CD-recensie

 

© Aart van der Wal, juni 2015

 

Vanessa Benelli Mosell: (R)EVOLUTION

Stockhausen: Klavierstücke I-V, VII-IX

Beffa: Suite pour piano ou clavecin

Stravinsky: Drie delen uit Petroesjka

Vanessa Benelli Mosell (piano)

Decca 481 1616 4 • 58' • (download)

   

Het meest fascinerend van deze cd zijn de acht 'Klavierstücke' van Karlheinz Stockhausen, en zeker omdat ze zo fenomenaal worden gespeeld. Daardoor is het extra jammer dat de Italiaanse pianiste Vanessa Benelli Mosell (1987, Prato) Klavierstück VI uitgerekend (ik denk dat we dit letterlijk mogen nemen!) niet heeft vastgelegd. Ongetwijfeld heeft de daarvoor vereiste speelduur van ruim vijfentwintig minuten in dit geval een doorslaggevende rol gespeeld. Het ´offer´ zou in ieder geval duidelijk zijn geweest: of geen Suite voor piano of klavecimbel van de Pools-Franse filmcomponist Karol Beffa (1973, Parijs) of niet de bekende drie voor piano bewerkte delen uit Stravinsky's Petroesjka. Het offer zou echter niet echt pijn hebben gedaan, want de driedelige Suite is in compositorisch opzicht nauwelijks een gemis (typisch het soort filmmuziek dat zonder beeld met een overdosis aan onbeduidende guirlandes en stoplappen al snel in elkaar zakt), terwijl van de Petroesjka-delen door Mosell betere uitvoeringen voorhanden zijn. Ik miste daarin raffinement en finesse in klankkleuren en ritmiek. Hiermee vergeleken is Maurizio Pollini op DG ronduit een verademing.

 
 

Karlheinz Stockhausen en Vanessa Benelli Mosell
(2006)

Eerste ontmoeting
Stockhausen dus als dominante 'ear-catcher' en terecht, want daarin excelleert Mosell zonder enig voorbehoud. Het is haar troefkaart, en die speelt ze wonderbaarlijk overtuigend uit. Misschien niet zo verwonderlijk want deze pianostukken zitten haar bij wijze van spreken in het bloed. Ze ontmoette de componist voor het eerst in 2006 naar aanleiding van haar opname van de Klavierstücke I-IV die deel uitmaakte van een door Mario Bortolotto geproduceerde documentaire die werd uitgezonden door de Italiaanse RAI 3. Voor Stockhausen was het zonneklaar: Mosell had het talent in huis om het publiek voor zijn bepaald niet gemakkelijke pianomuziek te winnen ("she has the power to let people appreciate my music"). De toen al 78-jarige componist aarzelde geen moment en nodigde haar uit om bij hem te komen studeren. Ze moet veel wijze lessen van hem hebben gehad, tot zijn dood in het jaar daarop daaraan een einde maakte.
Ook bij anderen bleef haar muzikale begaafdheid overigens niet onopgemerkt. Zo werd ze in 2007 zowel uitgenodigd om te studeren aan het Tsjaikovski-conservatorium in Moskou als aan het Royal College of Music in Londen. Een Engels muziektijdschrift sprak van een 'extraordinary artistic talent' en een 'sparkling technique in demanding music', eigenschappen die overigens voor iedere musicus onmisbaar zijn om aan de top te komen en te blijven. Dat ze in de muziek van Beffa en Stravinsky toch teleurstelt doet daaraan niets af.

Klavierstücke
Stockhausens Klavierstücke ontstonden in verschillende perioden: 1952 (I-IV), 1954-55 (V-VIII), 1956 (XI, waarvan twee versies bestaan), 1961 (IX-X), 1978-81 (XII, als pianoversie van de derde scène uit de eerste akte van Samstag aus Licht), 1981-83 (XIII, als pianoversie van Luzifers Traum, de eerste scène uit Samstag aus Licht) en 1984-86 (XIV, als pianoversie van een subscène uit de tweede akte van Montag aus Licht, opgedragen aan Pierre Boulez ter gelegenheid van diens zestigste verjaardag), 1991 (XV, als pianoversie van de slotscène uit Dienstag aus Licht), 1994-1999 (XVI en XVII met tape of cd van de geluidsscène 12 uit Freitag aus Licht) en 2001-04 (XVIII en XIX). De tijdsduur van ieder stuk varieert sterk, van nog geen halve minuut (III) tot rond een halfuur (VI, X, XIII en XIX).

