CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2017

 

Martin: Ein Totentanz zu Basel im Jahre 1943

ARMAB Associação Recreativa Musical Amigos da Branc), Sacramentskoor Breda, Hineni String Orchestra, Basler Trommel (Edith Habraken, Christine von Arx, Eduard Grass-Haas), Geoffrey Madge (piano) Dirigent: Bastiaan Blomhert

CPO 777 997-2 • 60' •

Opname: 2011-2012 op meerdere locaties

   

 
 
Gravure van Merian (1644)
   

Zo langzamerhand is het complete oeuvre van de Zwitserse componist Frank Martin (Genéve, 1890-Naarden, 1974) op cd verschenen. Na de laatste aanwinsten, Der Sturm en Das Märchen vom Aschenbrödel, is het nu de beurt aan Ein Totentanz zu Basel im Jahre 1943, een lange titel die verwijst naar een dodendans zoals die rond 1440 op de muur van de begraafplaats van het klooster der Dominicanen in Bazel werd aangebracht. Wie ernaar op zoek gaat wacht echter een teleurstelling: er bestaan nog slechts negentien in slechte staat verkerende fragmenten en is het behelpen met bewaard gebleven gravures van Merian uit 1644.

De oorspronkelijke maar liefst 37 door Konrad Witz vervaardigde muurschilderingen hebben waarschijnlijk als belangrijkste inspiratiebron de ‘Zwarte Dood', de pestepidemie die met name Europa rond 1340, dus een eeuw eerder, in zijn greep had en die wereldwijd miljoenen slachtoffers maakte, in een tijdvak dat toch al werd gekenmerkt door grote politieke en religieuze roerselen. Het was de tijd van de Honderdjarige Oorlog, ongekende misoogsten en hongersnoden door diep ingrijpende klimaatveranderingen.

Realistisch
De afbeeldingen weerspiegelen de grote invloed van en de angst voor de dood, maar ook de onvermijdelijkheid ervan en dat deze geen onderscheid maakt: voor de dood is er voor iedereen, hij maakt onverbrekelijk en onherroepelijk deel uit van het menselijk lot. Ook de Zwarte Dood raakte alle lagen van de bevolking, mede door de toen heersende slechte hygiënische omstandigheden. Het maakte niet uit wie rijk was of arm, wie kardinaal, ridder, dakloze, koning of generaal was. De dood was de onontkoombare, onbarmhartige nivelleerder die iedereen gelijk maakte.
Witz heeft de dood in de vorm van een geraamte realistisch afgebeeld. Kinderen, mannen en vrouwen van hoog tot laag worden in zijn macabere dans meegesleurd, de eeuwigheid in. Het is een onderwerp dat schilders, beeldhouwers, componisten en schrijvers door de eeuwen heen heeft geïnspireerd. Daaronder ook de Duitse schilder Hans Holbein (1497-1543) die in Bazel werkte en daar in de eerste helft van de zestiende eeuw houtsneden maakte met de Dodendans als onderwerp. Schilders als Holbein hadden het, te midden van de turbulentie van de Reformatie, moeilijk om aan opdrachten te komen, want ze leefden van het maken van altaarstukken en andere kerkdecoraties. Werk van plaatselijke drukkers was dus meer dan welkom. In de schilderkunst en de literatuur waren Dodendansen bovendien zeer in trek en was Holbein de enige niet die daarop inspeelde.

