CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2021

Suk: Meditation on the Old Czech Chorale St. Wenceslas op. 35a

Janácek: On an overgrown path (arr. Daniel Rumler)

Brami: Sur un sentier recouvert (tekst)

Dvorák: Notturno in B, op. 40

Maïa Brami (spreekstem), Camerata Zürich o.l.v. Igor Karsko
ECM New Series 2597 485 6432 • 68' •
Opname: sept. & nov. 2017, Radiostudio DRS, Zürich

   

Waar komt die titel eigenlijk vandaan, ‘Over een overwoekerd pad', in het Tsjechisch ‘ Po zarostlém chodnícku‘? Betreft het een willekeurig bospad, of een weggetje naar een of andere ruïne, een slecht onderhouden tuinpad misschien? De titel lijkt echter eerder te verwijzen naar een een bekend Moravisch bruiloftslied: de weg die bezaaid is met klavertjes. Voor de bruid feitelijk het afscheid van de geborgenheid van het ouderlijk huis, of misschien wel het gevoel eindelijk verlost te zijn van de ouderlijke knellende banden, een nieuwe toekomst die lonkt, maar zonder weg terug, met hoogstens de vele jeugd- en andere herinneringen die langzamerhand zullen vervagen en uiteindelijk worden overwoekerd door de voortschrijdende tijd. Janácek heeft dit beeld in zijn vijftien deeltjes omvattende cyclus op waarlijk meesterlijke wijze ‘ gevangen‘. De voor zich sprekende volksmelodieën kennen een diepgelaagde contrastwerking die iedere gedachte aan alleen maar oppervlakkige veelkleurigheid als bij toverslag doet wegvagen. De door ieder deel lopende rode draad is de tot kunstmuziek verheven volksmuziek, deel uitmakend van een traditie die teruggaat naar Bedrich Smetana en Antonín Dvorák, maar later ook dankzij Josef Suk een net zo fascinerend vervolg zou krijgen.

Een ander sprekend voorbeeld van Janáceks verbondenheid met de volksmuziek zijn de verschillende banden met de 'Solovanské Melodie‘, de volksmelodieën die Janácek speciaal voor harmonium bewerkte (wat veelal neerkwam op zo eenvoudig mogelijke harmoniseringen om de puurheid van het origineel zo weinig mogelijk aan te tasten). Sporen daarvan zijn overigens al terug te vinden in ‘ Over een overwoekerd pad‘, in de delen 5 (1901) en 6 (1902).

Janáceks cyclische, van grote oorspronkelijkheid getuigende pianowerk kreeg rond 2016 een vervolg door de violist Daniel Rumler, daartoe aangespoord door Igor Karsko, de concertmeester en artistiek leider van Camerata Zürich. De directe aanleiding voor de bewerking van de vijftien deeltjes voor strijkorkest vormde het 60-jarig jubileum van het ensemble, in 1957 opgericht door de dirigent Räto Tschupp. Een dergelijke opdracht was zeker niet nieuw: Camerata Zürich had in zijn lange bestaan al vaak genoeg compositie- en bewerkingsopdrachten gegeven met als doel het repertoire voor strijkorkest uit te breiden. Ook Karsko heeft, evenals zijn voormalige leerling Rumler, meerdere bewerkingen op zijn naam staan. Zo ook ‘Over een overwoekerd pad', waarvan ik moet zeggen dat wie het origineel niet kent werkelijk zou denken dat Janácek het zó heeft gecomponeerd. Voor wie het wel kent, beseft al snel dat het weliswaar een volkomen ander stuk is geworden, maar daarmee de essentie van het geheel geen geweld is aangedaan (zoals dat bijvoorbeeld ook geldt voor Moesorgski's ‘Schilderijen van een tentoonstelling' in de orkestratie van o.a. Ravel).

Iedere bewerking staat uiteraard op zichzelf en de enige relevante vraag die men zich daarbij zou kunnen (of moeten) stellen is of die bewerking daadwerkelijk meerwaarde biedt (wat helaas veelal niet het geval is). ‘Over een overwoekerd pad' in dit arrangement voor strijkers kon evenwel uitgroeien tot een boeiend nieuw werk dat niet haaks staat op de inhoudelijke aspecten van het origineel. Het sfeerbeeld is vanuit puur instrumentaal perspectief ook inhoudelijk bezien (als in muziekj gegoten herinneringsalbum) niet echt anders geworden. Wat men in het origineel voor zich ziet, ziet men ook in deze bewerking voor kamerorkest. Dat het werk wordt omringd door zowel Josef Suks meditatie over het St. Wenceslas-koraal als Dvoráks verstilde Notturno is alleen al vanuit programmatisch oogpunt een vondst.

Een vondst is stellig ook de door Maïa Brami geschreven en door haarzelf uitgesproken 'Sur un sentier recouvert' (in het boekje is de gesproken Franse tekst uitsluitend in het Engels afgedrukt), eveneens geschreven in opdracht van het ensemble naar aanleiding van het 60-jarig jubileum en sterk geïnspireerd op Janáceks gelijknamige ‘Over een overwoekerd pad'. Het is bijzonder fraai gestileerd proza dat net zo fraai wordt uitgesproken en zich, gepositioneerd tussen de delen 11 en 12 van ‘Over een overwoekerd pad', prachtig ‘mengt' met Rumlers bewerking.

De uitvoering straalt klasse uit en de opname is prachtig, in de bekende ECM-stijl, maar de cd bevat geen metagegevens die de rippers en degenen die de tracktitels e.d. graag van het display aflezen, op weg helpt. Ik heb er geen idee van waarom dit album eerst nu verschijnt, vier jaar na de gemaakte opnamen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links