CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2020

Tilson Thomas: From the Diary of Anne Frank* - Meditations on Rilke

Isabel Leonard (vertelster)*, Sarah Cooke (mezzosopraan), Ryan McKinny (bas-bariton), San Francisco Symphony o.l.v. Michael Tilson Thomas
San Francisco Symphony SFS 0079 • 81' •
Live-opname: 15-18 november 2018 (Diary); 9-12 januari 2020 (Meditations), Davies Symphony Hall, San Francisco

   

Het melodrama From the Diary of Anne Frank componeerde Michael Tilson Thomas (MTT) in 1990 als een set symfonische variaties voor vertelster en symfonieorkest. Het is speciaal geschreven voor de actrice Audrey Hepburn die opgroeide in het door de Duitsers bezette Nederland en toen precies even jong was als Anne (1929-1945). Voor MTT was er echter nog een reden om het werk aan haar op te dragen: Hepburns rol als ambassadeur voor UNICEF.

Zoals de titel al aangeeft vond de componist zijn muzikale inspiratie in het zo beroemd geworden dagboek waaruit hij een groot aantal fragmenten selecteerde die door de vertelster worden voorgedragen. Hoewel de muziek zeker getuigt van de tragiek van de onderduik, is zij ook de exponent van Anne's jeugdige elan, optimisme en nieuwsgierigheid naar de wereld om haar heen.

MTT heeft Anne's joodse wortels respect willen betuigen door ook de muzikale thematiek een joods karakter te verlenen. Zo is er bijvoorbeeld de Kaddisj, niet alleen als lofzang op het leven, maar ook het traditionele gebed dat in de synagoge wordt uitgesproken ter nagedachtenis van de overledene. Andere componisten hebben de Kaddisj ook een plaats in hun werk gegeven, zoals Maurice Ravel en Leonard Bernstein.

Hoewel MTT tijdens het componeren de stem en de expressie van Hepburn in gedachten had, zal hij zeker ook zeer tevreden zijn geweest met de bijdrage van Isabel Leonard, die eenvoud en compassie zeer overtuigend samen laat komen en net als Hepburn toen in een soort ‘sing-song' stijl de aangrijpende teksten tot echt leven weet te wekken.

MTT's Rilke-selectie is gestoeld op persoonlijke ervaringen, waarin niet alleen zijn vader een belangrijke rol heeft gespeeld, maar ook het inmiddels verlaten oude Amerikaanse mijnstadje Oatman, waar ergens in de jaren twintig volgens zijn vader een al wat oudere barpianist zomaar voor zich uit zat te spelen. Hij zat daar waarschijnlijk al een eeuwigheid en niemand die zich kon herinneren dat hij er eens niet was. Soms riep hij in zijn spel de geesten van Schubert, Mahler en Berg tot leven. Iedereen in de kroeg was door de jaren heen gewend geraakt aan zijn muzikale mijmeringen die hen in gedachten naar onverwachte plekken had gebracht. Hij sprak enigszins vreemd en er werd gezegd dat hij joods was.

In het begin van de jaren dertig was MTT's vader met een paar vrienden opnieuw in Oatman. Het geld was opgeraakt en ze hadden contanten nodig om niet alleen voedsel en benzine te kunnen kopen, maar vooral om ze snel mogelijk weg te komen uit deze armzalige omgeving. Platzak kwamen ze kwamen langs de kroeg waar eens die barpianist speelde en waar een bord was geplaatst met het opschrift ‘Dance, Saturday Night – Pianist Wanted'. MTT's vader, die alles kon spelen van Gershwin, Berlin, swing en rumba tot wat dan ook, besloot om te solliciteren. “Zolang je onze muziek kunt spelen,” was het welwillende antwoord van de man achter de tap. Pa ging aan de slag en eenmaal op stoom achter de piano druppelden ook de verzoeknummers binnen, waaronder Bear Fat Fling en ook dit nummer wist hij uit zijn muzikale hoed te toveren. De song kwam later terug in het geheugen van MTT, toen hij voor het eerst de muziek van Charles Ives ging dirigeren.

Voor MTT's vader maar ook grootvader had muziek iets van een dagboek dat hen een leven lang begeleidde en waar gaandeweg nieuwe nummers aan werden toegevoegd. Het is deze bespiegeling die MTT inspireerde tot zijn Meditations on Rilke, wiens gedichten ook zo sterk verschillen in stemming en karakter, voor MTT ook een soort dagboek dat hem een leven lang heeft begeleid. Dat is ook wat hij de luisteraar van harte toewenst: dat deze ‘musical reflections' zich voorgoed in zijn geestelijke vocabulaire mogen nestelen.

