CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2006

 

Mozart: Kwintet voor klarinet, 2 violen en cello in A, KV 581 - Kwintet voor hoorn, 2 altviolen en cello in Es, KV 407 - Kwartet voor hobo, viool, altviool en cello in F, KV 370.

Lorenzo Coppola (klarinet), Pierre-Yves Madeuf (hoorn), Patrick Beaugiraud (hobo), Kuijken Strijkkwartet.

Challenge Classics SACC72145 • 64' • (sacd)

www.challenge.nl


Het hoornkwintet (1782) en hobokwartet (1781) mogen tot ware glansnummers worden gerekend waarin meesterlijke virtuositeit bijna als vanzelfsprekend op de voorgrond staat.

Men moet zich voorstellen dat de hoorn toentertijd niet over ventielen beschikte en dat alleen de natuurtonen beschikbaar waren. Ignaz Leiteb, een hoornist in het Salzburgse orkest, moet de vanaf 1770 in zwang komende nieuwe speeltechniek, met de vuist in de kelk, evenwel ook goed hebben beheerst, want het aan hem opgedragen hoornkwintet stelt - evenals de hoornconcerten - zeer hoge eisen. In KV 407 is het de hoorn die vrijwel alle aandacht naar zich toe trekt, waarbij slechts een bescheiden begeleidingsrol voor de strijkers is weggelegd en het opus daardoor meer weg heeft van een miniatuur hoornconcert..

Ook de hoboïst ziet zich in KV 370 voor een technisch zeer lastige opgave geplaatst en hier geldt dus eveneens dat Friedrich Ramm, de eerste hoboïst bij het het orkest van de Beierse keurvorst, aan wie Mozart het werk opdroeg, een virtuoos op zijn instrument moet zijn geweest. In tegenstelling tot het hoornkwartet wordt in het hobokwartet aanzienlijk meer gebruik gemaakt van subtiele klankkleuren en blinkt het werk uit door een fijnzinnig contrapunt dat het concertante karakter naar de achtergrond verdringt.

Het klarinetkwintet (1789) is mogelijk Mozarts bekendste kamermuziekwerk en in alle opzichten een compositorisch juweel dat in deze vertolking gelukkig niet ten onder gaat in zinloos vibrato en een fluwelige aanpak, maar hier goed geproportioneerd en fraai gearticuleerd, met scherpe ritmische contouren, zich van zijn beste kant laat horen. Een van de belangrijke hoekstenen van het werk is het zeldzaam kleurrijke wisselspel, waarvan de muzikanteske schittering alleen kan worden gerealiseerd door instrumentale beheersing in optima forma. Dat is nu waar het in deze uitgave aan ontbreekt. Het zit technisch niet goed, de noten vallen niet op de juiste plaats, het ensemblespel is verre van vlekkeloos en de intonatie laat te wensen over. Het is al met al een moeizame zoektocht naar een goede interpretatie geworden, en helaas niet meer dan dat.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links