CD-recensie

 

© Aart van der Wal, maart 2017

 

Mansoerian: Requiem (2011)

Anja Petersen (sopraan), Andrew Redmond (bariton), RIAS Kammerchor, Münchener Kammerorchester o.l.v. Alexander Liebreich

ECM New Series 2508 4814101 • 46' •

Opname: januari 2016, Jesus-Christus-Kirche, Berlijn-Dahlem

 

Een Requiem opgedragen aan de slachtoffers van de Armeense genocide zoals die tussen 1915 en 1917 plaatshad. Een massamoord die zijdens de Turken nog steeds op volmondige erkenning wacht. De Armeense componist Tigran Mansoerian (1939) schreef het in de periode 2010-2011 voor sopraan, bariton, gemengd koor en strijkorkest, met gebruikmaking van de traditionele Latijnse tekst. Vandaar de acht bekende onderdelen: Requiem aeternam, Dies irae, Tuba mirum, Lacrimosa, Domine Jesu Christe, Sanctus en Agnus Dei. Ik laat de componist zelf aan het woord:

‘Tijdens het componeren stond ik voor een lastig probleem, waarvan de oplossing mij veel tijd en energie kostte. In de laatste tien jaar was ik al aan drie verschillende Requiem-composities begonnen, maar die vervolgens weer terzijde gelegd. Kern van het probleem waren voor mij de wezenlijke verschillen in interpretatie tussen de geestelijke teksten zoals die in de Armeense en in de rooms-katholieke kerk worden gebruikt. Een gelovige die deel uitmaakt van een volk dat vele eeuwen lang door de staat niet werd erkend, heeft een duidelijk ander begrip van deze teksten dan degene die zich geschraagd weet door een sterke geestelijke gemeenschap en een eeuwenoude staatsinrichting. Gelovige Armeniërs ervaren het Kyrie eleison in de werken van Bach en Beethoven minder als een gebed, maar veel meer als een oproep van de Almachtige. Verder diende het mij goed voor ogen te staan wie het Requiem uiteindelijk zouden zingen: de aanhangers van de ene, of juist van de andere traditie? Uiteraard koos ik zelf voor de traditie die mij het meest aan het hart ligt.
Afgezien daarvan heb ik mij aan het theatrale rituele aspect gestoord zoals dat zich in de loop der eeuwen in de Europese muziek heeft ontwikkeld. Ik besloot om mij niet met dit theatrale, retorische systeem in te laten, teneinde mij niet terug te moeten vinden als een ‘acteur' in een ‘dubbel theater'. Precies zo zou ik mij hebben gevoeld als ik de retoriek en gestiek van een mij vreemde ritus zou hebben toegepast. Ik moest van mijn eigen ‘theater' uitgaan. Het was mij volstrekt helder dat de zangers in mijn Requiem van dezelfde bezielde geest en karaktereigenschappen vervuld moesten zijn als de figuren op de miniatuurschilderingen in de antieke Armeense manuscripten. Dit uitgangspunt was mij bij mijn arbeid zeer behulpzaam.
Tegelijkertijd heb ik mij grondig beziggehouden met de canonieke Latijnse tekst. Terwijl ik eraan werkte, voortdurend onder invloed van de oud-Armeense monodische muziek, leek het mij soms alsof de Latijnse woorden zich fonetisch oplosten in de Armeense. Op een mystiek moment werd het Latijn zelfs Armeens! Ik moest ontwaken uit deze ervaring, om mij ervan te vergewissen dat er werkelijk in het Latijn werd gezongen! In die tijd ontdekte ik dat de gezongen melodie de herinnering aan die teksten in zich draagt waaruit zij oorspronkelijk is voortgekomen.
Ik hoop dat uit deze verbinding tussen de oude geestelijke en de seculiere muziek van Armenië en de Latijnse tekst iets van het onverwachte, ja zelfs van het paradoxale is ontstaan'.

Zo heeft de componist zijn Requiem beschreven en zo klinkt het ook. Natuurlijk betreft het een eschatologisch opus dat gaat over de laatste dingen, de dogmatiek van het lot van de mens na de dood, het Laatste Oordeel en uiteindelijk (hopelijk) de eeuwige zielenrust. Maar daarmee is dit Requiem nog geen uitgesproken kerkelijk werk. Opzet en uitwerking tenderen zelfs eerder naar uitvoering in de concertzaal, al biedt het in puur akoestisch opzicht meer dan voldoende aanknopingspunten voor uitvoering in een kerk (deze opname vond trouwens in een kerkgebouw plaats). In mijn beleving maakt het echter niet veel uit: het is de tekst en het is de muzikale inhoud die doorslaggevend zijn voor de beleving en niet zozeer waar het wordt uitgevoerd. Ontdaan van iedere opsmuk en theatraliteit zijn we getuige zijn van een van de mooiste Requiems van de laatste jaren. Nee, het is niet alleen etherisch gezang dat klinkt, maar toch overheerst ondanks de soms wel degelijk opgewonden ritmiek (zoals in het Kyrie) een berustende, contemplatieve ambiance waardoor het werkelijke karakter van dit opus wordt bepaald. Al is de toonzetting van het Dies irae wel degelijk bijna opzwepend en klinkt het Domine Jesu op het scherp van de snede, het inkervende instrumentale en vocale ‘vlagvertoon' blijft uit. Zo gaat het in het Dies irae niet om luidheid en instrumentale schittering (alsof dat een doel op zich zou moeten zijn) maar om fascinerende ritmische patronen in de strijkers die voor sfeertekening zorgen. Dat er geen sprake is van een uitgesponnen ‘helse' beschrijving wordt nog eens ondersteund door de tijdsduur. Het Dies irae is met nog geen drie minuten het kortste deel van dit Requiem (het is met slechts ruim vijfenveertig minuten een van de kortste dodenmissen).

Anders dan bij Fauré en Duruflé is Mansoerians Requiem geen optimistisch getint, of bijna zalvend werk. Wat duidelijk wordt ingegeven door de aanleiding of zo u wilt de inspiratiebron: die vreselijke slachtpartij zoals die zich in Armenië heeft voorgedaan. We bevinden ons feitelijk voortdurend op de kruising van verzet en berusting, van progressie en stilstand, van hoop en zekerheid, in een muzikale taal die direct aanspreekt en mede door de zeer fraai uitgewerkte instrumentale omlijsting diepe indruk maakt. Wat deze mis bovendien zijn bijzondere plaats in de muziekgeschiedenis kan geven is de herdenking van de Armeense genocide. Ik betrapte mij er zelfs op dat door die wetenschap vooraf Mansoerians Requiem voor mij een nog diepere betekenis kreeg dan wanneer ik die kennis niet zou hebben gehad. Met de nadruk op ‘nog', want deze uitvoering is los van welke niet-muzikale gedachte ook van een ongrijpbare schoonheid, zowel vocaal (solisten en koor) als instrumentaal. De opnametechnici hebben de imposante akoestiek van de Jesus-Christus-Kirche in Berlijn-Dahlem op werkelijk schitterende wijze uitgebuit.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links