CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2016

 

Bach: Partita's BWV 825 nr. 1-6
Igor Levit (piano)
Sony Classical 88843 036822 • 60' •
Opname: 2014, Funkhaus, Berlijn

 

 

 

 

Beethoven: Pianosonate nr. 28 in A, op. 101 - nr. 29 in Bes, op. 106 (Hammerklavier), nr. 30 in E, op. 109 - nr. 31 in As, op. 110 - nr. 32 in c, op. 111
Igor Levit (piano)
Sony Classics 88883 703872 • 130' • (2 cd's)
Opname: januari en februari 2013, Siemens Villa, Berlijn

 


Bach: Goldberg-variaties BWV 988
Beethoven: Diabelli-variaties op. 120
Rzewski: 'The People United Will Never Be Defeated!'
Sony Classical 88875 060962 • 194' • (3 cd's)
Opname: 2015, Funkhaus, Berlijn

 

 


Ik hoorde de Russische pianist Igor Levit (1987, Nizjni Novogord) voor het eerst live op zondag 22 juni 2008 in de toegeeflijke akoestiek van de oude handelsbeurs in Leipzig. Hij had een nogal ongebruikelijk programma meegenomen dat hij onderweg naar het jaarlijkse Bachfestival nog maar 'even' had gewijzigd. In plaats van de twee geplande rondo's van Carl Philipp Emanuel Bach verraste hij ons met diens Fantasie Wq 61. Levit meldde vlak voor het begin van het concert ook nog dat hij had besloten om de Ouverture in Franse stijl in b, BWV 831 van Johann Sebastian Bach nu als eerste stuk op het programma te plaatsen. Het officiële deel van zijn concert eindigde met Regers hondsmoeilijke Variaties en fuga over een thema van J.S. Bach op. 81. Maar er zouden nog veel toegiften volgen.

Met hart en ziel
Ik schreef toen dat Levits spel subtiel intelligent was. Zoals hij de boven- en middenstemmen met elkaar liet contrasteren en de baslijn punteerde schiep hij een natuurlijkheid die in de barokmuziek - en zeker op een concertvleugel - vaak ver te zoeken is. Hij demonstreerde hoe goed hij de melodische en harmonische structuur beheerste. Zo maakte hij ruimte voor een prachtig gefraseerd legato dat optimaal contrasteerde met de ritmisch geprononceerde polyfonie in het lagere register.
Zo kristalhelder geprofileerd had ik de tiende Reger-variatie  nog niet eerder gehoord. Er waren meer grootse momenten. Ik noem zijn rijk geschakeerde toonvorming en de subliem opgebouwde en vervolgens consistent doorgetrokken spanningsbogen. Daarbij kwam zijn uitwerking van ogenschijnlijk kleine details, die later in het discours een wezenlijke rol zouden gaan spelen, en ook de lichte benadrukking in de linkerhand wanneer dit er werkelijk toe deed. Hij deed niet aan gemaniëreerde melodische fraseringen. Het leek of hij zich had ingeprent dat de muziek zelf moest spreken.

Open deur
Het is misschien een open deur, maar zoiets is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dat was wat we kregen: een natuurlijke melodische stroom, monumentale klankgolven, perfecte beheersing en dosering, grootse klankarchitectuur. Levit toonde zich als pianist en als pure musicus een waar fenomeen. Hij verkende  het notenbeeld diepgravend in samenhang met een perfecte timing. Hij presenteerde geen oppervlakkige schema's, maar musiceerde met hart en ziel, met indrukwekkende overtuigingskracht. Hier was de verbeelding aan het werk. Kort en goed een geweldig recital, in mijn oren een van de beste in jaren.
Acht jaar later kwam ik Levit opnieuw tegen, maar nu op cd. Met Bachs zes Partita's BWV 825-830 en Beethovens laatste vijf Pianosonates, op. 101, 106, 109, 110 en 111. En dan was er onlangs de uitgave die in onder meer Engeland en Nederland een ware prijzenregen ten beurt viel: maar liefst drie cd's uitsluitend gevuld met variatiewerken. Het was een weerzien met twee zeer goede bekenden (Bachs Goldberg en Beethovens Diabelli) maar ook de kennismaking met een  tamelijk onbekende componist: de Amerikaan Frederic Rzewski (1938). Levit toont zich een vurig pleitbezorger van diens ' The people united will never be defeated! '.