Stockhausen zei er zelf over:

"[.] Through this process, he [the listener, AvdW] becomes aware that this music trains a new kind of human being, who he has not yet become and who has not yet existed on this planet: a human being who can not only experience music which is similar to heartbeats and breathing and walking and running and hammering and sawing and swimming and bicycle riding and dancing and sexing, but who can participate in the spatial and temporal differences, leaps, curves, changes of direction in involuntary melodies, rhythms, dynamics which, up to now, would have been considered 'superhuman'."

Hij voorspelde het al in 1960: 'Een muziek voor de hele wereld!' Stockhausen werd een icoon van het naoorlogse (semi)intellectuele modernisme en bewonderd door mensen uit een heel breed muziekspectrum, soms van verrassend verschillend pluimage: Frank Zappa en een generatie progressieve rockmusici zoals Tangerine Dream keken naar hem op, maar ook Paul McCartney die zich tijdens de Hamburgse tijd van de Beatles in zijn muziek verdiepte. Later was daar John Lennon met zijn hommage aan Stockhausen in Revolution nr. 9 (1968), uitgebracht op The White Album (EMI). Heel wat huidige sterren en producers op het gebied van pop, rock, hip-hop en elektronica vertrouwen zelfs nog vandaag op computer- en samplingprocessen waarvoor Stockhausen ooit de basis legde of model heeft gestaan. Al in het begin van de jaren vijftig verspreidde zijn faam zich snel in de muziekwereld van de avant-garde. Hoogtepunten daarbij waren de bekende 'Ferienkurse' in Darmstadt met Stockhausens provocerende lezingen die allerwegen de aandacht trokken. Componisten als György Ligeti, Bruno Maderna, Luigi Nono en Pierre Boulez ondernamen zelfs een pelgrimstocht naar Duitsland om kennis te kunnen maken met de inspirerende uitvinder en zijn werk.

Karlheinz Stockhausen geeft een lezing over zijn Klavierstück XI tijdens een Ferienkurs in Darmstadt,
juli 1957 (foto Rolf Unterberg)

Stockhausens negentien Klavierstücke waren oorspronkelijk gepland als afgeronde cyclus van (uiteindelijk) eenentwintig pianostukken, ware zoektochten tot aan de uiterste grenzen van zowel het tonale als atonale uitspansel, een soort nieuwe fenomenologie waarin de ratio lijkt te zijn ingewisseld voor de geest in het wezen der dingen. Muziek in het domein van het intuïtieve, het zintuiglijke, het onderbewuste, het onstoffelijke. Alsof Stockhausen in deze stukken - en hier niet alleen - de stap wilde maken naar een mysterieus 'Jenseits'. Zaken als stijl, berekening of de wetten van het denken überhaupt zijn naar de achtergrond verschoven, of zelfs achter een onbekende horizon verdwenen. Misschien is wel het enige hanteerbare begrip in dit uiterst kleurrijke labyrint een vorm van expressie die zich op geen enkele manier niet laat analyseren of inkaderen. Pogingen om dat toch te doen moeten daarom vruchteloos blijven. Dat is het zowel verticaal als horizontaal opgetuigde beeld dat de luisteraar krijgt voorgeschoteld. Voor de vertolker geldt dat hij zijn weg moet zien te vinden in een scenario dat onophoudelijk getuigt van een enorme complexiteit, enerzijds vormloos, anderzijds onweerstaanbaar in hun verbeeldingskracht en gedachterijkdom. In zekere zin zijn we - mits zo vertolkt zoals hier door Vanessa Benelli Mosell - menigmaal niet ver van Boulez verwijderd: wat we aantreffen is een zelfde soort diepe gelaagdheid die net zo kristalhelder, zo transparant is dat het bijna duizelt, waarin plooi na plooi wordt ontvouwd, afwisselend naar binnen gekeerd of uitbundig geëtaleerd. Mosell heeft dat allemaal goed begrepen, haar koers is rotsvast, sterk geëngageerd, schitterend qua toonzetting, subliem gearticuleerd, Zij maakt moeiteloos de overtocht van het pointillisme ('gepunteerde muziek', de nucleus in de werkstructuur die zich van noot naar noot beweegt), langs de groepsstructuur (de thematische herkenning wordt afhankelijk gesteld van slechts enige samengevoegde noten, wat zonder behulp van de partituur herhaald beluisteren noodzakelijk maakt), toewerkend naar wat Stockhausen als 'gevarieerde vorm' betitelde (een vorm van stilistische vrijheid in de omgang met de noten, waar de vertolker als het ware boven staat). Het eindpunt van die niet gemakkelijke reis (voor vertolker noch voor de toehoorder) is die uiterst merkwaardige verbinding tussen de objectieve metronoom als meetinstrument van de tijd en de subjectieve, gevoelde tijdsduur zelf. Zoals Stockhausen het eens zelf omschreef:

