CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2018

 

Mozart: Mis in c, KV 427
(gecompleteerd door Clemens Kemme)

Christina Landshamer (sopraan), Anke Vondung (mezzosopraan), Steve Davislim (tenor), Tobias Berndt (bariton), Chor des Bayerischen Rundfunks, Akademie für Alte Musik Berlin o.l.v. Howard Arman
BR Klassik 900917 • 51' •
Live-opname: 13-14 april 2018, Prinzregententheater, München

+ Eine Werkeinführung met muziekvoorbeelden* • 73' •

   

Mozarts voorlaatste op muziek gezette ‘Missa Ordinarium' is een meesterwerk. Het bleef onvoltooid, zoals dat laatste, oorspronkelijk niet minder groot aangelegde religieuze werk, het Requiem (u kunt er hier het nodige over lezen), onvoltooid bleef. Het laatste noodgedwongen omdat de dood de laatste spelbreker was. Van KV 427 (1782/83) weten we de oorzaak niet, aldus Kemme in het cd-boekje. We weten evenmin wat de aanleiding tot de compositie was. Wat we wel weten is dat er in die tijd niet of nauwelijks vraag was naar dit genre. Wel is er een brief uit 1800 (dus negen jaar na Mozarts overlijden) van Constanze, waarin zij gewag maakt van Mozarts belofte aan haar van een mis ten tijde van haar eerste zwangerschap. Daar staat dan weer een op 4 januari 1783 gedateerde brief van de componist tegenover, gericht aan zijn vader Leopold, waarin hij wel rept van een belofte, maar dat die gedaan zou zijn vóór zijn huwelijk met Constanze. Uit die brief blijkt evenwel niet wat Mozart dan zou hebben beloofd

Sankt Peter
Wat ook niet echt helpt: voor welke gelegenheid was deze mis bedoeld? De mis werd wel driftig gerepeteerd rond oktober 1783 in de Salzburgse Stiftskirche Sankt Peter, een ruimte die echter veel te klein was om de door Mozart verlangde bezetting überhaupt te kunnen herbergen. De orgelring, die normaliter plaats bood aan instrumentalisten en vocalisten, was daarvoor verre van toereikend, terwijl de inzet van een dubbelkoor bovendien nog aanvullende eisen stelde. Het kan niet anders of die repetities moeten met een uitgedunde bezetting hebben plaatsgevonden.

Einde broederschap
Wat evenmin goed voorstelbaar is, is dat de mis bedoeld was voor een huwelijksplechtigheid. Alleen al het tragische karakter van het Kyrie en de in het Gloria opgenomen klaagzangen (Lamento-Topos), alle in de mineurtoonsoort, verzetten zich hevig tegen welk feestelijke karakter dan ook. Waarschijnlijker is dat het een van de de Weense ‘Bruderschaften' die de aanleiding tot het componeren van de mis vormde. Dat zou ook goed kunnen verklaren waarom de mis uiteindelijk niet werd voltooid. Immers, keizer Joseph II ontbond op 27 november 1783 bij decreet alle bestaande ‘Confraternitäten' en ‘Bruderschaften'. Er was geen broederschap meer en daarmee verviel (mogelijk) voor Mozart, die inmiddels ruim twee jaar in Wenen woonde, de noodzaak tot voltooiing.

Enorme zeggingskracht
Ook de omvang van de bezetting laat zich niet goed verklaren, met vier vocale solisten en dubbelkoor(!), naast de gebruikelijke hout- en koperblazers, pauken en strijkers. Maar het is niet alleen groot aangelegd, ook vanuit stilistisch oogpunt is het een werk dat een enorme zeggingskracht uitstraalt. De met veel inventiteit ingezette ‘hulpmiddelen' zijn ernaar: polyfonie, homofonie, mengstijl, ABA-vorm, naar de opera seria gemodelleerde aria's, complexe fuga's en ingenieuze fugati. Het opus lijkt een aaneenschakeling (en deels ook opeenhoping) van geniale invallen, hun sublieme uitwerking en de alom merkbare, meesterlijke dosering. Het is niet alleen een waar handboek van geniaal componeren aan het einde van de achttiende eeuw, maar tevens een triomf in termen van menselijke scheppingskracht.

Afgeronde indruk
We mogen van geluk spreken dat, vergeleken met het Requiem KV 626, de Mis in c ons toch nog verre van fragmentarisch is overgeleverd, al ontbreken de laatste vijf van de in totaal geplande zeven Credo-secties (vanaf het Crucifixus) en het complete Agnus Dei (dat waarschijnlijk ook nooit is gecomponeerd). Ook ontbreken op sommige plekken de volledig uitgeschreven orkestpartijen (ongetwijfeld met de bedoeling die alsnog later in te vullen). Maar wat we wel hebben is als geheel zo bijzonder indrukwekkend dat het alleen al daardoor een afgeronde indruk maakt. Na de slotmaten van het Benedictus blijft het opus echt niet ergens 'in de lucht hangen.