Losgezongen
Vooral recensenten hebben sterk de neiging om uitvoeringen met elkaar te vergelijken. Sommige websites houden zelfs uitvoerige vergelijkende discografieën bij om daarmee  de vele verschillen (en minder  de  overeenkomsten) te benadrukken. Vergelijkingen die steevast over het hoofd van de componist heengaan, want het is immers niet meer aan hem om iets uit te leggen of toe te lichten. Zijn vorm van communicatie is het al geschreven notenblad, de gepubliceerde partituur. Hoe de musicus en vervolgens het publiek deze erfenis absorbeert hoeft niet in overeenstemming te zijn met wat de componist oorspronkelijk bedoeld heeft.
De muziek is losgezongen van haar biografische context. Zij is op weg gegaan naar breed uitwaaierende interpretaties. Het enige dat dan nog telt is niet de vergelijking maar dat 'oude muziek als nieuw moet klinken, en nieuwe muziek als vertrouwd' (Alban Berg). Dat zal vroeger een andere dimensie hebben gehad dan tegenwoordig. In het discografisch domein is de natuurlijk aangevoelde spanning tussen gedrevenheid en de strijd om de (juiste) noten die vroeger gold, al lang geleden opgelost in technische beheersing. Onverschillig of het een groot ensemble, een symfonieorkest of eenzame musicus in de studio betreft.  In de jaren zestig en zelfs nog in het begin van de jaren zeventig was het in de 'historische kring' nog bijzonder als alle noten goed werden getroffen. Sindsdien is er alleen nog sprake van de ultieme beheersing, met als gevolg dat de puur technische verschillen in de verschillende uitvoeringen afgezwakt tot interpretatieve gradatieverschillen.

Open boek
Hoe pakken die gradatieverschillen in de praktijk uit? Een voorbeeld van twee grote Russische pianisten. De reeds genoemde Igor Levit en Grigori Sokolov (1950, Sint-Petersburg). Ze beheersen hun muzikale taal letterlijk tot in de vingertoppen en zijn in hun muzikale exploraties uitermate communicatief. Ze bieden zowel een groot scala aan klankkleuren als raffinement in dynamisch differentiëren. Daarmee houden de overeenkomsten op en ontstaan de verschillen. Sokolov is de Russische expressionist die  het muzikale continuüm met het onverwachte weet te verbinden. Hij geeft niet voor niets de voorkeur aan live-opnamen. De daardoor oplopende spanningen accentueert hij zelfs nog verder accentueert. Een goed voorbeeld daarvan is het openingsdeel van Beethovens Hammerklaviersonate, Warschau en Salzburg 2013.
Sokolov kiest vrij naar Glenn Gould, voor 'een oneindig expanderend universum', Levit primair voor Latijnse helderheid en exquise vormbelichting. Dat zijn eigenschappen die hij  deelt met onder anderen Murray Perahia en Krystian Zimerman. Binnen het compositorische raamwerk tellen bij Levit de subtiliteiten, de nuances, de transparantie en niet de romantische aandikking of het gezochte sentiment, begrippen die doorgaans naadloos in elkaar overgaan. Met deze opvatting brengt hij de vormstructuur van Beethovens laatste pianosonates als een open boek over het voetlicht. Niet alleen in het gehele verloop maar ook in het motief en in de thematische uitwerking ervan, zowel in melodie als in de harmonie.

Vooruitkijken
Opbouw en uitwerking van de fuga in het slotdeel van op. 106 of 110 spreken wat dit betreft boekdelen: dit is wat echte vormbelichting vermag. Maar Levit kijkt ook vooruit, zoals in het het slotdeel van op. 109 waarin hij aan het begin van de 'Gesangvoll, met innigster Empfindung ' episode al vooruitblikt naar Variatie II e.v.
Die lijn kan ik met een gerust hart doortrekken naar de grote variatiewerken van Bach, Beethoven en Rzweski. Ze profiteren van het enerzijds zowel minutieus uitgewerkt contrapunt als de onmogelijke logica van een bijna intuïtief aanvoelende frasering en versiering (in de trant van 'zo moet het, het kan niet anders').

Klassieke helderheid
Het beeld is niet minder consistent in Bachs Partita's die in deze uitvoering even onconventioneel zijn. Ze zijn gebouwd op dezelfde uitgangspunten en alles komt volmaakt samen: klassieke helderheid, een fijnzinnig gevoel voor klankkleuren, ritmische precisie en vlekkeloze stemvoering. Ook hier dringt de verwantschap met Perahia's stilistische kenmerken zich op, zoals in Beethovens Diabelli-variaties Stephen Bishop's (toen nog niet Kovacevich) in zijn formidabele lezing uit 1968 (op het Philips-label) in herinnering roept.
Onverschillig of het Bach of Beethoven betreft, Levit hanteert naast een anti-romantische benadering een precisie die de spiritualiteit geen seconde in de weg staat. Hij heeft die overtuigende grip op de lange lijnen, onverschillig of het een variatie of een sonate betreft. Hij schept een soepele puls die zich aanpast aan de frasering en de klankverfijning die is ingebed in de vormstructuur.
Hij is treffend alert en bakent dankzij meesterlijk pedaalgebruik zijn contouren scherp af. Wie zoekt naar een romantisch ingekleurde façade komt bij Levit bedrogen uit. Hij haalt het gordijn op, laat de muziek spreken. Dat is alles. Dat is tegelijkertijd heel erg veel. Igor Levit, meesterpianist.