"A central pitch will sometimes be attacked with a very rapid group of little satellites around it, sustained with the pedal as a coloration of this central pitch, like moons around planets and planets around a sun."

Misschien goed om te vermelden dat vanaf Klavierstück XV de synthesizer (of een soortgelijk elektronisch instrument) de plaats inneemt van de traditionele piano. Voor Stockhausen was de synthesizer, door hem ook wel 'elektronisches Klavier' genoemd, de 'logische opvolger' van de traditionele piano (bij Stockhausen 'stringed piano'). De komst van dat 'elektronisches Klavier' bracht nieuwe expressiemogelijkheden met zich mee, er ontstonden geheel nieuwe klankkleuren, maar ook allerlei verkenningen in het domein van de frequentie- en amplitudemodulatie, het vibrato en gedifferentieerde tijdswaarden.

Elektronische muziek
Dan was er de toevoeging van elektronische muziek die, zoals in Klavierstück XV, een bijzondere set-up vereist, met weergave over maar liefst acht luidsprekers, opgesteld in kubusvorm rond de toehoorders. De geluiden moesten zich in acht verschillende lagen (over acht kanalen) voortplanten, iedere laag op hetzelfde moment, maar met verschillende snelheden. Een toetsenist die bezeten is van synthesizers (door Stockhausen aangeduid met 'Synthi-Fou') speelt te midden van deze kakofonie op maar liefst vier klavieren en negen pedalen de nieuwe muziek. Geen wonder dus dat pianisten uitsluitend de Klavierstücke I t/m XIV uitvoeren; waaraan ze trouwens de handen meer dan vol hebben. Die veertien Klavierstücke passen op drie cd's, met een totale tijdsduur van ongeveer drieënhalf uur. Ik verwijs in dit verband graag naar de geweldige uitvoering door de Nederlandse pianiste Ellen Corver (ook zij studeerde bij Stockhausen), uitsluitend te bestellen bij Stockhausen-Verlag. U krijgt ze dan alle veertien op een goudgerand presenteerblaadje aangeboden.

Epiloog
Vanessa Benelli Mosell vergast ons op een meesterlijke én meeslepende vertolking van het door haar gekozen negental Klavierstücke van Karlheinz Stockhausen, naast een wat mij betreft overbodige exercitie van de Suite van Karol Beffa en een wat beperkte kijk op de Trois Mouvements de Petrouchka van Igor Stravinsky. De Decca-opname is superieur, met een werkelijk fabuleuze pianoklank zoals die staat afgebeeld in de ruimte. Het naar mijn smaak enige echte alternatief voor Mosell in Stockhausen is de reeds genoemde opname die Ellen Corver maakte, al is de pianoklank daarvan net wat minder imposant dan die van Decca. Voor de drie Petroesjka-deeltjes kunt u uitstekend terecht bij Maurizio Pollini en bovendien in de goedkope prijsklasse (DG, The Originals). U krijgt er dan Prokofjevs Pianosonate nr. 7, Boulez' Pianosonate nr. 2 en Weberns Variaties op. 27 in uitstekende uitvoeringen bij. Ook hier geldt echter dat de opname (uit 1972) niet kan wedijveren met die van deze Decca-uitgave.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links