CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2021

(Fanny) Mendelssohn: Pianotrio in d, op. 11 - Liedbewerkingen voor pianotrio: Die Ersehnte op. 9 nr. 1; Nach Süden op. 10 nr. 1; Die Mainacht op. 9 nr. 6 - Capriccio in As (voor cello en piano)

(Felix) Mendelssohn: Pianotrio nr. 2 c, op. 66 - Frage op. 9 nr. 1 (bew. voor pianotrio)

Alberto Rosado (piano), Alejandro Bustamante (viool), Lorenzo Meseguer (cello)
Play Classics PC 21003 • 67' •
Opname: dec. 2020, Musicstry Studios, Boadilla del Monte (Spanje)

 

Het valt te waarderen en te prijzen dat in het laatste twee decennia (ja, het heeft lang geduurd alvorens het zo ver was) geleidelijk aan meer aandacht is gekomen voor vrouwelijke componisten en dirigenten, een trend die zich ongetwijfeld zal blijven doorzetten. Ook in discografisch opzicht is deze ontwikkeling goed te volgen, getuige het groeiend aantal cd's dat geheel of deels is gewijd aan vrouwelijke componisten en muziek die door vrouwen wordt gedirigeerd. Wat de toondichters betreft geldt het zowel degenen uit een (relatief) ver verleden als zij die in het eigentijdse domein actief staan. De bekende NTR ZaterdagMatinee heeft er niet zo lang geleden er zelfs een aparte serie aan gewijd. Als er een Nederlandse componiste is die bij menigeen gelijk in gedachte zal komen, dan is dat wel Henriëtte Bosmans (1895-1952).

Natuurlijk is die letterlijk eeuwenlange veronachtzaming niet zomaar toe te schrijven aan een gebrek aan kwaliteit zijdens de dames, al wordt nog steeds in recensies maar ook in andere publicaties nog steeds beweerd dat dit wel zo is of er indirect mee te maken heeft. Waarbij ik wijselijk maar in het midden laat in hoeverre kwaliteit, als het op de muziek aankomt, in ook maar enigszins objectieve zin te meten valt. Alleen ten aanzien van de toegepaste techniek van het componeren en uiteraard het instrumenteren kan een zekere mate van objectiviteit opgeld doen, maar daarmee houdt het wat mij betreft toch wel op. Er is geen afdoende maatstaf voor de uitspraak dat vrouwelijke componisten niet onderdoen voor hun manlijke collega's, maar da geldt dan tevens voor het omgekeerde. Terwijl over smaak niet te twisten valt.

In het zeer lezenswaardige artikel van collega Gerard Scheltens over Fanny Mendelssohn (1805-1847), de oudere zus van Felix (1809-1847), wordt onder meer opgemerkt dat zij aldus Goethe even begaafd was als haar broer (klik hier). In 1822 werden ze door Ignaz Moscheles ingewijd in de muziektheorie, maar anders dan Felix lag er voor haar geen rijke muzikale toekomst in het verschiet. Citaat: "Misschien zal de muziek zijn beroep worden," schreef haar toch zo kunstminnende papa, doelend op Felix, "maar voor jou kan en mag het slechts versiering zijn en nooit de basis van je bestaan en bezigheid". Een vrouw was nu eenmaal voorbestemd om zich geheel en al aan man en gezin te wijden. Zoals we dat later ook zagen bij Alma Mahler (1879-1964), die door haar Gustav zelfs werd verboden om zich nog langer aan het componeren te wijden. Maar ook Clara Schumann bleef als componiste ver in de schaduw van haar Robert staan, hoewel ze als pianiste, niet in de laatste plaats door Johannes Brahms, alom werd gewaardeerd. Het kan dus verkeren.

Het nieuwe Mendelssohn-album van het Spaanse pianotrio bestaande uit de pianist Alberto Rosado, de violist Alejandro Bustamante en de cellist Lorenzo Meseguer, bevat naast het roerige Tweede pianotrio in c, op. 66 van Felix Mendelssohn gelukkig ook een aantal werken van Fanny, met als 'hoofdgerecht' het koortsachtige, door 'Sturm und Drang' getekende Pianotrio in d, op. 11, een verjaarscadeau voor haar zus Rebecka. Het werd op 11 april 1847 uitgevoerd in het kader van de door haar vader in hun ruime Berlijnse woning in het leven geroepen Sonntagsmusiken, met Fanny aan het klavier, haar vriend Robert von Keudell op de viool en haar broer Paul op de cello. Fanny zou een maand later overlijden aan de gevolgen van een beroerte.

Ook het Capriccio in As voor cello en piano (dat bepaald niet capricieus begint) is als aanvulling maar ook als repertoirestuk meer dan de moeite waard, wat eveneens geldt voor de drie liederen in deze bewerking voor pianotrio. Tot besluit volgt er nog een liedbewerking, ditmaal van een lied van Felix Mendelssohn. Overigens met de kanttekening dat van een ingrijpende bewerking geen sprake is geweest: het bleek voldoende om de stem aan de vioolpartij te geven. Het bleek naadloos te passen bij het klankregister en de articulatie.

Wat in deze vertolkingen vooral treft is het frisse, sprankelende karakter ervan, gevat in energiek en technisch puntgaaf spel. De homogeniteit van het ensemble wordt nog eens onderstreept door de volmaakte balans tussen de drie instrumenten. De individuele stemvoering, frasering en articulatie dragen bovendien bij aan de klankschoonheid die het ensemble in deze werken etaleert. De opname is zowel helder als sonoor, daarbij tevens breedte en diepte suggererend. Een magnifiek album!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links