CD-recensie

 

© Aart van der Wal, februari 2019

 

Mendelssohn: Pianoconcert nr. 1 in g, op. 25 - nr. 2 in d, op. 40 - Variations sérieuses in d, op. 54 - Rondo Capriccioso in E, op.14 - Lied ohne Worte op. 19b nr. 6 (Venetiaans gondellied)

Jan Lisiecki (piano), Orpheus Chamber Orchestra
DG 00028948364718 • 64' •
Opname: augustus 2018, Teatr Wielki en Polskie Radio, Warschau

   

De uit Poolse ouders geboren Canadese pianist Jan Lisiecki kreeg in 2011 als veelbelovend 16-jarig talent een contract bij Deutsche Grammophon. In de zomer van datzelfde jaar volgde al zijn eerste Chopin-opname. Ik vroeg me een paar jaar later af of dat succes niet ietwat te vroeg was gekomen (hoewel: op YouTube circuleren filmpjes van onder andere Chinese dreumesen die hun handjes niet omdraaien voor een stevige Beethoven). Verwachtingen die bij jongeren (u kent ze vast wel: de Jonge Helden in het tv-programma Podium Witteman) al bij voorbaat hoog gespannen zijn, maar uiteindelijk wel moeten worden ingelost. Met Lisiecki's zich vervolgens snel ontwikkelende carrière werd die vraag echter overtuigend beantwoord: een raspianist die zich bovendien heeft ontpopt als een rasvertolker van het romantisch repertoire (hoewel hij ook met zijn Mozart hoge ogen gooit).

Zijn nieuwste album is geheel gewijd aan Mendelssohn, die zich als componist afwisselend als classicus en romanticus manifesteert, bovendien goed kon schilderen en als kapelmeester van het Gewandhaus-orkest in Leipzig als geen ander wist hoe een orkest kon en moest klinken. Dat is het voordeel van de componist die tevens dirigent is: die dubbele ervaring levert zowel creatieve synergie als door de orkestpraktijk gevormde finesse in instrumentatie en orkestratie op. Wat overigens niet wil zeggen dat ik zijn beide ‘volbloedige' pianoconcerten mee zou willen nemen naar dat bekende onbewoonde eiland. In die beide concerten veel ‘Sturm und Drang', zowel qua thematiek als qua uitwerking, en naar mijn smaak niet behorend tot het beste wat uit zijn pen is gevloeid, maar onder de handen van een als een jonge god spelende Lisiecki wel capricieus pianistisch vuurwerk, met de leden van het Orpheus Chamber Orchestra als meer dan kleurrijke secondanten. Lisiecki toont zich ook een meester in de middendelen van de beide concerten: de lyriek stroomt niet alleen, maar de pianist laat ook horen hoezeer uitgekiende timing bijdraagt aan het poëtische beeld. Dat is ook het mooie van klassieke muziek: dat het notenblad echt ruimte biedt aan een eigen interpretatie. Dat alleen al minuscule tempoverschillen in (over)bekend repertoire nieuwe inzichten kunnen opleveren. Maar ook dat vanuit het kleine het grote kan ontstaan.

Dat beeld herhaalt zich niet alleen, maar wordt zelfs uitvergroot in de beide solowerken: de 17 ‘serieuze' variaties en het Rondo capriccioso. Naar mijn gevoel is dit Mendelssohn op zijn best, berstensvol transparante energie en inventiviteit, de suggestie ook dat het allemaal moeiteloos uit zijn pen vloeide, hij het alleen maar hoefde op te schrijven. Dat het zo en niet anders kon, verrassend en logisch tegelijkertijd. Aan het slot nog dat echte toefje op de taart: het sfeerrijke Venetiaanse gondellied dat staat geboekstaafd als ‘Lied ohne Worte' op. 19b nr. 6. Wat compositorische én pianistische verbeelding al niet vermag!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links