Reflecties en associaties: ze horen bij ons zijn. Die pianist in Oatman, die onder het luidruchtige gerinkel van flessen en glazen onder meer Schubert, Mahler en Berg speelde of zomaar wat op de toetsen meanderde. Zou het zo ook in 1943 in Westerbork zijn gegaan? Ik moest er wel aan denken, door de op dit album unieke combinatie van From the Diary of Anne Frank en Meditations on Rilke. In dat doorgangskamp op de Drenthse hei verbleef de pianist en componist Mischa Hillesum, de broer van Etty. Hij verbleef daar evenals een jaar later de negen jaar jongere Anne Frank, alvorens net als Anne op transport te worden gesteld naar Auschwitz. Mischa was in het kamp beter af dan zijn veel minder fortuinlijke lotgenoten, waar hij dagelijks het badhuis schoonhield en de gelegenheid had om piano te spelen. Wie zal er toen naar hem hebben geluisterd? En speelde ook hij Schubert, Mahler en Berg? Evenals voor Anne werd Auschwitz niet het eindstation voor Mischa. Op 8 oktober, enige weken na aankomst, werd hij op transport gesteld naar Warschau, waar hij in het joodse getto onder erbarmelijke omstandigheden en zwaar ondervoed puin moest ruimen en uiteindelijk daaraan bezweek. Zijn ouders waren direct na aankomst in Auschwitz al vergast.

En Anne? Ze arriveerde met haar familie op 5 september 1944 in Auschwitz. Op 28 oktober ging zij met haar zus Margot en 1306 andere vrouwen op transport naar het in Noord-Duitsland gelegen concentratiekamp Bergen-Belsen. De beide zussen haalden de bevrijding niet: ze stierven in februari 1945 aan ondervoeding en vlektyfus. Van de verraden acht onderduikers wist alleen Otto Frank te overleven en naar Nederland terug te keren.

Rainer Maria Rilke (1875-1926) heeft de dood een bijzondere plek gegeven in Schlußstück, het laatste gedicht in Das Buch der Bilder:

Der Tod ist groß.
Wir sind die Seinen
lachenden Munds.
Wenn wir uns mitten im Leben meinen,
wagt er zu weinen
mitten in uns.

En nu ik het toch over reflecties en associaties heb: jaren geleden, op een autotocht door het Zwitserse kanton Wallis (Rilke woonde er en kende het betoverende landschap goed), kwam ik in een klein, mij volkomen onbekend dorpje terecht: Saint-Pierre-de-Clages. Anders dan dat onooglijke Amerikaanse mijnstadje Oatman was het van een onaantastbare middeleeuwse schoonheid met centraal gelegen de uit de elfde eeuw stammende kerk met zijn bijzondere klokkentoren. Wat mij echter vooral aantrok waren de tientallen boekwinkeltjes, waaronder een groot aantal antiquariaten. Ik kocht er voor een habbekrats de eerste druk van Rilke's Das Stundenbuchen Das Buch der Bilder. Pas later begreep ik dat het dorp juist daardoor bekend was geworden: door die vele boekwinkeltjes en het jaarlijkse boekenfestival dat er wordt gehouden onder de zeer aansprekende naam La Fête Du Livre, Het Feest Van Het Boek en dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt. Rilke en Wallis: ze zijn in de loop der tijd onafscheidelijk geworden. U kunt er hier meer over lezen.

Tijdens de uitvoering van 'Meditiations on Rilke' door het San Francisco Symphony Orchestra o.l.v. Michael Tilson Thomas in Severance Hall, San Francisco met links de mezzo Sarah Cooke en rechts de bariton Dashon Burton (foto Roger Mastroianni)

Misschien hebben componisten die tevens dirigent zijn wel een streepje voor wat betreft hun inzicht in wat het symfonieorkest te bieden heeft. Dat ze instrumentatie en orkestratie afstemmen op hun in de dagelijkse praktijk opgedane ervaringen. Nee, het is geen wet van Meden en Perzen, maar voor de hand ligt het wel. Ik denk in dit verband aan - in willekeurige volgorde - Felix Mendelssohn, Gustav Mahler, Richard Strauss, Leonard Bernstein, Wilhelm Furtwänger, Henry Mancini, Pierre Boulez. Ennio Morricone en Michael Tilson Thomas.

