CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2020

Beethoven | Kuhlau - Kühl, nicht lau

Beethoven: Serenade in D, op. 41 - Canon Kühl, nicht lau WoO 191

Kuhlau: Capriccio in d, op. 10b nr. 9 - Grande Sonate Concertante in a, op. 85

Tami Krausz (fluit), João Moreira (tenor), Matthijs van de Woerd (bariton), Marc Pantus (bas), Shuann Chai (fortepiano)
Ramee RAM 1903 • 67' •
Opname: februari 2019, Westvest90, Schiedam

   

Beethoven | Kuhlau. Kühl, nicht lau. Een alleraardigste, om niet te zeggen intrigerende titel. Hoe zat het tussen Beethoven en Kuhlau? Ze ontmoetten elkaar in de mooie septembermaand van 1825 in het pittoreske Baden in het net zo schilderachtige Helenental, niet ver van Wenen. Beethoven, altijd in voor grappige woordspelletjes, wijdde er een canon (een van zijn ‘luimige specialiteiten') aan: Kühl, nicht lau. De Deense componist zal er ongetwijfeld veel plezier aan hebben beleefd. Dirigent Ignaz Xaver Ritter von Seyfried (hij was tevens een zeer succesvolle theatercomponist) heeft het allemaal keurig opgetekend.

De canon in Beethovens handschrift

Minder plezierig liep het af met een groot deel van Kuhlau's manuscripten, die in Kopenhagen tijdens een hevige brand verloren gingen. Hij moet heel veel hebben gecomponeerd, want desondanks zijn er toch nog ruim 200 werken van zijn hand overgeleverd, waaronder een groot aantal voor zijn favoriete instrument, de dwarsfluit. Daaraan had hij ook zijn bijnaam te danken: de ‘Beethoven van de fluit'. En dan te bedenken dat Kuhlau als musicus met het instrument nauwelijks overweg kon. Zoals hij het zelf zei: “Ik speel er slechts een beetje op, maar ik ken het wel van haver tot gort.” Dat was bepaald geen grootspraak: niet alleen zijn tijdgenoten, maar ook de generaties na hem maakten dankbaar gebruik van zijn speciaal voor de fluit geschreven composities. Ze nemen dan ook in het repertoire een belangrijke plaats in. Geen wonder, want ze zijn afwisselend virtuoos en lyrisch, maar ook zeer kleurrijk en dankbaar voor het instrument geschreven. Componisten als Fürstenau, Böhm Taffanel, Köhler en Dorus hebben er later zeker hun voordeel mee gedaan.

En dan is er uiteraard Beethoven die geen verdere introductie behoeft en waarvan diens contrastrijke Serenade voor fluit en piano op. 41 en uiteraard die canon eveneens op dit fraaie album een waardig plaatsje hebben gekregen. En evenals de werken van Kuhlau zijn ze bij dit duo in de best denkbare handen. De Israëlische fluitiste Tami Krausz bespeelt een achtkleppige fluit en dat doet ze meer dan voortreffelijk, even bevlogen bijgestaan op fortepiano door Shuann Chai. De sonore mannenstemmen van João Moreira, Matthijs van de Woerd en Marc Pantus maken van de spottende tekst van de driestemmig canon een waar feestje.

Al met al een zeer geëngageerde productie, ook dankzij opnametechnicus Rainer Arndt (hij verzorgde tevens de zeer geslaagde grafische layout van het boekje) en pianotechnicus Hans Kramer.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links