Completering
De Nederlandse muziektheoreticus, arrangeur en musicoloog Clemens Kemme (klik hier) heeft met liefde - zoals blijkt uit zowel zijn toelichting als zijn werk - de completering van de mis KV 427 op zich genomen. Dat wil zeggen de eerste twee delen van het Credo, het Incarnatus est (Mozart liet de instrumentatie onvoltooid) en het Sanctus (dat oorspronkelijk wel degelijk voltooid moet zijn geweest omdat de complete partijen voor blazers en pauken zijn overgeleverd: Mozart schreef die altijd het laatst). Het Agnus Dei moest buiten beschouwing blijven omdat daarvan geen enkele bron is overgeleverd (die er waarschijnlijk ook nooit is geweest).

Voor de goede orde: er is een duidelijk verschil tussen 'voltooien' en 'reconstrueren'. Kemme voltooide van KV 427 de eerste twee delen van het Credo en het Incarnatus est (omdat Mozart de instrumentatie onvoltooid liet) en reconstrueerde het Sanctus (dat oorspronkelijk wel degelijk voltooid moet zijn geweest omdat de complete partijen voor blazers en pauken zijn overgeleverd: Mozart schreef die altijd het laast).

Het begint in KV 427 lijkt nog vrij eenvoudig, met slechts ontbrekende trompet- en paukenpartijen die zich gemakkelijk - zoals in het Credo - laten navolgen. De praktijk blijkt weerbarstiger. Zo zijn te maken keuzes verre van eenvoudig, zoals de op dit punt de diverse sterk van elkaar verschillende versies laten zien (o.a. Levin, Maunder, Arman). Een belangrijk hulpmiddel is uiteraard het benaderen van het bronmateriaal vanuit verschillende invalshoeken, aan de hand waarvan met een redelijke mate van zekerheid tot een redelijk betrouwbare uitkomst kan worden gekomen (al blijft het zeker voor de leek toch een lastig te beoordelen kwestie). Het wordt echter anders als - wat Kemme heeft gedaan - nieuw stemmenmateriaal wordt geënt op vergelijkbare passages bij Bach (voorbeelden zijn het Cum Sancto Spiritu uit de ‘Hohe Messe', de inleidingskoren van het Magnificat en de cantates BWV 34, 69 en 137). Ook al is het Credo hoorbaar deels verwant is aan de hierboven gegeven Bach-voorbeelden, het is toch wel een heikel punt. Ook in de wetenschap dat Mozart – door de bekende zondagse bijeenkomsten van de muzikale 'herenclub' in het (Weense) huis van baron en weldoener Gottfried van Swieten – goed op de hoogte was van het werk van de Thomascantor en diens muziek een warm hart toedroeg. Op 17 april 1782 schreef Mozart aan zijn vader: 'Ik ga iedere zondag om twaalf uur naar de baron van Swieten, waar niets anders wordt gespeeld dan Händel en Bach. Op dit ogenblik verzamel ik fuga's van Bach - niet alleen van Sebastian, maar ook van Emanuel en Friedemann'.

Het Incarnatus est ontbreken de vioolpartijen (met optioneel de hoorns). Kemme koos als vergelijkings- in casu voorbeeldmateriaal de aria ‘Se il padre perdei' uit Idomeneo, met nog ter aanvulling enige langzame delen uit Mozarts pianoconcerten, ontstaan rond de scheppingssperiode van de mis. Nog een pittig probleem: de dubbelfuga – met aan het begin daarvan twee thema's – in het Osanna. Geen mens kan zeggen hoe Mozart het melodische materiaal over de acht koorstemmen van het dubbelkoor zou hebben verdeeld, maar waarom zoeken naar een oplossing die voorbijgaat aan de door Mozart zo geliefde traditie? Dat betekende voor Kemme dus afwijken van de eenkorige Fischer-partituur. Dat bracht hem bij de voorbeelden van Caldara en Johann Christian Bach. Die zijn alle gestoeld op beide thema's gezamenlijk in de beide koren (de toen gebruikelijke, zogenaamd paarsgewijze imitatietechniek die we ook uit de Renaissance kennen).

Betoverend
Wat velen het meest zal interesseren is de uitvoering. Daarvoor zijn relatief weinig woorden nodig: die is in alle opzichten ronduit betoverend. Barokke monumentaliteit en Weens classicisme naast opera-achtige expressiviteit, groots uitpakkende, maar nooit pompeuze theatraliteit, vlekkeloze stemvoering, de articulatie als om door een ringetje te halen, met daarnaast een tot voorbeeld strekkend, fijnmazig kamermuzikaal musiceren. Een uitgelezen solistenteam (geen zwakke plekken), een scherp geprofileerd koor en een glanzend orkest hebben daar in München tot een ‘Sternstunde des musizierens' geleid. Wat in deze vertolking ook opvalt is hoezeer Mozart zijn virtuoze pen liet prevaleren boven de liturgische beperkingen van zijn tijd. In een werk waarin devotie en opera met uiterst geraffineerde middelen samenkomen en waarin de vele verschillende timbres afwisselend magnifiek kunnen contrasteren en versmelten.

________________
* Deze 'Werkeinführung' maakt deel uit van de reeks 'BRKlassik Hörbiographien & Werkeinführungen', De bijgevoegde tweede cd bevat een groot aantal boeiende muziekvoorbeelden die speciaal daarvoor werden opgenomen. Weer zo'n voorbeeld van de Duitse publieke omroep op zijn best.

** Er zijn twee verschillende completeringen: zonder (Landon, Beyer, Maunder, Kemme) of met aangevulde of bijgecomponeerde (in Mozarts handschrift ontbrekende) delen (Levin).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links