CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2018

 

Monteverdi: Vespro della Beata Vergine

Collegium Vocale Gent, Schola Gregoriana o.l.v. Philippe Herreweghe
PHI LPH029 • 88' • (2 cd's)
Opname: augustus 2017, Chiesa di San Francesco, Asciano (I)

   

Philippe Herreweghe nam al eerder, medio jaren tachtig, Monteverdi's Maria-vespers op (de opname staat ook op Spotify). Veel indruk maakte deze uitvoering niet, met zijn alles overheersende bijna zalvende goedmoedigheid (braafheid is misschien een betere omschrijving) en het voortdurend gebrek aan expressief scherpe contouren. Het kwam grosso modo neer op een niet bijzonder geïnspireerd raamwerk waarin dit grandioze opus maar niet wilde groeien en bloeien. Maar het is wel meer dan dertig jaar geleden en natuurlijk is Herreweghe sindsdien artistiek verder gegroeid, is ook zijn ervaring als dirigent daarmee stevig toegenomen en durft hij daardoor ook meer. Al blijft het desondanks altijd gissen waarom het de ene keer beter lukt dan de andere, zelfs in een kort tijdsbestek. Zo herinner ik mij dienaangaande live-uitvoeringen onder verschillende dirigenten die toen meer indruk maakten dan later op cd en zelfs dvd.

Wie in oktober van het vorig jaar in het Amsterdamse Concertgebouw de Maria-vespers onder Herreweghe heeft meebeleefd zal ongetwijfeld kunnen beamen dat het uitpakte als een zowel vocaal, instrumentaal als interpretatief groots evenement dat zonder meer het predicaat ‘een klasse apart' verdiende. Solisten, koor en orkest waren toen dezelfde als op deze twee cd's, opgenomen in augustus 2017 in het kader van het Collegium Vocale Crete Senesi Festival in de kerk van San Francesco in het Italiaanse Asciano. Dat was dus drie maanden vóór de uitvoering in Amsterdam. Het bleek een zeer gelukkige greep: de uitvoering gekoppeld aan de opname.

Het Collegium Vocale Gent staat bekend om zijn vocale klasse (het ensemble is wat dit betreft rechtstreeks vergelijkbaar met ons Cappella Amsterdam). Aan hen de taak om vooral de ripieni-partijen optimaal reliëf te verlenen. De solostemmen werden gerekruteerd uit het crème de la crème, met als Cantus de sopraan Dorothee Mields, als Sextus de sopraan Barbora Kabátková (tevens de leider van de Schola Gregoriana), als Altus I en II de hoge tenoren Benedict Hymas en William Knight, als Tenor Reinoud Van Mechelen, als Quintus de tenor Samuel Boden en als Bassus I en II de bassen Peter Kooij en Wolf Matthias Friedrich. De Schola Gregoriana (het ensemble zong de fraai versierde, gregoriaanse antifonen) werd ingenomen door de vijf hoge tenoren Benedict Hymas, William Knight, Vincent Lesage, Johannes Gaubitz en Sören Richter. Samen met de uitmuntende ripiënisten en het bescheiden gehouden, op het hoogste niveau acterende instrumentaal ensemble (2 violen, 4 violen da gamba, violone, theorbe, orgel, klavecimbel, 3 trombones, 3 kornetten, 2 fluiten en 2 blokfluiten) heeft dit onder een zeer geïnspireerde Herreweghe een uitvoering opgeleverd die zich bij de hoogste regionen mag voegen en zich daar ongetwijfeld ook in de komende jaren zal kunnen handhaven.

De precieze indeling van de Maria-vespers zal altijd wel een raadsel blijven. Zo is het niet duidelijk of Monteverdi daarin gebruik heeft gemaakt van het antifoon. Wel of geen antifoon heeft overigens niet alleen een puur muzikale betekenis: het antifoon maakt immers onverbrekelijk deel uit van de liturgische dienst. Voor het motet geldt dat niet. In de overgeleverde uitgave van 1610 is van het antifoon evenwel geen sprake: de vier motetten staan tussen de vijf psalmen ingeklemd. Maar dat zegt op zich nog niets over de uitvoering in de Venetiaanse San Marco. Herreweghe koos voor een soort gulden middenweg, met het antifoon dat voorafgaat aan het psalm, en na het psalm dan het motet.

Wat uiteraard ook in deze uitvoering is gebleven is het fascinerende contrast tussen de in de tijd zo sterk verankerde gregoriaanse traditie in de psalmen en de rijke polyfonie die Monteverdi in het kooraandeel heeft gelegd. Terwijl het in de motetten de solostemmen zijn, gevoed door een eenvoudig gehouden begeleiding, die het stralende karakter van dit grootse werk duidelijk onderstrepen (met een aparte glansrol voor de beide sopranen: Dorothee Mields en Barbora Kabátková).

Het is een klankevenement geworden waarin het vocale en instrumentale kleurenspel domineert en alleen al daardoor een werkelijk betoverend licht- en schaduwspel wordt opgeroepen dat zijn uitwerking op de toehoorder niet zal missen. Dat was zo in Amsterdam en dat was zo in Asciano. Het is glashelder: Herreweghe nam hiermee revanche op die bleke uitvoering van voorheen. Alles ten slotte toch ten goede gekeerd!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links