 'modernistisch'. Toch zou zij later zeggen: "Een schijnbaar eminente persoonlijkheid als Sjostakovitsj is voor mij in het geheel niet eminent, in tegendeel, hij belastte mijn leven en doodde mijn beste gevoelens."

Ze hield zich financieel staande met het geven van muziekles en het componeren van filmmuziek. Daarnaast leverde ze op bestelling 'onschuldige' muziek die keurig paste in de partijdoctrine in die tijd. De muziek die haar werkelijk bewoog hield ze voor de buitenwereld verborgen. Typerend is haar verschijning in de prachtige VPRO-serie Toonmeesters uit de jaren negentig (bij die omroep nog steeds op dvd verkrijgbaar!), waarin diverse componisten en hun werk aan bod komen. In de over Oestvolskaja gemaakte documentaire gaat Reinbert de Leeuw bij haar op bezoek in regenachtig en somber Sint-Petersburg, waar hij in haar eenvoudig ingerichte flatwoning met haar over muziek van gedachten probeert te wisselen. Dat blijkt niet mee te vallen. In die deprimerende omgeving krijgt de kijker Galina nauwelijks te zien: ze blijft doelbewust zoveel mogelijk uit de buurt van de camera.

In Nederland heeft met name Reinbert de Leeuw zich met zijn Asko|Schönberg voor de muziek van Galina Oestvolskaja ingezet. De mensenschuwe componiste was zelfs een keer in Nederland, in 1995, toen ze te gast was bij het Concertgebouworkest dat onder leiding van Valeri Gergiev haar Derde symfonie (subtitel: Jezus Messias, red ons) ten doop hield. Een jaar later was het de beroemde cellist en dirigent Mstslav Rostropovitsj die eveneens het Concertgebouworkest voorging in een werk van Oestvolskaja: ditmaal de Tweede symfonie (subtitel: Ware, Eeuwige Genade). Ze was er toen helaas niet bij, wat extra jammer was want het eclatante succes zou haar zeker goed hebben gedaan.

De vraag is natuurlijk of dit muziek is om van te houden. Opeenstapelingen van monolitische clusters, dreunende akkoordklompen en het vrijwel ontbreken van een 'Gesangslinie' stellen naast het vaak ontstellende geluidsvolume zelfs de meest goedwillende luisteraar stevig op de proef. Maar een feit is wel dat Oestvolskaja met haar werk de toehoorder willens en wetens op de proef stelt. Het is immers haar overtuiging dat de mens in zijn sterfelijke, aardse leven gevangen zit in een kerker en daar hevigh lijdt onder de vergankelijkheid en de vele beperkingen die nu eenmaal met het aardse leven onlosmakelijk verbonden zijn. Zijn bestaan wordt gekenmerkt door vreselijke beproevingen, terwijl het alleen God is die uiteindelijk verlossing kan bieden. De muziek als metafoor van die vreselijke toestand kan, gecomponeerd door een het realisme predikende Oestvolskaja, nooit en te nimmer zoetgevooisde klanken opleveren. Dan is er voorts de scheiding tussen geest en materie die in het dualistische karakter van die muziek zijn weerslag vindt. Oestvolskaja is de mysticus die duidelijkheid schept... De vraag die mogelijk nog opborrelt is of haar muziek fungeert als drager of als boodschapper van haar gedachtegoed.

Wonderlijk of niet, er zijn al veel goede uitvoeringen van de op deze heel mooi opgenomen cd bijeengebrachte stukken, maar niemand zal teleurgesteld worden: er wordt niet alleen met grote inzet en intensiteit gemusiceerd, maar de vele duistere én mystieke kanten die er ook zijn worden gelukkig niet onderbelicht. En het moet gezegd: de piano heeft het na de slechts bijna zeven minuten durende Zesde sonate hoorbaar overleefd... De cello in het Grote Duet trouwens ook...


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links