CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

 

The Yiddish Cabaret

Korngold: Strijkkwartet nr. 2 op. 26

Schulhoff: 5 Stukken voor strijkkwartet

Desyatnikov: Jiddisch - 5 Lieder für Stimme und Streichquartett (2018)

Hila Baggio (sopraan), Jerusalem Quartet
Harmonia Mundi HMM 902631 • 60' •
Opname: december 2018, Teldex Studio, Berlijn

 

De aanleiding was nobel en bovendien bijzonder: de uitnodiging van Harmonia Mundi aan het Jerusalem Quartet om een album samen te stellen dat afweek van het traditionele. Dus geen kwartetten van Haydn, Mozart of Beethoven, maar ditmaal weg van de bekende paden. Het werd ‘The Yiddish Cabaret'.

Jiddisch, dat kruidige taalmengsel van Hoog-Duits en Hebreeuws, maar ook vermengd met Slavische en Romaanse sporen. Jiddisch, het synoniem – ik citeer Van Dale - van jodentaal, Joden-Duits. Een taal die ongetwijfeld heel dicht bij de leden van het Jerusalem Quartet – de naam zegt het al – staat, maar nu nog slechts historische betekenis heeft: het Hebreeuws is ervoor in de plaats gekomen. Voor de leden van het kwartet was het Jiddisch echter wel de taal die door hun grootouders werd gesproken, zoals ook de typisch Jiddische Muziek misschien nog een - inmiddels diep verborgen - plekje had in hun kindertijd. Er zijn de herinneringen en die worden gekoesterd. Geen wonder dus dat de leden van het Jerusalem Quartet dit album opdroegen op aan hun grootouders.

Het lijkt een modieus verschijnsel: de huidige opwaardering van de cabaretmuziek zoals die eens in de Weimarrepubliek geklonken moet hebben. Maar ironisch genoeg is de joodse liaison met die muziek ondergesneeuwd geraakt. Waarbij we wel moeten bedenken dat tot het einde van de Eerste Wereldoorlog de joodse cultuur niet wezenlijk in de Duitse was geïntegreerd. De leden van het Jerusalem Quartet draaien anno 2019 de rollen drastisch om met hun vaststelling dat die joodse cultuur wel grote invloed heeft gehad op de hedendaagse westerse cultuur als geheel. Wie ben ik om dat te bestrijden?

Toen het Duitse leger in september 1939 Polen binnenviel, was het land zowel het epicentrum van de joodse wereld als had het verreweg de meeste joodse inwoners. Het joodse theater, de joodse muziek en literatuur, de joods opera en zelfs de joodse film floreerden er als nooit tevoren. De ‘Endlösung der Judenfrage' maakte er rigoureus een eind aan.

Zonder nu gelijk van een ‘boodschap' of ‘statement' te willen spreken is het wel zo dat het Jerusalem Quartet met de samenstelling van dit album heeft willen uitdragen dat de joodse cultuur in de Holocaust toch niet ten onder is gegaan. Er wordt een belangrijk voorbeeld aangehaald: dat van de joodse immigranten uit Oost-Europa die Vaudeville omtoverden in het Broadway zoals we dat vandaag kennen. Maar ook Hollywood werd merendeels gegrondvest op de culturele erfenis van de joodse immigranten en vluchtelingen uit Europa. Dat wordt als het ware gesymboliseerd door de in dit album opgenomen vijf liederen (‘songs' is wellicht een beter woord) van verschillende componisten en op verschillende teksten, door Leonid Desyatnikov (1955) - speciaal aangezocht voor dit project door het Jerusalem Quartet - bewerkt voor zangstem en strijkkwartet. Songs die in het Poolse interbellum werden gezongen in een cabaretsetting. Ze schilderen het dagelijks straatleven in Warschau en dat is dus niet het beeld van het joodse leven in bezet Polen en de gruwelijke gebeurtnissen in het daaruit volgende getto van Warschau.

Het ensemble heeft deze vijf songs in een bredere context geplaatst: zowel Erich Korngold (1897-1957) als Erwin Schulhoff (1894-1942) waren joods en hebben als componist in dat interbellum een belangrijke rol gespeeld; de Tsjech Schulhoff voornamelijk in Duitsland. Hij eindigde zijn leven in een concentratiekamp in het Beierse Weissenburg (hij stierf aan tuberculose). Korngold daarentegen had zich meer met de westerse cultuur geassimileerd, bracht het tot beroemd film- en operacomponist en wist wellicht daardoor de dans te ontspringen. Hij week uit naar Hollywood en schreef daar nog veel filmmuziek.

(Zeer) goede wijn behoeft geen krans en dus kan ik over de prestaties van het Jerusalem Quartet kort zijn: we zijn getuige van meesterlijke vertolkingen. Over de door de Israëlische sopraan Hila Baggio gezongen liederen kan ik echter minder eenduidig zijn. Niet dat er iets aan zou mankeren, maar omdat ik niet goed kan beoordelen of hier sprake is van dat typisch Jiddische idioom uit de periode tussen de beide wereldoorlogen. Zong men toen zo, of klonk het minder 'beschaafd' (de teksten geven er zeker aanleiding toe), door andere zangstemmen dan deze gelauwerde operasopraan? Zoals zij deze liederen zingt hebben ze de karaktertrekken van het beschaafde kunstlied aangenomen en ik kan mij voorstellen dat het toen anders en misschien wel rafeliger, met meer ruwe randjes, in zo'n typisch live cabaret, heeft geklonken. Om er gelijk aan toe te voegen dat het niet meer dan hoogstens een vermoeden is en zeker niet meer dan dat. De gezongen teksten zijn in het boekje opgenomen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links