 
 
Arthur Honegger (1940)

Honegger en Claudel
De Zwitserse componist Arthur Honegger (1892-1955) componeerde in 1938 zijn 'cantate sacrée' Le Danse des Morts voor sopraan, alt, bariton, gemengd koor en orkest naar op de Dodendansen van Holbein geïnspireerde teksten van de Franse dichter Pierre Claudel (1868-1955). Het bleek een pakkende combinatie, en vooral omdat Claudel van huis uit bijzonder muzikaal was en zijn poëtisch concept in feite al muzikaal vorm had gegeven voordat Honegger ook maar een noot op papier had gezet. Honegger vond bij Claudel een onverwacht groot muzikaal tekstbegrip van zowel het gesproken als het gezongen woord, dat de toondichter in staat stelde om zowel grote dramatische spanningsbogen als bijzonder grillige klankschilderingen in zijn partituur te realiseren. Honegger zei daarover: “Met de tekst was de gehele muzikale sfeer al geschapen, de partituur stond eigenlijk al tevoren vast en de componist hoefde die alleen maar in zijn klankmaterie te realiseren.” Zo eenvoudig was het natuurlijk niet, maar het bevestigt wel de muzikale invloed van Claudels tekst. In 1940 leidde Paul Sacher in Bazel de première van Honeggers ‘Meisterstück' (want dat is het). Hoe een simpel idee van Claudel na een bezoek aan het museum in Bazel kon uitgroeien tot een groots muzikaal spektakel.

 
 
Frank Martin (1942)

Dans en mime
Frank Martin werd op het spoor van de dodendans op de kloostermuur in Bazel gezet door de pantonimespeelster Mariette von Meyenburg. Wie de afbeeldingen bekijkt begrijpt ook dat zij er zeker vanuit haar professie diep door werd geraakt en mogelijkheden zag om uit die beelden een theaterstuk te smeden. Ze vroeg haar oom om de muziek te componeren bij een voorstelling van dans en mime met daarin centraal de dodendans. De Tweede Wereldoorlog was in volle gang. Toen, in de Middeleeuwen was het de ‘Zwarte Dood', nu, temidden van het oorlogsgeweld, was het de dood die over de slagvelden raasde maar ook elders ontelbare slachtoffers maakte. Dat daarbij Zwitserland gespaard bleef is minder een wonder dan het op het eerste gezicht misschien lijkt, maar het gaf menigeen in die tijd toch wel een zeker gevoel van dankbaarheid: in het neutrale Zwitserland was, anders dan elders in Europa, nog ruimte voor cultuur en andere geneugten. Het was er, vergeleken met het in massaal brand staande Europa, goed toeven.

 
 
Uitvoering in Bazel (De Dood)

In de open lucht
In het programmaboekje van de voorstelling is dat ook terug te vinden: ‘Voor de tweede maal sinds het begin van deze eeuw zijn wij omgeven door een wereldconflict. Op wonderlijke wijze houdt de ergste dood halt aan onze grenzen. De massale en onpersoonlijke dood. Wij kunnen wel rustig leven, maar we moeten ook onze eigen dood daarbij wel voor ogen houden. Want de massale dood raakt en waarschuwt ons'.
Het werd in Bazel in mei en juni 1943 een voorstelling in de open lucht, daar aan de Münsterplatz met zijn monumentale kathedraal. Of het een succes was vertelt de geschiedenis niet, maar wel staat vast dat het maar liefst tot 1992 heeft geduurd alvorens het stuk opnieuw werd uitgevoerd. We mogen ons dus minstens gelukkig prijzen dat er nu dan eindelijk een cd is verschenen, een heuse plaatpremière.

Trommels in de ‘Fassnacht'
In het werk van Martin speelt het in Bazel van oudsher gevestigde en daar allerwegen bekende trommelaarsgilde, de ‘Basler Trommel', een belangrijke rol. Ze zijn in Bazel nog steeds actief tijdens de zogenaamde ‘Fassnacht', volgens de inwoners de ‘drey scheenste Dääg' (de drie mooiste dagen) van het jaar. Het feest begint op de maandag na Aswoensdag om vier uur 's morgens en eindigt nauwgezet na 72 uur. Gedurende die tijd heerst er in de binnenstad een groot carnavalesk feestgedruis en vloeit de alcohol rijkelijk. Met voorop de trommelaars trekt een joelende en lallende menigte door de straten.

