CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2008


 

Martinu: Strijkkwartet nr. 2 H 150 (1925) - nr. 4 H 256 (1937) - nr. 5 H 268 (1938).

Kocian Quartet.

Praga Digitals PRD/DSD 250 205 • 67' • (sacd)

 

 


Bohuslav Martinu (1890-1959) tot de kleurrijkste Tsjechische componisten uit de vorige eeuw worden beschouwd. Voor menigeen staat hij zelfs op dezelfde eenzame hoogte als Janácek, maar dat lijkt me toch iets te veel eer voor een toondichter die voor zijn muziek uit zovele verschillende bronnen putte dat een specifieke stijl hem met geen mogelijkheid kan worden toegedicht. Hij schreef snel en gemakkelijk, maar ook veel, waaronder niet minder dan zeventien opera’s en meer dan tien avondvullende balletten, zes symfonieën, ruim twintig concerten voor allerhande solo-instrumenten, tien substantiële orkestwerken, een cantate, twee nonetten, vijf vioolsonates, drie cellosonates, een fluitsonate en zeven strijkkwartetten. En dan heb ik her en der nog veel overgeslagen, want de Belgische musicoloog Harry Halbreich heeft zo’n vierhonderd door Martinu nagelaten werken geïnventariseerd (vandaar de H-nummering).

Er is geen vrijwel muzikale stroming te bedenken of Martinu hield er zich mee bezig. Een duidelijke richting heeft hij in zijn werkzame leven nooit gekozen, of willen kiezen. Het resultaat was een zeker briljante, maar onmiskenbare smeltkroes van stijlen, waarin hij zich uitstekend thuis voelde. Dat betekent niet dat Martinu oppervlakkig componeerde, of - nog sterker - er met de pet naar gooide. Integendeel, hij componeerde vakkundig en consciëntieus. Een groot aantal werken is het dan ook meer dan waard om regelmatig te worden uitgevoerd. Daartoe reken ik zeker ook de zeven strijkkwartetten, waarvan de laatste vier naar mijn smaak tot de belangrijke werken in het domein van de twintigste-eeuwse kamermuziek behoren. Ook al horen we in die muziek vleugjes Janácek, Dvorák, Smetana, Stravinsky, Honegger, Bartók, Zemlinsky enzovoorts. In ieder geval zijn er her en der voldoende Tsjechische elementen in Martinu's scheppingen aan te wijzen die het onderschrift Uit mijn vaderland best rechtvaardigen. Smeltkroes of niet.

Algemeen wordt het Vijfde kwartet (gecomponeerd in mei 1938 in Parijs) als Martinu’s beste kamermuziekwerk beschouwd. Niet zo verwonderlijk want de dramatische ontwikkelingen in het zicht van de Tweede Wereldoorlog hebben in die dagen vele kunstenaars toen geïnspireerd. Maar ook de overige kwartetten mogen er qua thematische en ritmische inventiviteit, rijkdom aan klankkleuren en zeker ook de soms fascinerende vormgeving best zijn. In deze werken liet Martinu ook zien dat hij tot polyfone huzarenstukjes in staat was, zoals in het Tweede kwartet uit 1925. Ook wordt Martinu’s voorliefde voor barokke vormen en ornamentatie in dit werk bijzonder fraai uitgewerkt.

Dat Martinu zich in het wezen van het strijkkwartet bijzonder goed thuis heeft gevoeld blijkt uit een brief die hij in december 1946 in New York schreef, toen hij aan zijn Zesde kwartet werkte: “Het valt mij moeilijk om mijn vreugde uit te drukken die ik voel wanneer ik kamermuziek componeer. Het plezier die de vier stemmen mij verschaffen. Bij het strijkkwartet voel ik me thuis, vertrouwd, ben ik gelukkig. Buiten regent het en het schemert, maar de vier stemmen merken daarvan niets, ze zijn onafhankelijk, vrij om te doen wat ze willen. Desondanks scheppen ze een harmonische eenheid, ze nemen een nieuw soort entiteit aan, een nieuwe substantie en een harmonisch geheel. Ik zeg dit met nadruk omdat dit op dit ogenblik in deze wereld zo uitzonderlijk is…”

Het uit Praag stammende Kocian Quartet heeft zeker niet het primaat op de Tsjechische of Middel-Europese muziek, en al helemaal niet op Martinu’s merendeels 'internationale' idioom, maar deze strijkkwartetten zijn dit ensemble absoluut op het lijf geschreven. De vier musici houden een dusdanig krachtig pleidooi voor deze kwartetten, dat die zonder uitzondering als meesterwerken voor ons oprijzen. De sterk wisselende stemmingsbeelden die de componist in deze partituren oproept worden al even gevarieerd gerealiseerd. Passie, dissonant contrapunt en gekruide harmonieën gaan hand in hand met spanningsvolle fraseringen en optimale dynamische nuancering. De prachtige ensembleklank is een lust voor het oor en de opname is al niet minder. Kortom een over de gehele linie zeer geslaagd geheel en aldus een bijzonder waardevolle bijdrage aan de Martinu-discografie.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links