CD-recensie

Kerstmuziek 2005

 

© Aart van der Wal, december 2005

 

Winterlandschap in de Krimpenerwaard

U kent ze vast wel, de notenkrakers, schone slaapsters, zwanenmeren en soortgelijk tv- en video-vertier die zo rond de kerstdagen blijkbaar als verplichte kost worden beschouwd naast hetgeen dan verder nog in het traditioneel-muzikale teken van Kerstmis staat. Ook al zijn de nachten allang niet stil meer en is er geen vrede op aarde, de kersttijd brengt menigeen tenminste even tot bezinning en mildheid.

Na het onvermijdelijke Nieuwjaarsconcert in Wenen en de al even traditionele verrichtingen op de skischans in Garmisch-Partenkirchen worden de laatste, inmiddels hard geworden oliebollen verorberd en staat het dagelijkse fileleed alweer bijna voor de deur.

Tot die tijd dan toch maar genieten van enige fraaie uitgaven die ons pad kruisten en hopelijk zullen bijdragen aan de juiste kerstsfeer, maar die niet per se niet alleen voor de laatste weken van het jaar bestemd zijn! Goede muziek is nu eenmaal tijdloos, maar het heeft toch wel wat, met een glaasje wijn (of nog iets sterkers...) bij de open haard, de kamer gehuld in het zachte kaarslicht en dan déze muziek uit de luidsprekers in de laatste dagen van december...

Kerstcantates van Bach

Gardiners Bach Cantata Pilgrimage voerde hem rond Kerstmis 2000 naar de St. Bartholomeüs-kerk in New York, waar hij met zijn ensemble vier kerstcantates van Bach uitvoerde, die toen tevens werden opgenomen. De toernee begon precies een jaar eerder, op de Eerste Kerstdag van 1999 in de Herderkerk in Weimar, een gigantisch project dat alle overgeleverde kerkcantates omvatte en zijn toppunt bereikte in de loop van het herdenkingsjaar 2000 (toen was het tweehonderdvijftig jaar geleden dat Bach overleed). Bijzonder daarbij was ook dat Gardiner en de zijnen de cantates uitvoerden volgens de - ook door Bach gehanteerde - liturgische kalender. De drie uitvoeringen in New York vormden weliswaar het officiële slot van de cantatepelgrimage die langs een groot aantal Europese kerken voerde. Op oudejaarsavond klonk in New York nog het motet Singet dem Herrn BWV 225, maar daarvoor was op deze cd geen ruimte.

De concerten werden weliswaar live vastgelegd, maar er gingen steevast repetitie-opnamen (dus zonder publiek) in de desbetreffende kerk aan vooraf, opdat met behulp daarvan de onvermijdelijke oneffenheden (van kuchers en onweer tot verkeersrumble en speltechnische problemen) tijdens de live-uitvoering keurig konden worden weggewerkt. De hedendaagse volledig gedigitaliseerde editing-methode en 'akoestiek van de plank' staat voor niets!

Gardiners directie kan niet anders dan bevlogen worden genoemd en het Monteverdi-koor is in al even superieure vorm als de solisten en instrumentalisten. Wie eerst eens wil proeven, verwijs ik graag naar het duet tussen sopraan en alt 'Die Armut, so Gott auf sich nimmt' (track 5, BWV 91), de tenoraria 'Christenkinder, freuet euch!' (track 19, BWV 40) en het slotkoraal van BWV 110 'Halleluja! Halleluja! Gelobt sei Gott' (track 27). De opname is helder, fraai van balans, met een gloedvolle koorklank en een goed doortekende basso continuo-partij, een sieraad in zijn soort.

Bijzondere kerstmuziek uit verschillende windstreken

Het ensemble Anonymous 4 mag dan eigenlijk geen naam hebben, er gaan wel buitengewoon begaafde vijf vocale solisten achter schuil: Ruth Cunningham, Susan Hellauer, Jaqueline Horner, Marsha Genensky en Johanna Maria Rose. Ze excelleren al achttien jaar in de wereld van de polyfone schoonheid, die reikt vanaf de tiende tot in de eenentwintigste eeuw, maar ze draaien ook hun hand niet om voor de snedige Amerikaanse religieuze muziek die in de volksmuziek zijn wortels heeft.

De vier cd's worden vergezeld van een riant boekwerk dat naast prachtige foto's ook een uitvoerige en deskundige toelichting op het repertoire bevat. U kunt niet alleen met volle teugen genieten van de vele in rijke polyfone stijl gevatte Britse, Keltische en Hongaarse kerstliederen en motetten, waarvan vele teruggaan tot de middeleeuwen, maar ook van vocale muziek van Benjamin Britten, Peter Maxwell Davies, Richard Rodney Bennett en John Tavener. En er is niet alleen bevlogen a cappella-zang, maar er zijn ook heel bijzondere en uiterst smaakvolle bijdragen van Andrew Lawrence-King op een Ierse en barokharp, en daarnaast de psalter (van het Griekse psaltèrion = tokkelen op een snaar), die al uit de negende eeuw stamt. De opname laat geen wens onvervuld, maar is ook bij laag geluidsvolume zeer kritisch voor luidsprekers (en menige versterker...) Menige zelfbewuste handelaar zal verbleken als u met deze cd's aan komt zetten...

