CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2019

W.A. Mozart - Le Testament Symphonique

Mozart: Symfonie nr. 39 in Es, KV 543 - nr. 40 in g, KV 550 (versie met en zonder klarinetten) - nr. 41 in C, KV 551 (Jupiter) - Maurerische Trauermusik KV 477

Le Concert des Nations o.l.v. Jordi Savall
Alia Vox AVSA9934 • 72' + 76' •
Opname: juni 2017 en 2018, Collégiale de Cardona (Catalonië); augustus 1991, Dominicanenkerk Guebwiller (Elzas) (KV 477)

   

Het ligt voor de hand om Mozarts laatste symfonieën als een symfonische trilogie te benaderen. Niet dat ze zeer strikt genomen bij elkaar horen, maar wel dat ze in vrijwel dezelfde periode zijn ontstaan en dat ze in thematisch opzicht aan elkaar verwant zijn. Nr. 39 werd voltooid op 26 juni, nr. 40 op 25 juli en nr. 41 (met die vreemde bijnaam 'Jupiter') op 10 augustus 1788. In koortsachtige haast, dat is wel duidelijk.

Een triptiek dus en zo had Nikolaus Harnoncourt het een jaar of zes geleden begrepen (zijn album heette niet voor niets ‘Mozart's instrumentale oratorium', ongetwijfeld met een zijdelingse verwijzing naar het Requiem uit het sterfjaar 1791. René Jacobs daarentegen, met zijn Freiburgers zich eveneens in het 'authentieke' vaarwater bewegend, deed het niet: een album met nr. 39 en 40 en een met nr. 38 en 41. Gedrieën of apart, het wat de visie op deze muziek betreft natuurlijk geen zier uit. Wat Jacobs (en met hem zoveel anderen) trouwens ook wel heeft bewezen.

Savall volgde de lijn van Harnoncourt, getuige de door hem gekozen titel: ‘Symfonisch testament'. Maar anders dan zijn net zo beroemde voorganger heeft Savall er nog een werk aan toegevoegd: de ‘Maurerische Trauermusik' KV 477, ontstaan in 1785. Niet dat dit korte werk (het neemt niet meer dan ruim vijf minuten in beslag) er echt bij past, maar omdat het is opgenomen aan het einde van de eerste cd (na de symfonieën nr. 39 en 40) is er muzikaal inhoudelijk niets op tegen. De drie symfonieën werden vastgelegd in 2017 en 2018, de treurmuziek al in 1991 (als aanvulling op het eveneens door Savall toen opgenomen Requiem). Qua uitvoering is de stilistische coherentie evident, qua opname helaas niet: de treurmuziek klinkt aanmerkelijk minder voluptueus dan de symfonieën. Leve de vooruitgang, zal ik maar zeggen.
Interessant maar niet bijzonder is dat de symfonie nr. 40 in twee versies op dit album verschijnt: de eerste zonder, de tweede met klarinetten.

Misschien ligt het aan de akoestiek van de Collégiale de Cardona (en waarschijnlijk is dat zo, want Savall staat niet in de laatste plaats bekend om zijn muzikale punctualiteit) dat de attaque van de pauken soms net een fractie te laat lijkt te komen. Zo klinkt het tenminste: alsof er niet goed is opgelet. Wat natuurlijk onzin is: de dienstdoende paukenist is bepaald niet de eerste de beste. Misschien ligt de oorzaak in de nabewerking, de 'editing', door de in de opname aanwezige galm. Het knippen en plakken is onder die omstandigheden bepaald geen sinecure. Vreemd is ook dat de (natuur)trompetten soms net een fractie feller klinken Dit zou kunnen wijzen op veranderde akoestische condities of een (fractioneel?) andere positionering. Wat ook opvalt is de schijnbare grootte van ensemble: het klinkt echt als ‘big sound', terwijl uit het boekwerk (de afbeeldingen bevestigen het) juist het tegendeel blijkt: zes violen I, vijf violen II, drie alten, drie celli, twee bassen en standaard dubbel hout en koper.

Het ‘probleem' schuilt, kort samengevat, in de ambivalente opname en niet zozeer in de uitvoeringen die door de bank genomen uitstekend zijn, zij het niet meer dan dat. Er wordt keurig binnen de historiserende banen gemusiceerd, met weinig vibrato en een eerder ronde dan scherpe attaque en profilering. Wel een groot compliment voor het als vanouds grandioze boekwerk in de typische Alia Vox stijl, met schitterende foto's en zeer gedetailleerde toelichtingen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links