MTT werd in 1995 aangesteld als chef-dirigent van het San Francisco Symphony en is met ingang van dit concertseizoen opgevolgd door de Fin Esa-Pekka Salonen. In de afgelopen kwarteeuw heeft het orkest zich onder MTT kunnen ontwikkelen tot een van de beste Amerikaanse ensembles dat bovendien excelleert in een breed repertoire dat eveneens de moderne en eigentijdse muziek bestrijkt. Niet zo verwonderlijk voor een dirigent die ook graag (en veel) componeert! Dat laatste geldt uiteraard ook voor de muzikaal verwoorde fragmenten uit het Dagboek van Anne Frank en de Rilke-meditaties. Muziek ook die door haar toegankelijkheid een breed publiek zal aanspreken en die zich vooral onderscheidt door de aangebrachte verfijning in het orkestrale coloriet. Het zijn de rijke kleurschakeringen, de pasteltinten die voor de klank betovering zorgen en die naar mijn gevoel een sterkere indruk maken dan de compositie als geheel.

Dat laatste valt des te meer op als ik - het is slechts een voorbeeld, maar wel van het goede soort - de Anne Frank-cantate van de Nederlandse componist Hans Kox (1930-2019) erbij betrek, gecomponeerd ter gelegenheid van het herdenkingsjaar 1985, toen Nederland het 40-jarig bevrijdingsfeest vierde. Anders dan MTT citeerde Kox niet uit het Dagboek van Anne Frank, maar bracht hij het verhaal van Anne in de brede context van de verschrikkingen van de oorlog in het algemeen en van de Holocaust in het bijzonder, met onder meer fragmenten uit gedichten (Rilke!), de Bijbel, citaten uit dagboeken van SS'ers, naast joodse wiegenliedjes en een handvol Latijnse teksten. Een bijzonder indringend werk waarvan niet alleen inhoudelijk, maar ook muzikaal een grotere zeggingskracht uitgaat dan van MTT's Diary. Kox wist in de tekstbehandeling sjablones te vermijden, MTT niet.

Een andere belangrijk aspect in het werk van Kox is dat hij de dissonanten onbekommerd laat schuren, de ene donkere laag op de andere stapelt en ons zonder mededogen in het inktzwarte muzikale duister doet belanden, maar toch uiteindelijk het Licht laat doorbreken, het majeur ons op indrukwekkende wijze naar de overwinning voert. Een beeld dat zich enigszins laat vergelijken met Rembrandts prent De Drie Kruisen, waar het hemelse licht de aandacht vestigt op niet alleen de gekruisigde Christus, maar ook op de twee moordenaars die tegelijk met Hem werden gekruisigd, en met hen op de omstanders. Alsof de schilder daarmee heeft willen aangeven: ‘O Dood! Waar is je angel? O Hel! Waar is je overwinning? (1 Cor. 15:55). En zoals het zich dan in de muziek naar majeur verheft, niet alleen in de cantate van Hans Kox, maar bijvoorbeeld ook in het oratorium Golgotha van Frank Martin.

In de zes Rilke-gedichten (Herbsttag; Ich lebe mein Leben in wachsenden Ringen; Das Lied des Trinkers; Immer wieder; Imaginärer Lebenslauf; Herbst ) neemt de MMT's muzikale cosmetica een nog hogere vlucht en zijn we opnieuw getuige van diens fijnmazige instrumentatiekunst (met name de houtblazers profiteren ervan), terwijl de frases als parels aan een juwelenketting worden geregen. Er zijn duidelijke reminiscenties aan Mahler, zoals in het Lied des Trinkers, maar ook elders, terwijl menigmaal de muziek van Alban Berg tussen de vocale en orkestrale coulissen rond lijkt te waren. Zoals ook andere stijlfiguren zich laten herkennen die ons eraan te herinneren dat de hedendaagse muziek nu eenmaal haar oorsprong in het verleden vindt, maar ook dat MTT door de jaren heen veel Amerikaanse muziek (o.a. Bernstein, Copland, Schuman en Grofé) heeft gedirigeerd! Dat het over de gehele linie bijzonder fraai en daarmee overtuigend is gerealiseerd is even zonneklaar als de kwaliteit van deze beide uitvoeringen. Al blijft de Anne Frank-cantate van Hans Kox een geheel aparte wereld en niet in de laatste plaats door haar gruwelijke karakterisering en het volslagen gebrek aan franje en opsmuk. Maar dat was uiteraard ook de bedoeling van deze componist.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links