CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2016

 

Kerll: Requiem

Fux: Requiem (Kaiserrequiem)

Vox Luminis, Scorpio Collectief, L'Achéron o.l.v. Lionel Meunier

Ricercar RIC 368 • 66' •

Opname: oktober 2015, Église Saint-Jean-Baptiste, Beaufays (Kerll); november 2015, 'Eglise Saint-Sebastien, Stavelot (Fux)

https://www.youtube.com/watch?

   

Twee dodenmissen uit twee tijdperken: het Requiem van Johann Caspar Kerll (1627-1693) dat in 1689 tezamen met vier van zijn andere missen verscheen, en dat van Johann Joseph Fux (1660-1741) uit 1720. Wat de beide werken met elkaar verbindt is de Rooms-Duitse keizer Leopold I (1640-1705): Kerll droeg zijn Requiem aan hem op en Fux schreef zijn dodenmis naar aanleiding van de dood in 1720 van Eleonora van Palts-Neuburg, de weduwe van Leopold (zij wordt in het cd-boekje ten onrechte als Eleonora de Gonzaga afgeschilderd, de stiefmoeder van Leopold). Een andere overeenkomst tussen de beide Requiems is de zetting voor vijf stemmen, zij het dat bij Fux de nadruk ligt op de hoge stemmen: twee sopranen, alt, tenor en bas, bij Kerll op de lagere: sopraan, alt, twee tenoren en bas.

Het Requiem in het algemeen kent zowel evocaties van diepe treurnis als invocaties van verheffing naar het eeuwige licht, gescheiden door het afschrikwekkende Dies irae (hoewel sommige componisten doelbewust van de Sequentia hebben afgezien of gekozen hebben voor een 'milde' vorm). De dodenmis is bij uitstek een gelegenheidswerk in het (rooms)katholieke liturgisch domein. Dat Bach zich er niet mee heeft ingelaten hangt ongetwijfeld samen met het lutherse gedachtegoed (als hij er al zin in zou hebben gehad).

In tegenstelling tot Kerll heeft Fux zijn 'Missa pro defunctis' (Mis voor de doden) gestalte gegeven in de vorm van het Franse 'grand motet': de vijf solostemmen worden begeleid door strijkers (met ritornelli), contrasterend met een groter ensemble bestaande uit de ripieno-stemmen en ter verdubbeling daarvan kornetten, trombones en fagot. Solo- en ripieno-groep wisselen elkaar beurtelings af.

Bij Kerll zijn de vocale partijen in secties verdeeld, hetzij uitsluitend voor de solisten, hetzij voor zowel solisten als ripieno. Voor iedere vocale stem is er een eigen partij voorhanden, dus zowel voor de solist als voor zijn (inmiddels ook haar) ripieno-collega.
Vrij ongebruikelijk is dat de Sequentia bij Kerll in een andere toonsoort genoteerd staat: het contrast tussen e-klein en F-groot is zeker voor de toenmalige begrippen op zich al afschrikwekkend, maar dat valt als zodanig natuurlijk alleen op als Kyrie en Dies israe elkaar in snel tempo opvolgen, wat in een kerkdienst die volgens de liturgische mores verloopt uiteraard niet het geval is. Omdat Kerll dit 'effect' duidelijk en doelbewust heeft nagestreefd lijkt het onwaarschijnlijk dat zijn dodenmis specifiek voor een liturgische dienst was bedoeld. Of dat hij voorzag dat het in de toekomst anders zou verlopen. Het lijkt er in ieder geval sterk op dat Kerll het zwaartepunt van de mis bij de Sequentia heeft gelegd.

Ondanks de reeds aangestipte overeenkomsten tussen de beide dodenmissen zijn de verschillen groot. Kerll componeerde zijn mis aan het eind van zijn leven, duidelijk intens bij de tekst betrokken, meer persoonlijk en zelfs menigmaal emotioneel, terwijl het 'Kaiserrequiem' van Fux eerder een ceremonieel karakter heeft en primair ervoor bedoeld was om in volle luister de eredienst aan het keizerlijk hof extra cachet te verlenen.

Uiterlijke pracht en paal bij Fux, meer naar binnen gekeerd bij Kerll. Dat is ook waarvoor het gehele ensemble onder leiding van Lionel Meunier zich in deze opname sterk heeft gemaakt en dat als zodanig op de luisteraar afstraalt. We weten al lang dat de historisch geïnformeerde uitvoeringspraktijk bij Meunier cum suis in uitstekende handen is, wat tevens zoveel wil zeggen dat kennis van het verleden de muzikale spontaniteit van het heden niet in de weg staat. Het zijn fonkelende uitvoeringen waarin vocalisten en instrumentalisten naast volmaakte stemvoering getuigen van grote betrokkenheid en bevlogenheid. We horen verder een heldere en doorzichtige ensemble- en koorklank en een volmaakte uitspraak van het Latijn.
Hoe we ons precies de eerste uitvoering(en) in dat verre verleden van beide requiems moeten voorstellen zal in de schoot van diezelfde historie verborgen moeten blijven, maar het lijkt mij zo dat van deze vertolking Kerll er de tranen van in de ogen moet hebben gekregen en Fux toch op zijn minst een goedkeurend knikje zal hebben gegeven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links