CD-recensie

 

© Aart van der Wal

 

Leoncavallo: Pagliacci (in het Engels gezongen).

Tonio (Alan Opie), Canio (Dennis O'Neill), Beppe (Peter Bronder), Nedda (Rosa Mannion), Silvio (William Dazeley), Geoffrey Mitchell Choir, The Peter Kay Children's Choir, London Philharmonic Orchestra o.l.v. David Parry.

Chandos CHAN 3003 • 80' •


Pagliacci (1882) heeft, evenals bijv. Mascagni's Cavalleria rusticana (1890), zijn wortels in het Italiaanse verismo, de rond 1870 in ItaliŽ ontluikende drang naar realisme in muziek en literatuur (vero = waar). Niet dat het puur romantische idioom werd opgegeven. Verre van dat, maar er was wel de onmiskenbare tendens om in de kunst de 'realiteit van het leven' in al zijn facetten en met zeer expressieve middelen te belichten. De Italiaanse taal bleek was daarvoor bovendien de uitgelezen drager van de vaak felle en rauwe 'uit het leven gegrepen' scŤnes. Ik begrijp dus niet veel van die altijd weer in Engeland opstekende gewoonte om de hulp in te roepen van de Engelse taal om o.a. de Italiaans- en Duitstalige operaliteratuur 'beter voor het volk verstaanbaar' te maken. Het is in zekere zin net zo wezensvreemd als een in het Duits nagesynchroniseerde, Amerikaanse Western (Een pseudo John Wayne die hilarisch uitroept: "Halt, oder ich schiesse..."). In deze vertolking is het ťrg beschaafde Engels dus de voertaal en ontnemen de o zo braaf en keurig zingende dames, heren en kinderen (grijzig Oxford is veel dichterbij dan Italiaanse passie) deze rauw-≠realistische opera van alle ingrediŽnten die het tot een meeslepend vuurwerk kunnen maken. Parry inspireert het orkest tot grote prestaties, maar het blijft een pleister op deze voortdurend schrijnende taalwond. Het probleem is echter hoe je deze uitvoering dan toch moet waarderen. Laat ik het erop houden dat voor mij het artistieke belang van deze uitgave dichtbij het nulpunt ligt.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links