CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2016

 

Songs without words for Piano Trio

Mendelssohn: Pianotrio nr. 1 in d, op. 49

Wieck-Schumann: Pianotrio in g, op. 17

Schumann: Fantasiestücke op. 88

I Giocatori Piano Trio (Hendrik Ide, viool; Lude Ide, altviool; Hans Ryckelynck, piano)

Phaedra PH 292034 • 72' •

Opname: februari en maart 20165, Sint Vincentiuskapel, Ghent

 

In de schaduw van de Grote Meester, zo moet het ongeveer voor Clara Wieck (1819-1896) zijn geweest. Ze trouwde op 12 september 1840 met Robert Schumann. Als componiste dan, want zij behoorde tot de meest gevierde pianisten van haar generatie. Zoals twee andere 'schaduwen' ook componeerden: Fanny Hensel (1805-1847), de zus van Felix Mendelssohn, evenals Clara pianiste en bovendien haar tijdgenote; en Alma Schindler (1879-1964), de echtgenote van Gustav Mahler, die zulke mooie liederen componeerde dat die bij haar Gustav goed in de smaak vielen maar haar uiteindelijk een 'componeerverbod' van de (jaloerse?) echtgenoot opleverden. Dat de geëmancipeerde en doortastende Alma dit accepteerde is een van de vele raadsels die haar omgeven.

Clara Wieck, het wonderkind dat nog maar nauwelijks negen al optrad in het (oude) Gewandhaus in Leipzig en als zestienjarige in 1835 met zijn huisorkest onder leiding van Mendelssohn haar eigen Pianoconcert speelde dat ze twee jaar eerder had gecomponeerd (niet toevallig in dezelfde toonsoort die haar Robert later voor zijn Pianoconcert zou kiezen). De muziekkritiek was uitgesproken vrouwonvriendelijk, zeker in die tijd niets bijzonders: 'Onmogelijk om in alle ernst enige kritiek te formuleren, het gaat hier immers om het werk van een vrouw' (Carl Ferdinand Becker). Maar later in Sint-Petersburg werd tijdens een van Clara's concerten aan Schumann gevraagd: "Doet u ook aan muziek?"

Gelukkig zagen vakgenoten als Chopin, Mendelssohn, Brahms en Schumann er wel degelijk het compositietalent van Clara. Van haar Pianotrio uit 1846 (ze was toen 27) kan overigens hetzelfde worden gezegd: ze kende als pianiste het genre als geen ander, had in Dresden haar eigen serie kamermuziekconcerten, maar voor deze bezetting nog niet eerder had gecomponeerd. Het is een fraai contrasterend werk geworden dat wortelt in de geesteswereld van zowel haar echtgenoot als dat van Mendelssohn. Het absoluut tijdloze karakter van het werk, een fraai gebalanceerde mengeling van gespierde thematiek en dichterlijke lyriek, maakt al duidelijk dat we bepaald niet met een dilettantisch stuk te maken hebben. Sterker nog, het zou zelfs een Schumann of Mendelssohn niet hebben misstaan, al zijn de contouren in het Scherzo wel wat flets. Het I Giocatori Pianotrio zorgt voor een schitterende lezing van dit nog steeds onderschatte opus. Niet minder expressief en briljant verlopen de overige twee wel zeer bekende werken: Mendelssohns Eerste pianotrio en Schumanns Fantasiestücke op deze fraai opgenomen cd. Drie meesterwerken, broederlijk verenigd. Zoals het in die tijd ook geweest moet zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links