CD-recensie

 

© Aart van der Wal, augustus 2020

Heavenly Songes

Ludford: Missa Sabato

La Quintina: Esther Labourdette (cantus), Sylvian Manet (altus), Jérémie Couleau (tenor en dirigent), Christophe Deslignes (orgelportatief)
Paraty 220191 • 61' •
Opname: april 2019, l'Abbaye de Loc-Dieu (F)

   

Over de Britse componist Nicholas Ludford (ook Nycolace Ludfoorthe, ca. 1490-1557) is door de jaren heen steeds meer bekend geworden. U vindt hier zo het een en ander over zijn levensloop en de muziek die hij schreef. Die bekendheid hebben we in de eerste plaats te danken aan de pioniersarbeid van de Britse musicoloog en koordirigent David Skinner (hij heeft naast een aantal koorwerken van Ludford ook veel andere muziek uit met name de Tudor-periode op cd gezet).

Veel informatie vloeide ook uit de pen van John D. Bergsagel, de bezorger van Ludfords complete werken in twee delen, in de jaren zestig van de vorige eeuw gepubliceerd door het American Institute of Musicology. Voor zover ik heb kunnen nagaan zijn ze alleen nog antiquarisch te verkrijgen, maar wellicht volgt er op termijn nog een herdruk.

Bergsagel publiceerde in 1960 een artikel waarin hij uitvoerig aandacht besteedde aan de grote muzikale betekenis en de daarmee verband houdende praktische en theoretische problemen rond de uitvoering van de missen van Ludford: ‘On the performance of Ludford's alternatim masses' (klik hier). De enige missen die een compleet en feitelijk uniek overzicht bieden van de in die tijd uitgevoerde votiefmissen ter ere van de Maagd Maria (ze wijken af van de vaste kerkelijke kalender en hebben betrekking op een bepaalde devotie of als viering ter gelegenheid van bijzondere gebeurtenissen), met inbegrip van de meerstemmige halleluja's en sequensen.

De basis van de missen van Ludford wordt gevormd door de cantus firmi, in Engeland beter bekend als ‘squares', en dan in de ‘alternatim' setting: de voor de solist bestemde gedeelten worden afgewisseld met driestemmige polyfonie. Bergsagel wijst er in zijn thesis echter op dat met name de uitvoering van de ‘squares' twijfel kan zaaien omtrent de juiste bedoeling en dus uitvoering ervan, met als belangrijkste twistpunt of ze moeten worden gezongen of juist gespeeld op het orgel, hetzij monofoon zoals ze genoteerd zijn, dan wel als cantus firmus in de vorm van improvisatie.

In de thesis van Jessica Lynn Chrisholm over dit onderwerp, ‘Upon the Square An Ex Tempore and Compositional Practice in Fifteenth- and Early Sixteenth-century England' (ja, het is een mondvol) wordt de theoretische arbeid van Bergsagel duidelijk ondersteund, maar tevens uitgebreid met allerlei orthografische varianten: ‘sqwars', ‘sqwarenote', ‘square song', ‘bokys of squarts'. Die varianten vinden hun oorsprong in de door haar onderzochte bronnen zoals die direct verband houden met het gebruik ervan in de dagelijkse muziekpraktijk van de vijftiende en vroeg-zestiende eeuw. Al moet eraan worden toegevoegd dat zij niet meer dan hypotheses kan aanleveren wat betreft het toenmalige gebruik van de mensurale melodie, waarvan de herkomst vaak alleen wordt gevonden in de lage stem van vroege meerstemmige composities. De melodie is dan in de graduale boeken slechts neergepend in de kantlijn of aan het eind van de pagina. ‘Squares' komen ook voor in de daarop gestoelde polyfone werken van onder meer Ludford (zoals in diens zeven ‘Lady Masses').

Bergsagel en Chrisholm zijn het erover eens dat een aantal ‘squares' een belangrijke functie vervulde in de ‘plainsong' en andere mensurale melodieën en dat zij bovendien een belangrijke pedagogische functie vervulden: (zeer) jonge zangers werden aldus getraind in de techniek van het van blad lezen, wat hen in staat stelde om aan de hand van de neergeschreven mensurale melodie zelf het contrapunt erbij te improviseren, een techniek die in Engeland bekend stond als ‘imaginacions'. Dat improviseren wordt ook aangeduid met de term ‘ex tempore', 'op het moment'. Het zijn al deze aspecten die richtsnoer zijn voor de op deze nieuwe cd uitgevoerde ‘Missa Sabato' van Nicholas Ludford.

Voor het ensemble La Quintina kwamen er vanuit muziekhistorisch perspectief drie verschillende opties in aanmerking: eenstemmig gezang (a capella, dus zonder begeleiding), hetzelfde gezang maar nu gespeeld op het orgel of als derde mogelijkheid geïmproviseerd op het orgel met gebruikmaking van de ‘square' als cantus firmus. Het is de laatste optie geworden, met het contrapunt gestileerd volgens de regels zoals die uit het bronnenonderzoek (onder meer op grond van de overgeleverde theoretische geschriften van Guilelmus Monachus, Johannes Tinctoris en Vicente Lusitano) konden worden herleid. Zo is gebruikgemaakt van het ‘contrapunctus diminutus' (voor twee stemmen in hoge ligging) en ‘fauxbourdon' (de Franse benaming voor ‘valse bas', de harmonisering die op het breukvlak van de late Middeleeuwen en vroeg Renaissance veelvuldig werd toegepast, voor zover bekend het eerst door Guillaume Dufay rond 1430).

Hoewel het vocale aandeel beperkt blijft tot cantus, altus en tenor, en het instrumentale tot slechts orgelportatief, is de materie zowel technisch als interpretatief complex en vrij lastig te realiseren. Het zwaartepunt ligt bij de precisie in de stemvoering, de vereiste dictie en de balans (zowel tussen de drie stemmen onderling als in relatie tot het orgelportatief). De expressie dient primair strak gebonden te zijn: van ‘uitwaaieren' mag geen enkele sprake zijn, met als onvermijdelijk gevolg dat daardoor de stemzuiverheid nog meer in focus van de toehoorder komt. Een andere weg is er niet: iedere andere benadering zou van deze ‘Heavenly Songes' een regelrechte karikatuur maken.

Een bijkomende, maar verre van onbelangrijke factor is dat deze muziek voor de luisteraar anno nu minder gemakkelijk is dan het misschien lijkt: niet zozeer de toegankelijkheid als wel de contrapuntische gelaagdheid stelt zeker eisen aan de concentratie. Bovendien: de rust die van deze muziek uitgaat is nu niet bepaald een eigenschap die de hedendaagse mens van nature bezit, waar nog bijkomt dat kleine verschuivingen in de expressieve modaliteiten een zekere mate van receptieve verfijning vereisen; en ook dat is niet iedereen gegeven. Wie echter daadwerkelijk tijd en moeite wil investeren in deze muziek zal mede dankzij de bijzonder geslaagde uitvoering en opname rijkelijk worden beloond. De op muziekwetenschappelijke basis geschreven toelichting is van de hand van Jérémie Couleau, de artistiek leider van het ensemble. In het boekje zijn tevens de gezongen teksten in het oorspronkelijke Latijn afgedrukt, met naast de tekstdelen de details omtrent de specifiek daarop toegepaste techniek. Dit is een uitgave die voor de fijnproever ongetwijfeld nieuwe gezichtspunten zal opleveren maar ook in puur muzikaal opzicht zeer inspirerend is!


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links