In de voorstelling van Von Meyenburg waren het de trommelaars die - als medeacteurs - in belangrijke mate bijdroegen aan zowel de ‘couleur locale' als aan het marsachtige, maar ook onheilspellend ritmische profiel van de muziek. Dat Martin hun partij niet tot in detail heeft uitgewerkt is achteraf bezien misschien spijtig, maar gelukkig bood Edith Habraken uitkomst: zij is Nederlandse, woont in Bazel en weet werkelijk alles van de ‘Basler Trommel'. Wat verder nog ontbrak werd aangevuld met ander materiaal.

 
 
Balthasar Bidembach

De dood loopt als een rode draad door het gehele werk. Dat begint al met de melodie ‘Der grimmig Tod mit seinem Pfeil' van Balthasar Bidembach (1533-1578) die a capella door het koor wordt ingezet en vervolgens als leidmotief het gehele stuk in zijn greep houdt, zowel melodisch en harmonisch als ritmisch. Het 'hemelse' vinden we terug in de kinderstemmen die als hemelse begeleiders de begrafenisstoet ‘inkleuren'. Een klein strijkorkest speelt hemelse cantilenen.

Hemels en aards
Dat de ontmoeting met de dood geen rangen of standen, geen leeftijd en geen geslacht kent wordt gesymboliseerd door een rijke en een oude man, een moeder met haar kind, een atleet, een jong meisje, een mooie vrouw en een zelfmoordenaar. Dat levert de volgende taferelen op: 1. Inleiding (instrumentaal); II. de Dood en de Oude Man; III. Dodendans met de Moeder en haar Kind; IV. Dodendans met de Atleet; V. De Dood en de Rijke Man; VI. Intermezzo (instrumentaal); VII. Dodendans; VIII. Dodendans met het Jonge Meisje; IX. Dodendans met de Zelfmoordenaar; X. De Dood en de Mooie Vrouw.
De daarmee verbonden 'aardse' muziek wordt uitgevoerd door een jazzensemble, bestaande uit vier klarinetten, zes saxofoons, twee trompetten en twee trombones. Alsof we daarmee worden verplaatst naar de jazzklanken in de Berlijnse cafés van de jaren twintig van de vorige eeuw, de wereld van Alfred Döblins Berlin Alexanderplatz en het Berliner Requiem van Kurt Weill. De dansante en marsachtige elementen vormen een mengsel van oud en nieuw, instrumentaal vormgegeven door contrabas, piano, veel percussie en natuurlijk de trommelaars. Martin bracht sterke contrasten aan tussen verleden en heden, maar hij bracht ze op eenzelfde indringende manier ook samen. Het diep gelaagde perspectief, samengesteld uit heterogene en homogene elementen levert een dusdanig rijk geschakeerd caleidoscopisch landschap op dat ook na herhaald beluisteren dit werk blijft verbazen.

Première op cd
Deze uitvoering, tevens een cd-première, is een wel zeer internationale aangelegenheid geworden: er zijn drie echte trommelaars uit Bazel, de blazers van het ARMAB Orchestra komen uit Portugal, de pianist uit Australië, het koor, de strijkers en de dirigent uit ons land. De opnamen werden gemaakt in Nederland en Portugal en later vakkundig gemixt (u hoort de onvermijdelijke akoestische verschillen echt niet, zo meesterlijk zijn die weggepoetst!) Er wordt op alle fronten fantastisch gemusiceerd. Het enige puntje van kritiek geldt het Duits van het koor, dat zeker bij een goede taalcoach fors had gewonnen. Zo telt ‘Der grimmig Tod mit seinem Pfeil' daardoor helaas nogal wat ongelukkige momenten, maar deze eenzame kanttekening valt in het niet bij wat deze uitvoering van begin tot eind stuwt en draagt: intense muzikaliteit, sterke spiritualiteit, grote betrokkenheid en Blomherts machtige greep op het geheel. En niet in de laatste plaats het feit dat er nu dan eindelijk een opname van deze magnifieke Totentanz zu Basel is verschenen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links