CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2020

Mahler/De Leeuw: Das Lied von der Erde

Lucile Richardot (mezzosopraan), Yves Saelens (tenor), Het Collectief o.l.v. Reinbert de Leeuw
Alpha 633 • 64' •
Opname: januari 2020, Muziekgebouw, Amsterdam

   

In het cd-boekje legt Thomas Dieltjens, lid van het kamerorkest Het Collectief, het haarfijn uit: dat na de première van deze kamermuzikale versie van Mahlers Das Lied von der Erde tijdens het Festival de Saintes in de zomer van 2019 Reinbert de leeuw het werk op korte termijn wilde opnemen, toen nog niet vermoedend dat de haast waarvan hij blijk gaf werd ingegeven door zijn ‘oude lijf dat de laatste tijd niet meer wilde'. Op 14 februari van dit jaar, slechts enkele weken na de opnamesessies, overleed hij. ‘Met het einde voor ogen was hij ervan overtuigd dat hij met deze allerlaatste opname nog iets essentieels kon bijdragen aan de vertolking van Das Lied von der Erde. Tot op het moment van zijn dood heeft het stuk hem niet meer losgelaten', aldus Dieltjens.

Het uitgangspunt voor deze ‘uitgeklede' versie: De Leeuws transcriptie (2010) volgens het ‘Schönberg-model', bekend van diens ‘Verein für musikalische Privataufführungen' (waarover u het nodige in de verschillende artikelen op onze site kunt raadplegen). Anders dan in de traditionele Schönberg/Riehn-bezetting (Schönberg begon eraan in 1921 en Rainer Riehn voltooide het alsnog in 1983), in dit geval gereduceerd tot een tiental hout- en koperblazers, piano, harmonium en slagwerk, heeft De Leeuw de contrafagot en harp niet buiten spel gelaten omdat hij (naar mijn gevoel terecht) van mening was dat aan deze beide instrumenten in Das Lied een cruciale betekenis moest worden toegekend. Zo is de contrafagot al aan het begin van Der Abschied absoluut sfeerbepalend en kan de poëtische schildering en eeuwigheid niet beter worden gesymboliseerd dan door de etherische klanken van de harp. Dat De Leeuw koos voor een mezzo in plaats van de door Mahler voorgeschreven alt doet daaraan niets af.

Ik heb de vraag vaak genoeg opgeworpen: waarom bewerkingen die de symfonische architectuur terugbrengen tot kamermuzikale proporties? Dat geldt niet in de laatste plaats voor Das Lied dat alle kenmerken heeft van een in liedvorm gegoten, zesdelige symfonie en ons in zijn originele vorm in tal van uitvoeringen op de meest uiteenlopende muziekdragers ter beschikking staat. De in stelling gebrachte argumenten ten faveure van de ‘kleine' Lied -versie zijn steeds weer dezelfde: dat met name de tenor niet tegen het orkestgeweld hoeft op te boksen, dat in de afgeslankte versie de stemvoering aanmerkelijk beter te volgen is en dat de aldus gerealiseerde intimiteit het werk een ander, maar wel heel bijzonder aura verleent. Waarbij ik mij dan vervolgens afvraag waarom Mahler dat allemaal zelf niet heeft bedacht...

Maar afgezien van de voors en tegens: het is onder de bevlogen leiding van Reinbert de Leeuw zonder enige twijfel een formidabele uitvoering geworden, de vocale en instrumentale partijen getuigend van een zeldzame indringendheid en doorleefdheid, een oordeel dat wat mij betreft geheel en al losstaat van de welke versiediscussie ook. Kortom, De Leeuw cum suis hebben een topprestatie geleverd die ver uitstijgt boven de versie-dit of de versie-dat. Waardoor dit album heel wat meer is geworden dan ‘slechts' een document humain.

Het tekstboekje is uitstekend verzorgd, de dichtregels staan er allemaal keurig in en de opname is een pláátje. Een met een warm hart gemaakte productie en daarmee tevens een bijzonder geslaagde, laatste muzikale herinnering aan Reinbert de Leeuw.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links