CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2013

 

Mendelssohn: Symfonie nr. 2 in Bes, op. 52 (Lobgesang)

Judith van Wanroij en Machteld Baumans (sopraan), Patrick Henckens (tenor), Consensus Vocalis o.l.v. Klaas Stok, The Netherlands Symphony Orchestra o.l.v. Jan Willem de Vriend

Challenge Classics CC72543 • 63' • (sacd)

Opname: december 2011 en juli 2012,
Muziekcentrum Enschede

   

Het wordt in het cd-boekje aanschouwelijk voorgesteld: het is juni 1840, we zijn in de Thomaskerk in Leipzig, eens de 'werkplaats' van de Thomascantor Johann Sebastian Bach, maar nu de plek waar straks voor het eerst Mendelssohns 'Symphonie-Kantate nach Worten der Heiligen Schrift' voor soli, koor en orkest zal klinken, geleid door de meester zelf. Er viel op die 25ste juni bovendien iets bijzonders te vieren: de vierhonderdste 'geboortedag' van de uitvinding waarmee Johannes Gutenberg voorgoed in de geschiedenisboekjes belandde: de drukpers. De verwachtingen waren hoog gespannen, en misschien ging er wel een siddering door de toehoorders toen daar voor het eerst de inleidende maten van het majestueuze trombonethema klonken.

Die Tweede symfonie is een groots aangelegd werk dat binnen de symfonische traditie slechts een bescheiden rol is toebedeeld. Uitvoeringen zijn op de vingers van een hand te tellen en vrijwel niemand zal Mendelssohns 'Symphonie-Kantate' zomaar spontaan rekenen tot een van de hoogtepunten binnen de negentiende-eeuwse symfonische canon, een eer die de symfonieën van Beethoven, Brahms, Bruckner en deels ook Schubert wel te beurt valt. Dat lot deelt de Tweede symfonie met de Eerste en de Vijfde, terwijl de sprankelende Vierde (Italiaanse) en in iets mindere mate de donker getinte Derde (Schotse) juist wel regelmatig op de lessenaars staan. Wie echter de populariteitslat ernaast legt zal vaststellen dat beide symfonieën desondanks niet in de hoge regionen van de concertprogrammering voorkomen. De overeenkomst met de eveneens weinig gespeelde symfonieën van Mendelssohns goede vriend Robert Schumann dringt zich op. Zegt dat iets over de kwaliteit van deze muziek? Ik durf hier de stelling wel aan dat dit niet zo is. Neem bijvoorbeeld de symfonieën van Sibelius met wie het in de uitvoeringspraktijk nog veel slechter is gesteld en in ons land nauwelijks worden uitgevoerd (met uitzondering van de relatief populaire Tweede) ware meesterwerken met een hoge mate van oorspronkelijkheid. Om in het Noorden te blijven: Peer Gynt kennen we allemaal (en dan met name de suites), maar Griegs symfonische oeuvre krijgt vrijwel geen aandacht. Enzovoorts.

Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat Mendelssohn zijn 'Lobgesang' modelleerde naar Beethovens Negende, maar dat is al te gemakkelijk. Zeker, er is in zekere zin een verwantschap, met soli, koor en orkest, en een eveneens jubelend slot, maar daarmee houdt de vergelijking op. Tegenover Beethovens vierdelige Negende, strikt geconcipieerd in de sonatevorm, met keurig in het midden van dat symfonische parcours een scherzo en adagio (trouwens de eerste keer dat het scherzo vóór het adagio komt!), staat Mendelssohns in elf segmenten ingedeelde Tweede symfonie, met een puur instrumentale, driedelige Sinfonia die het spits mag afbijten. We zijn daarmee dichter bij Bachs cantatewereld dan bij Beethovens symfonische uitspansels, waarbij we ons overigens best mogen laten meeslepen door Mendelssohns compositorische raffinement dat maar één doel lijkt te kennen: ons zo dicht mogelijk bij het hart van de liturgische boodschap brengen, de weg van het donker naar het licht, van de naargeestige krochten, het aardse tranendal van smaad en knellende banden naar de alles in de schaduw stellende, onoverwinnelijke en onvergankelijke heerlijkheid van de Heer. Het jubelkoor biedt daarvan de bevestiging in stralend majeur: 'Ihr Völker, Ihr Könige, Der Himmel, Die Erde bringe(t) her dem Herrn Ehr und Macht!' Geen 'Ode an die Freude' (Beethoven), maar een ode aan God, Heer en Herder, waarmee het werk wordt besloten. Net zo massaal, net zo imposant en net zo doordringend als de dove meester vóór hem, laat Mendelssohn zijn symfonische cantate uitklinken.

De Tweede symfonie onder Jan Willem de Vriend lijkt het begin te zijn van een heuse Mendelssohn-cyclus die uiteindelijk alle vijf symfonieën zal omvatten. Als de overige vier er net zo formidabel vanaf komen als deze eersteling kunnen we ons gelukkig prijzen, want ik kan - alle denkbare chauvinistische gevoelens opzij zettend - geen betere uitvoering bedenken dan deze. Wat minder fijnzinnig dan de lezing van Abbado, maar misschien juist daardoor des te treffender, met meer dramatische diepgang, zowel vitaliserend als beschouwend, zij met minder klankraffinement dan bijvoorbeeld de Londenaren of Berlijners, maar wel volstrekt naturel, spannend en dynamisch gedurfd, de wil om echt uit en dóór te pakken als muziek én tekst daarom vragen, waarbij de Vriend ervoor waakt om de symfonische cantate tot een opera-achtig spektakel om te smeden. Hij weet als geen ander dat de juiste dosering pas de ware krachten in zo'n partituur losmaakt. De hechtheid van de delen, de alles omvattende structuur en de indruk van een uitvoering uit één stuk staan er garant voor dat deze uitvoering staat als een huis , met bovendien een uitgelezen solistenteam, een magnifiek koor (en dan te bedenken dat Consensus Vocalis een amateurkoor is!) en dito orkest. Als ik het bekende 'rijtje' afga (ik noemde reeds Abbado, maar daar horen ook Chailly, Dohnányi en Karajan bij) en tevens Edo de Waart met het Radio Filharmonisch Orkest erbij betrek (u vindt de gehele uitvoering op YouTube), heeft De Vriend wat mij betreft toch de beste kaarten. Dit smaakt duidelijk naar (véél meer); en alsof dat nog niet genoeg is heeft Bert van der Wolf (met zoon Martijn als zijn assistent?) voor een surround- (én stereo-)opname gezorgd die klinkt als tien klokken tegelijk (wat staat ook het orgel er mooi op!). Dit is wat je noemt demonstratiekwaliteit! Een slordigheid: de naam van de organist wordt niet vermeld, zeker bij dit geweldige orgelspel.

Tot slot nog even stilstaand bij wat koordirigent Klaas Stok met zijn Consensus Vocalis in deze opname presteert. het blijkt niet minder dan een ware prachtbijdrage, en weer het bewijs hoezeer de vaderlandse amateurkoren zich in de afgelopen kwarteeuw in positieve zin hebben ontwikkeld. Toch is het verbazingwekkend: waar komen al die uitstekend presterende koren, hetzij amateur, semi- of professioneel, toch ineens vandaan? Denk alleen maar aan Cappella Amsterdam, de Rotterdamse Laurenscantorij, het Rotterdams Vocaal Ensemble, het Nederlands Concertkoor enz. Nog niet zo lang geleden had het Concertgebouwkoor – met 'Chorus Master' Arthur Oldham – zelfs geen schijn van kans. De tijden zijn veranderd; en gelukkig maar.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links