Eigentijds maar wel toegankelijk
Dat tussen de twee grote variatiewerken van Bach en Beethoven ook dat van Rzewski is te vinden is misschien minder merkwaardig dan zo op het eerste gezicht lijkt. Rzweski studeerde eerst bij Amerikaanse grootheden als Walter Piston, Roger Sessions en Virgil Thompson. Daarna waagde hij de oversteek naar het zonnige Italië, waar hij in de leer ging bij Luigi Dallapiccola.
In Europa maakte hij kennis met de muziek van met name Karlheinz Stockhausen en Pierre Boulez, maar ook met die van John Cage. Het was muziek die hem op het lijf geschreven leek, en zo voerde hij die stukken als pianist ook uit. Daarnaast was hij uiteraard een belangrijke promotor van zijn eigen composities, waaronder 'The people united will never be defeated!' (het uitroepteken is net zo belangrijk als de gehele titel), een variatiewerk voor piano solo dat ongeveer een uur duurt.
Het werk volgt het bekende model van thema met variaties. Het heeft met de Diabelli-variaties van Beethoven gemeen dat het ook bij Rzweski een 'vreemd', dat wil zeggen geen eigen thema heeft. Bij Beethoven was het de vreedzame muziekuitgever en componist Anton Diabelli, bij Rzweski de Chileen Sergio Ortega, de componist van 'El pueblo unido jamas será vencido!' ('Het verenigde volk zal nooit worden overwonnen!). Dat is een passende titel voor strijdmuziek op het breukvlak van de Chileense machtswisseling. Salvador Allende kwam door de staatsgreep van Augusto Pinochet ten val.

Keurslijf
De sociale strijd is voor Rzweski daarmee nog niet gestreden, want er zijn in het omvangrijke pianowerk ook flarden te horen van Eislers 'Solidaritätslied' en van het Italiaanse strijdlied ' Avanti o popolo, alla riscossa! ' (Voorwaarts, volk, in de tegenaanval!)
Anders dan bij Beethoven is het 'vreemde' thema zo kort dat het nauwelijks opvalt: al na een tiental seconden dient zich de eerste variatie reeds aan. Die variaties zijn niet in het een of andere keurslijf gegoten, maar bewegen zich door de meest uiteenlopende genres. Het gaat van klassiek tot blues, van  dodecafonie (Dallapiccola!) tot minimalistisch, en alsof dit nog niet genoeg was gingen her en der ook nog allerlei muzikale zekerheden aan diggels. Zelfs de absolute notenwaarden en rusten verliezen menigmaal  hun eigen ankers. Het is een bijzondere mix van gemakkelijke toegankelijkheid en pure abstractie. Geen wonder dus dat je tijdens het luisteren naar een variatie soms het gevoel kan krijgen dat het tafelkleed onder de muziek wordt weggetrokken.

Bonte afwisseling
Is het model op zich al bijzonder, het karakter van de variaties is dat niet minder. Wat komt er niet allemaal voorbij? Het is een bonte afwisseling van stemmingen, variërend van uitbundig en feestelijk tot naar binnen gekeerd en lyrisch, van opgelegd klatergoud tot kleurloze droefgeestigheid. Ook het technisch beeld varieert, van heel simpel (in de trant van Einaudi's  'Waves') tot hondsmoeilijk (Ives' 'Concord Sonata'). Of, om in variatietermen te blijven: Busoni's 'Fantasia Contrappuntistica'.
Aardig is ook dat aan het slot ruimte is ingelast voor niet alleen de herhaling van het thema (zoals in Bachs Goldberg-variaties), maar ook voor een vrije improvisatie in de vorm van een heuse cadens.  Dat doet ook Levit, en hoe.
De basisstructuur bestaat uit in totaal 36 variaties, verdeeld in zes groepen van ieder zes. De laatste variatie van de groep fungeert als een soort epiloog, een resumé van de voorgaande vijf variaties. Dat heeft in ieder geval als voordeel dat het geheugen van de luisteraar niet al te zeer op de proef wordt gesteld: er is herkenning. Van de pianist wordt verwacht dat hij zich  strikt aan de voorschriften houdt, maar elders op eigen inzichten en intuïtie moet vertrouwen. Daardoor alleen al is geen enkele uitvoering identiek of eenvormig.
Er bestaan wonderlijk genoeg meerdere (uitstekende) uitvoeringen van het werk, waaronder een door de componist zelf. Onder de beste mag zich zeker onze Ralph van Raat (op Naxos) scharen, maar ook Marc-André Hamelin (op Hyperion) is zeker niet te versmaden. En Levit natuurlijk, maar dat had u natuurlijk al begrepen.



index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links