Schütz: Symphoniae Sacrae II

Eerst even een kleine opfrisser wat betreft de kennis over Heinrich Schütz (1585-1672), de grootste Duitse componist vóór Bach, die tijdens zijn leven ook internationale status verwierf die veel te maken had met zijn vierjarig verblijf in Venetië waar hij kennismaakte met de polyfone koorstijl van Giovanni Gabrieli en die in zijn muziek een eigen plaats gaf. Hij nam die declamatorische en dramatische stijl mee terug naar Duitsland waar hij die toepaste op de teksten van de lutherse kerk en daarmee in staat was om een heel krachtige en vrome muziek te schrijven die tot de mooiste zeventiende eeuwse uitingen behoort.

Schütz werd geboren in Kostitz in Saksen geboren in een juristenfamilie die in 1590 naar Eissenfels verhuisde. Hij ging in 1608 in Marburg rechten studeren, maar werd door de landgraaf Moritz van Hessen gestimuleerd om zich in hoofdzaak op muziek te richten. Hij begon daar als koorzanger en kreeg les van Georg Otto, de kapelmeester. Met geldelijke ondersteuning van die landgraaf kon hij in Venetië studeren en toen hij in 1612 terugkeerde werd hij eerst organist in diens kapel in Kassel voordat hij door de machtiger, maar minder sympathieke keurvorst van Saksen voor twee maanden naar Dresden werd gelokt doch op verzoek tekende de componist een paar jaar bij. Daar werd hij in 1618 tot kapelmeester benoemd in hetzelfde jaar waarin de verwoestende dertigjarige oorlog uitbrak, het religieuze conflict dat een dramatische uitwerking had in Noord Europa. Tot zijn Dresdense leerlingen behoorden Bernhard, Theile en Weckmann.

De Italiaanse concertato-stijl die voor gelijkwaardigheid zorgt tussen stemmen en instrumenten kenmerkt de drie banden Symphoniae sacrae (uit 1629, 1647 en 1650) en is het vooral de tekst die de volle aandacht krijg (zoals we ook eerder bij Gabrieli zien, die in 1597 een bundel heel kleurige, pittige Symphoniae sacrae publiceerde). Schütz’ late werken worden gedomineerd door de oratoria en de drie onbegeleide ‘dramatische’ passiemuzieken met als bekendste de Weihnachtshistorie uit 1664. Wat Bach met zijn passiemuzieken voor Pasen deed, verrichtte Schütz dus al eerder voor Kerstmis.

De keuze voor afwisselend violen en kornetten als melodieinstrumenten verhoogt de spirituele exuberantie die in deze prachtige muziek besloten ligt. Het basso continuo instrumentarium bestaande uit cello, theorbe en orgel en zorgt niet alleen voor een fraai afgewogen fundament maar onderstreept letterlijk ook het feestelijke karakter van deze motetten.

Schütz schuwt de wedijver tussen violen en zangstemmen niet en dat komt hier ook optimaal tot gelding. Het belang van de vioolpartijen lijkt mede te zijn ingegeven door Schütz’ bezoeken aan de werkplaats van de vioolbouwer Amati in Cremona in 1629. De componist liet overigens ook niet na om de Duitse violisten te wijzen op de bijzondere schoonheid van de vioolklank die naar zijn oordeel niets van doen had met ‘het zagen van hout’. Nee, Schütz was zeker niet ingenomen met de kwaliteit van het in Duitsland toen gebruikelijke vioolspel!

Ook in het voorwoord bij de uitgave van 1647 laat Schütz niet na om de violisten erop te wijzen dat ze zich alle mogelijke moeite moeten getroosten om de instrumentale schoonheid van hun instrument uit te buiten en dat ze niet beter kunnen doen dan daarover deskundig advies te vragen van hen die zich daarin hebben bekwaamd en bewezen.

Het vocaal en instrumentaal ensemble Cantus Cölln, bijgestaan door het Concerto Palatino (twee kornetten en drie trombones, zie afb. rechts) hebben de wijze raadgevingen van Schütz zo te horen bepaald niet in de wind geslagen en presenteren deze muziek in grootse stijl en met de grandeur die er ook bij past. De tot in de kleinste details verzorgde voordracht van de twee sopranen, twee alten, twee tenoren en drie bassen in samenhang met hun uitgelezen stemcultuur staat borg voor het ene na het andere vocale hoogtepunt (probeert u maar eens 'Siehe, wie fein und lieblich', track 5 op de tweede cd).

En dan zijn er natuurlijk de twee violen, vier gamba's, een violone, een fagot en het orgel die zich schitterend mengen met zowel de vocale solisten als de vier koperblazers. Konrad Junghänel leidt met vaste hand in deze bijzonder inspirerende vertolkingen, die ook nog prachtig zijn opgenomen. Een feest!

Besproken cd's

Bach: cantates "Dazu ist erschienen der Sohn Gottes" BWV 40 "Gelobet seist du, Jesu Christ" BWV 91 - "Unser Mund sei voll Lachens" BWV 110 - "Christum wir sollen loben schon" BWV 121.

Katharine Fuge en Joanne Lunn (sopraan), Robin Tyson en William Towers (altus), James Gilchrist (tenor), Peter Harvey (bas), The English Baroque Soloists & Monteverdi Choir o.l.v. Sir John Eliot Gardiner.

Soli Deo Gloria SDG 113 (1 cd)


Noël, Carols & Chants for Christmas.

Anonymus 4 met medewerking van Andrew Lawrence-King (harpen en psalter).

Harmonia Mundi HMX 2907411.14 (4 cd's)


Schütz: Symphoniae sacrea (boek 3).

Cantus Cölln en Concerto Palatino o.l.v. Konrad Junghändel.

Harmonia Mundi HMC 901850.51 (2 cd's)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links