CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juli 2019

Mozart: Symfonie nr. 40 in g, KV 550 - nr. 41 in C, KV 551 (Jupiter)

NDR Radiophilharmonie o.l.v. Andrew Manze
Pentatone PTC 5186 757 • 75' •
Opname: februari 2017 (KV 550) en maart 2018 (KV 551), Großer Sendesaal des NDR, Landesfunkhaus, Hannover (D)

   

Ik beweer niet opnieuw dat het een ‘probleem' is, maar wel dat vrijwel niemand nog de eindeloze stoet cd's nog kan overzien. Zelfs als naar iets speciaals wordt gezocht is de kans groot dat er al een groot aantal opnamen van bestaat. Ziften luidt de boodschap, maar een goed recept is er niet voor. Recensies misschien? Ik laat het oordeel aan de lezer over. Wel zo gemakkelijk. Maar ook: het is volstrekt onmogelijk om alles dat verschijnt te bespreken. Dat zie ik ook om mij heen: (virtuele) tijdschriften en internetsites die slechts het topje van die enorme en ook nog voortdurend aangroeiende ijsberg bespreken. Natuurlijk is daarbij die ene vraag legitiem: kan het niet anders? Zouden de labels zo langzamerhand niet moeten overgaan (ze hadden er trouwens allang aan kunnen beginnen!) tot een restrictief releasebeleid? Ook al zit er in die eindeloze duplicatenstroom blijkbaar nog wel voldoende muziek?

Misschien herinnert u het zich nog: de bijna fanatieke hang naar DDD ofwel Driedubbel Digitaal (omdat AAD of ADD niet goed genoeg werd bevonden). Het zette een heel circus in beweging van talloze opnamen die artistiek maar vaak ook opnametechnisch beslist niet beter waren dan de eveneens talloze voorgangers uit het analoge tijdperk, maar ze waren warempel wel DDD! En kijk nu eens: het zo lang verafschuwde vinyl is weer opgefleurd, de lp is aan een stevige comeback bezig, de draaitafel is weer uit de kast gehaald of nieuw aangeschaft. En er wordt grif geld voor betaald. Ik denk soms weleens: het moet toch niet gekker worden.

Maar terug naar dat soms onbegrijpelijke releasebeleid van zowel de grote als kleine(re) labels. Met stomme verbazing zag ik dat door twee van hen aandacht Mozarts laatste symfonieën voor de zoveelste maal van stal zijn gehaald, het drieluik (nrs. 39 t/m 41) op het door Jordi Savall bestierde Alia Vox en het tweeluik (nrs. 40 en 41) op Pentatone. Savall uiteraard op de historiserende en Andrew Manze op de traditionele toer (in dit geval met als belangrijkste verschil het ‘historische' en het ‘conventionelel' instrumentarium).

Geen kwaad woord over de vertolkingen door het NDR-omroeporkest. Sterker nog, die bewijzen voor de zoveelste maal het dirigeertalent van Manze en de uitstekende kwaliteiten van het orkest. Manze toont ook duidelijk affiniteit met deze zo bijzondere muziek. Mozarts laatste symfonieën zijn van een onvergelijkbare klasse en wekken de schijn dat ze met een paar pennenstreken zijn opgezet: het bloeit en vloeit onophoudelijk. Het is van een onbegrijpelijke schoonheid die is gehuld in een structuur die zo hecht is als die maar zijn kan. Het diep schrijnende, sterk dissonerende Menuet van KV 550 alleen al is een ‘Meisterstück' zonder weerga en wie naar expressieve gelaagdheid zoekt komt onverbiddelijk uit op de beide gloedvolle Andantes. En dan heb ik het nog maar niet over de hoekdelen en als onvervalste kroon op het Grote Werk, de fuga-finale van KV 551. Maar ook die eerste maten van KV 551 zou niemand moeten ontgaan: wat gebeurt daar allemaal niet, het direct in het oor springende concept van dat manlijke en vrouwelijke thema dat, broederlijk bijeen en toch zo contrastrijk, gelijk het spits afbijt? Ongehoord in die tijd. Of we het nu nog zo ervaren?

Er zijn nogal wat mogelijkheden voor een individuele, karakteristieke interpretatie. Het is in diezelfde discografische overvloed dat de voorbeelden voor het oprapen liggen. Meerdere ervan zijn mij bijgebleven, de lijst is zelfs lang, met een extra warm plaatsje voor de uitvoering door het English Chamber Orchestra onder leiding van Benjamin Britten, die fameuze Decca-opname die mij - nog steeds! - alle hoeken van de kamer laat zien. De Britse componist in dialoog met een door hem hoog gewaardeerde collega, dat was de indruk die KV 550 bij mij achterliet. Het was soms zelfs ietwat teveel van het goede, want Britten volgde iedere neergeschreven herhaling op de voet; en hij schuwde daarbij de romantische toets niet. Daardoor alleen al nam het werk beethoveniaanse proporties aan. Alsof Britten duidelijk wilde maken: KV 550 zou dé Eroica zijn geweest als die andere Eroica niet had bestaan. Dan vallen discussies over wel of geen klarinetten (in de tweede versie) vrijwel weg. Het wordt iets onbetekends. Maar misschien kunnen we ook niet zonder de rechtlijnige Böhm of de o zo menselijke Walter (die niks ophad met herhalingen); of ander wel die uit graniet gehouwen kijk op Mozart van Klemperer en zeker niet te vergeten de revolutionair getoonzette Jacobs. Enz. enz. Worlds apart en slechts incidenteel worlds together.

Manze heeft gedaan wat van hem werd verwacht: precies, concies, de fraseringen optimaal op orde, de ritmiek als belangrijke hulpbron voor de expressie, de dynamische verhoudingen weloverwogen en klassiek. Wie in dit repertoire nog echt origineel wil zijn? Die krijgt onherroepelijk een stevige pin op de neus. En dus kunnen Manze en zijn (bescheiden gehouden) orkest zich gewoon aansluiten bij het legioen dat deze symfonieën al zo vaak en zo fraai in de etalage heeft gezet. Maar of we er nu echt op zaten te wachten?


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links