CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2007

 

Mozart/Hummel: Symfonie nr. 38 in D, KV 504 (Praagse) - nr. 41 in C, KV 551 (Jupiter).

Robert Hill (fortepiano). Ensemble L'Ottocento.

MDG 605 0858 2 • 61' •


De symfonie verplaatst naar een kamermuziekensemble. Dat was tot ver in de negentiende eeuw vaak de enige manier om - afgezien van bewerkingen voor piano twee- of vierhandig - met de muziek kennis te maken. Wat toen een nuttige functie vervulde is nu vrijwel overbodig geworden, al zijn er best nog wel ensembles die zich met veel plezier op dergelijke arrangementen storten.

Het bezwaar ervan is natuurlijk evident: wat de componist aan technische én muzikale mogelijkheden in een symfonie heeft verwerkt kan nooit en te nimmer naar een kleinschalige, bescheiden bezetting (in dit geval voor fortepiano, fluit, viool en cello) worden overgebracht. Dat blijft dus behelpen. Wie de volwaardige symfonieën na deze Hummel-bewerkingen beluistert zal - zoveel is toch wel zeker - teleurgesteld zijn. Voor de 'student' is er bij een dergelijke kleine bezetting wel het voordeel dat bijvoorbeeld het polyfone stemmenweefsel in de complexe finale van de 'Jupiter' nu wel heel gemakkelijk te volgen is. Zelfs met de partituur vereist dat anders grote oplettendheid.

Ondanks het meer dan uitstekende, zelfs bevlogen spel van Hill en zijn collegae biedt deze uitgave dus maar een beperkt zicht op twee van de geniaalste scheppingen van het 'wonder' Mozart.

De opname is een sieraad, met de fortepiano keurig een fractie links van het centrum, met de overige instrumenten daar keurig - van links naar rechts - omheen gegroepeerd. .


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links