CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2021


Monteverdi - Il delirio della passione

Klik hier voor het programma (het album beschikbaar vanaf 5 maart a.s.)

Anna Lucia Richter (sopraan), Dimitri Sinkovsky (countertenor),
Ciro Aroni en Teo Aroni (tenor),
Alessandro Ravasio (bas), Ensemble Claudiana: Andrea Inghisciano (cornetto),
Dimitri Sinkovsky en Elena Davidova (viool), Marco Frezzato (cello), Margret Köll (harp),
Jeremy Joseph klavecimbel en orgel), Luca Marini (slagwerk),
Luca Pianca (luit en dirigent)

Pentatone PTC 5186 845 • 63' •
Opname: januari 2020, Auditorio Stelio Molo, Radiotelevisione svizzera di lingua italiana (RSI), Lugano (CH)

 

Een album gevuld met bekende werken van Claudio Monteverdi (1567-1643) met een titel die erbij past: ‘Il delirio della passione Monteverdi'. Een van de vele uitgaven die de Monteverdi-renaissaince in ons huidige tijdgewricht nog eens uitdrukkelijk markeren, een renaissance overigens die pas ergens in de jaren zestig begon met wat West-Europa betreft de nog steeds actuele uitgaven op het Teldec-label, toen in de met trots gepresenteerde subcategorie ‘Das Alte Werk'. Ze zouden medio jaren zeventig uitmonden in magnifieke vertolkingen van L'Orfeo, Il retorno d'Ulisse in patria en L'incoronazione di Poppea. Rijk gedocumenteerd, historisch tot op de letter verantwoord op grond van de laatste ‘ontdekkingen' in het domein van de historiserende uitvoeringspraktijk en met in de voorste gelederen Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt, beiden verbonden aan ‘Das Alte Werk'. Later nam Warner Classics het stokje van Teldec over en werd de overstap gemaakt van lp naar cd.

Het is lastig om in de muziek van een ‘gouden standaard' te spreken, onverschillig of het die muziek zelf danwel de uitvoering betreft. Zorgt de tijd al niet voor een zekere herijking, dan toch wel onze perceptie, onze persoonlijke smaak. Wat uiteraard niet wegneemt dat er bepaalde vertolkingen zijn die door de jaren heen een bepaalde voorkeur hebben weten vast te houden. Wat de sopranen betreft denk ik daarbij in de eerste plaats aan Cathy Berberian (de muze van Luciano Berio) en Montserrat Figueras (de muze van Jordi Savall). Ook Emma Kirkby mag in dit verband worden genoemd, qua stemtype wellicht meer passend bij dat van de zeventiende-eeuwse castraat, maar qua expressie opzicht minder geprofileerd dan Berberian en Figueras. Een andere belangrijke stem in dit repertoire was Carole Bogard, van wie ik nog een aantal lp's bezit op de labels Cambridge en Vanguard Records, opnamen waaruit eveneens blijkt dat vanaf medio jaren zestig meer belangrijke stappen werden gezet op het gebied van de historiserende uitvoeringspraktijk.

Het bovenstaande dient slechts als opstapje naar deze nieuwe Pentatone-uitgave die niet alleen de Monteverdi-liefhebbers zullen omarmen, want het lijkt me uitgesloten dat iemand niet onder de indruk zal raken van deze uitgelezen zangkunst, met in de hoofdrol de zeer veelzijdige Duitse sopraan (inmiddels mezzosopraan) Anna Lucia Richter (1990, Keulen), die zich in vrijwel ieder repertoire heeft doen gelden als een van de belangrijkste vocalisten van onze tijd. Wat dus tevens geldt voor de muziek van Monteverdi, die zij als vertolkster voor het eerst in haar hart sloot nadat zij de rol van La Musica en Euridice toegewezen had gekregen, toen in een productie samen met het Freiburger Barockorchester en in de regie van niet minder dan Sasha Waltz.

Natuurlijk is het niet alleen Richter die de waarde en betekenis van dit album heeft bepaald, te beginnen bij de beide tweelingbroers Ciro en Teo Aroni (tenor) en de bas Alessandro Ravasio. Hun timbres mengen volmaakt met dat van zowel Richter als het instrumentaal ensemble (waarin Ravasio zich ook als violist manifesteert!). Ook zij bepalen in hoge mate het expressief-decoratieve karakter van ‘Lamento della Ninfa'. Niet minder geslaagd is de countertenor Dimitri Sinkovsky (een stemtype overigens dat in de tijd van Monteverdi niet tot gelding kwam) die t in ‘Pur ti miro' in het duet met Richter pure vocale schoonheid paart aan magnifieke uitdrukkingskracht.

En dan is er het instrumentaal ensemble Claudiana dat niet alleen door een waaier van schitterende klankkleuren van zich doet spreken, maar ook met zijn pregnante spel de rol van begeleiding ver achter zich laat. Pittige tempi (track 2, ‘Zefiro torna'!) worden daarbij niet geschuwd, de stevige ritmiek vergroot de levendigheid van het discours en duidelijk is ook dat de vocalisten er duidelijk in worden meegesleept. Richter zegt het ook met zoveel woorden:

“I could not have wished a better Monteverdi expert at my side than Luca Pianca. He is so passionately enthusiastic about this composer, so experienced, and – thanks to his deep admiration for Monteverdi's genius – also conscientiously meticulous. In addition, the Borletti-Buitoni Trust generously supported me and gave me the opportunity to work with Serena Malcangi, an outstanding Italian-language expert."

Interessant is ook wat zij opmerkt inzake het enige bewaarde fragment van Monteverdi's opera L'Arianna:

“I was fascinated by the fact that, even if the score of the opera L'Arianna is lost, the libretto by Ottavio Rinuccini has survived the passage of time. This offered Serena (de Italiaanse taalkundige Serena Malcangi voor de juiste Italiaanse uitspraak maar ook de vertaling van het fragment, AvdW) . After this, the only fragment — the lament — appeared to me in a completely different light. We witnessed an Arianna who runs into the sea, screaming out the anguish of her soul, completely out of breath, wanting to drown herself and rejecting the fishermen's attempts to rescue her. Knowing this, one cannot start singing the remaining fragment softly and sweetly. Also the small choruses, whose texts interject Ariana's verses, but for which the music appears to have been lost (?), comment on the event — somewhat similar to the choruses of the Lamento della Ninfa . For the listener, too, Arianna's story appears completely different when it is structured by these choruses, as they provide room to process what has been heard. And so the idea was born to replace these choruses with small instrumental intermezzi. Luca Pianca created them, taking his cue from existing madrigals. To me, this idea of reading the “choral texts” while listening to the little interludes is very appealing."

Maar het is uiteindelijk toch Richter die ons met haar ‘melodie-van-de-spraak' naar een - zoals zij zelf zegt - ‘ondoorgrondelijk emotionele diepte' voert waarin ieder woord, zo niet iedere lettergreep en iedere komma telt, omgeven door een spontaniteit die ieder spoor van artistieke berekening al bij voorbaat uitsluit. Het klinkt alsof het allemaal ter plekke is bedacht. Dan is er de fraaie opnametechnische omlijsting die de kroon op dit prachtige 'werk' zet.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links