CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2019

John Jenkins - Consort Music for Viols in Five Parts - Vol. III

Jenkins: 17 Fantasieën

The Spirit of Gambo: Freek Borstlap, Liam Fennelly, Gesina Liedmeier, Ivanka Neeleman, Thomas Baeté (gamba)
Musica Ficta MF8030 • 66' •
Opname: mei en september 2018, Doopsgezinde Kerk, Haarlem

   

Dit is het derde deel van wat ongetwijfeld een integrale Jenkins-cyclus voor ‘viols' (gamba's) gaat worden of inmiddels is geworden. De voorafgaande twee delen heb ik gemist, maar uitgaande van de kwaliteiten van dit nieuwe en daarmee derde album durf ik er meer dan een dozijn goede flessen wijn onder te verwedden dat het met de beide voorgangers wel goed zit. Wat overigens zeker niet wil zeggen om het als muziekliefhebber alleen bij dit derde deel te laten.

In het cd-boekje wordt op overtuigende wijze een lans gebroken voor deze consortmuziek van de Brit John Jenkins (1592-1678), die – de jaartallen spreken voor zich – geworteld is in de Engelse Renaissance (of Vroegbarok, zo u wilt). Wat deze zeventien fantasieën in de vorm van vijfstemmige consortmuziek met elkaar gemeen hebben is hun uitzonderlijke oorspronkelijkheid en veelkleurigheid. Volgens de musicoloog Andrew Ashbee mag uit de ruimtelijke componeertechniek, de contrastwerking en de daarmee samenhangende verscheidenheid van klankkleuren voorzichtig worden afgeleid dat ze van later datum zijn dan de meer conventionele fantasieën van Jacobijnse componisten als Coprario, Lupo en Ferrabosco, maar nog vóór de trend naar kleinere, vaak instrumentaal gemengde, fantasia-suites van rond 1635. Jenkins' vier-, vijf- en zesstemmige gambaconsorts zijn dus vermoedelijk gecomponeerd na 1620 of anders kort na 1630. Ze doen qua inventiviteit en rijpheid niet onder voor die van William Lawes uit dezelfde periode, hoewel beide componisten wel een verschillende stijl hanteerden: Lawes zocht het met name in gedurfde grilligheid, Jenkins in melodische en harmonische souplesse. Het levert in beide gevallen een fascinerend beeld op.

Het ensemble maakt zijn naam zonder meer waar, want er wordt spiritueel, zeg maar bevlogen gemusiceerd. Uitvoering en opname zijn tot in de kleinste puntjes verzorgd. Vermeldenswaard is nog dat de vijf gamba's (verdeeld in viool, tenor, bas) door de Nederlandse gambiste Gesina Liedmeier zijn vervaardigd en dat haar collega Ivanka Neeleman in het boekje voor de Nederlandse vertaling van de Engelse toelichting tekende.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links