CD-recensie

 

© Aart van der Wal, januari 2019

 

Liszt: Paraphrase de concert au Rigoletto S 434/R 267 - 12 Études d'exécution transcendante S 139/R 2b - 3 Études de concert S 144/R 5 (nr. 2 La leggierezza)

Boris Giltburg (piano)
Naxos 8.573981 • 80' •
Opname: juni 2018, Concert Hall, Wyastone Estate, Monmouth (VK)

   

Hoe transcendent zijn die ‘études d'exécution' eigenlijk? Ze vallen in ieder geval in de categorie van (heel veel) oefening baart kunst. En wat voor kunst. Maar laten we Van Dale maar weer eens om raad vragen. In de platonische betekenis: ‘buitenaards', in de scholastiek ‘alle categorieën te boven gaand' en als het om het bovenzinnelijke gaat: ‘onherkenbaar, onvatbaar'. Als eruit moet worden gekozen voor dit pianistische mammoetwerk van Liszt, dan zou ik gaan voor ‘alle categorieën te boven gaand', al is er binnen het pianorepertoire heus nog wel ergens een werk te vinden dat nóg moeilijker is dan deze twaalf hondsmoeilijke leerstukken van Liszt. Trouwens: op deze zelfde cd zijn de Rigoletto-parafrase en ‘La leggierezza' evenmin voor de poes. Beschouw ze binnen deze context als welkome 'opvullers'. Het draait tenslotte toch om die études, die nog niet zo erg lang geleden ook door meesterpianisten voor vrijwel onspeelbaar werden gehouden. Dat ze tevens hadden bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van de pianotechniek vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw maakten ze daardoor niet beter speelbaar. Jawel, Liszt was zijn tijd behoorlijk vooruit (en dus niet alleen in zijn, de tonaliteit op losse schroeven zettende, laatste werken).

Moeten we het bij Liszt nog over diepgang hebben? Dit zijn toch typisch van die stukken die het vooral van virtuoos klatergoud moeten hebben, van – zoals het boekje dat zo zinnestrelend vermeldt – ‘stunning technique' en een ‘charismatic stage presence'? De klavierleeuw die hélemaal losgaat, zijn publiek ermee overdondert, de ene onmogelijke exercitie bovenop de andere stapelt en na afloop vanzelfsprekend een daverend applaus en veel encores wacht. Zo moet het in de tijd van Liszt, met de grootmeester zelf aan de vleugel, ook gegaan zijn, - en als de plaatjes ons niet bedriegen - omringd door talloze beeldschone vrouwen die hem aanbidden. Liszt, de Paganini van de piano.

En dan te bedenken dat de eerste versie zelfs in de ogen van Liszt, in zijn tijd de grootste virtuoos, toch een graadje te moeilijk was, misschien eerder voor anderen dan voor hemzelf. Die versie barstte van de jeugdige overmoed (Liszt was nog maar adolescent), maar een kwarteeuw later, in 1852, kwam hij dan toch met een stevig aangepaste versie, opgedragen aan zijn Weense pianodocent, Carl Czerny (1791-1857). Het moet Czerny groen en geel voor de ogen zijn geworden toen hij de partituur inzag …

Maar in deze muziek draait het – gelukkig! – niet alleen om virtuositeit (of anders gezegd: de hoogste vorm van pianistische bedrevenheid), maar ook om het aanboren van de wel degelijk door Liszt aangebrachte diepere lagen, en niet alleen in de op de poëtische expressie gerichte, langzame(re) delen (nrs. 3, 7, 10, 12 en 13). Er is dus voor een overtuigende uitvoering van deze stukken bepaald meer nodig dan 'slechts' pianistische glitter en glamour. Sterker nog, zonder een goed gedoseerd affect vallen deze miniaturen zelfs onherroepelijk in het water.

Hoezeer juist deze stukken zich voor verschillende interpretaties (inzichten) lenen blijkt wel uit het rijtje pianisten met ieder een eigen visie op deze stukken. In willekeurige volgorde noem ik slechts Nikita Magaloff, Lazar Berman, György Cziffra, Claudio Arrau (mijn eerste kennismaking met deze muziek) en Jorge Bolet, Daniil Trifonov en Vadym Kholodenko. En dan nu Boris Giltburg (Moskou, 1984), die voor een technisch vlekkeloze, maar muzikaal ook diep inhoudelijke vertolking heeft gezorgd.

Het was me al in de zomer van 2017 opgevallen, toen Giltburg in Rachmaninovs Tweede pianoconcert liet horen dat virtuositeit bij hem slechts ten dienste staat van de inhoud. Hij verkende in zijn verfijnde en effectvolle spel de expressieve grenzen die het werk rijk is, om zich soms zelfs in een bijna zinnelijke stroom te laten meevoeren, terwijl jammer genoeg het (Residentie)orkest onder Nicholas Collon er volhardend juist tegenin roeide. Tja, als concertpianist kun je ook gewoon pech hebben. Maar als je er alleen voor staat, zoals met deze Liszt-stukken, je het rijk alleen hebt, kun je, bovenzinnelijk of niet, ‘alle categorieën te boven gaan'. Giltburg mag wat mij betreft daarom worden opgenomen in het illustere rijtje Liszt-interpreten van de eerste orde. Naxos zorgde voor een prima opname. En de pianostemmer? Hij zal het héél moeilijk hebben gehad om de Steinway niet alleen op de juiste stemming te houden, maar ook het mechaniek in volmaakte staat te houden. Want allemensen, wat wordt zo'n instrument op de proef gesteld (uw luidsprekers waarschijnlijk ook...)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links