CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2023

Mozart: Pianoconcert nr. 6 in Bes, KV 238 - nr. 25 in C, KV 503

Kristian Bezuidenhout (fortepiano), Freiburger Barockorchester o.l.v. Gottfried von der Goltz
Harmonia Mundi HMM 902333 • 50' •
Opname: mei 2021 (KV 503) & maart 2022 (KV 238), Ensemblehaus Freiburg, Freiburg im Breisgau (D)

 

De Zuid-Afrikaanse fortepianist Kristian Bezuidenhout (*1979) bedient de muziekwereld vanuit zijn vaste standplaats Londen en dat doet hij voortreffelijk, zowel als solopianist en liedbegeleider als in de kamermuziek.

De tijd ligt al ver achter ons dat het ‘authentiek' musiceren nog als een bijzonder evenement werd beschouwd, maar wat wel is gebleven is de onbalans tussen de fortepiano als solo-instrument en het begeleidende orkest, een deconfiture die zelfs groteske vormen kan aannemen in een (veel te) ruim bemeten concertzaal. Hoe fascinerend en detailrijk de componist de pianopartij ook heeft uitgeschreven: als die voor het publiek (vaak zelfs ook voor de orkestleden!) niet meer goed te volgen is, is het al snel gedaan met het luisterplezier. Zelfs vandaag de dag wordt dit zo belangrijke aspect nog steeds over het hoofd gezien of wordt het doelbewust genegeerd (om wille van de kassaopbrengst).

Dergelijke balansproblemen spelen niet in de studio, sowieso veelal een veel bescheidener ruimte en bovendien met de vele voorhanden zijnde technische mogelijkheden om de evenbtuele onbalans tussen solo-instrument en ensemble als het ware recht te trekken. Aldus worden twee vliegen in een klap geslagen: het genot van de klankweelde van de fortepiano naast de gedetailleerd weergegeven pianopartij, en dan tevens in ideale verhouding tot het orkest(je). Wat overigens niet wegneemt dat menigeen toch de moderne vleugelklank prefereert boven de daarmee vergeleken ‘iele' klank van de fortepiano.

De historiserende uitvoeringspraktijk heeft niet alleen grote gevolgen gehad voor de restauratie van de oude en de bouw van replica-instrumenten, maar evenzeer voor de speelwijze. De ‘authentieken' durfden ook meer te versieren (ornamentatie) en speelden ze met het grootste gemak en volle overtuiging met de orkest-tutti mee. Sommigen van hen waagden zich tot zelf geschreven cadensen of kozen ze die met een in hun historische context nogal obscuur karakter. En omdat de technische en klankeigenschappen van de fortepiano nu eenmaal om een andere aanpak vragen dan bijvoorbeeld een Steinway D of een evenzo uit de kluiten gewassen Bösendorfer, Bechstein of Yamaha, betekende dit tevens een daaraan aangepaste agogische benadering van de partituur. Zo ontstonden in feite twee behoorlijk van elkaar gescheiden werelden: die van de historiserende en die van de traditionele uitvoeringspraktijk. Hoewel dat historiserende zich inmiddels eveneens al lang en breed als traditie heeft weten te vestigen.

Bezuidenhout mag dan de fortepiano tot zijn lijfinstrument hebben gemaakt, hij heeft nooit uit het oog verloren dat het niet meer is dan een middel tot het doel. Hij legde het exquise verband tussen de karakteristieken van de fortepiano en het puur retorische element, de wijze waarop de muziek naar zijn beste weten en kunnen op dat specifieke instrument diende te klinken. Dat ‘weten' is gestoeld op de historische kennis die hij in de loop van vele jaren heeft vergaard, zowel wat betreft die muziek als het instrumentarium, en het ‘kunnen' dat niet alleen is gelegen in zijn feilloze techniek, maar ook in de zo mogerlijk volmaakte realisatie van vorm en inhoud. Daarbij draait het vooral om ideeënrijkdom, fantasie, verbeelding, het verlangen ook om het publiek in zijn zo facetrijke exploraties mee te nemen, een voorstelling als een avontuurlijke en verrassende reis. Daarom bruist en fonkelt het bij hem, is hij zowel de pianist als interpreet die voor eenieder die hem hoort spelen een inspirerende bron van kennis, ervaring en speelplezier is. Al is het zeker niet altijd zo dat het met hem wedijverende (‘concertare') ensemble op een vergelijkbare hoogte staat, net zo geïnspireerd is. Nee, ik noem geen namen, maar het kan soms toch teleurstellend uitpakken: de pianist die wel wil, maar het orkest dat zich bij wijze van spreken achter hem aan sleept. Gelukkig niet hier, in deze beide Pianoconcerten van Mozart, waarin Bezuidenhout zich verzekerd weet van de net zo bevlogen en fonkelende Freiburgers, geleid door concertmeeester Gottfried von der Goltz. Naar wat er al voorhanden is, ligt de weg open naar een zeer succesvolle 'integrale' van Mozarts 27 pianoconcerten.

Misschien goed om te weten dat In KV 503 de bezetting door de componist is uitgebreid met twee fagotten, twee trompetten en pauken (ze spelen een zeer belangrijke rol, zoals ook de veelal soliërende houtblazers hun dienaangaande vrijwel 'vrijgevochten' positie innemen). De cadensen in KV 238 zijn van de hand van Mozart, die in KV 503 van de fortepianist. Het soloinstrument is een kopie van een Walter uit ca. 1805. Aangezien de beide pianoconcerten wat betreft hun ontstaansgeschiedenis nogal ver uit elkaar liggen (KV 238 werd in januari 1776 voltooid, KV 503 in december 1786) had ik voor KV 238 het liefst een meer bij dit tijdsbeeld passend instrument gezien.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links