CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2012

 

 

Howells: A Hymn for St Cecilia - Salve regina - Gloucester Service - Take him, earth for cherishing - St Paul's Service - Requiem - All my hope on God is founded

Simon Bland en Jeremy Cole (orgel), Choir of Trinity College, Cambridge o.l.v. Stephen Layton

Hyperion CDA67914 • 64' •

Opname: Lady Chapel of Ely Cathedral en Lincoln Cathedral, juli 2011


 
 
Herbert Howells (1892-1983)
   
   

De eerste noten van A Hymn for St Cecilia laten er geen enkele twijfel over bestaan: we staan midden in het Engelse laatromantische repertoire, maar tevens met een handreiking naar de hedendaagse, gemakkelijk toegankelijke Engelse koormuziek. In nauwelijks drie minuten horen we vleugjes Elgar, Vaughan Williams, Stanford en...Rutter. Een stilistische mengelmoes dus? Ja, maar wel van een sublieme kwaliteit, diep doorvoeld en rijk geschakeerd. Bovendien straalt het vakmanschap ervan af. Merkwaardig dat Howells zelf eerder verwantschap voelde met de Tudor-periode: "All through my life I've had this strange feeling that I belonged somehow to the Tudor-period not only musically but in every way."

Howells werd geboren in Lydney, in het graafschap Gloucestershire, op 17 oktober 1892. Hij kreeg zijn eerste orgellessen van zijn vader, een amateurorganist. Het was echter Herbert Brewer, de aan de kathedraal van Gloucester verbonden organist en een autoriteit op zijn vakgebied, die zijn eerste belangrijke mentor werd. Zeker naar hem moet Howells met rode oortjes hebben geluisterd, gefascineerd als hij was door Brewers orgelspel.

Howells stortte zich niet alleen op de Engelse orgelliteratuur en die van het vasteland, maar hij ging ook al spoedig componeren. Dat zal zijn zinnen zeker hebben verzet, want thuis heerste er armoede nadat zijn vader, een kleine aannemer, failliet was gegaan. Hij was pas 18 toen hij in diezelfde kathedraal voor het eerst de Thomas Tallis-fantasie van Ralph Vaughan Williams hoorde. Het stuk sloeg hem zo in de ban dat hij op slag besloot om componist te worden. Met Vaughan Williams zou later een hechte vriendschap ontstaan.

In 1912, Howell was toen 20, mocht hij gaan studeren aan het Londense Royal College of Music, waar hij lessen nam bij drie componisten van naam en faam: Charles Hubert H. Parry (niet te verwarren met Gordon Parry), Charles Villiers Stanford en Charles Wood (niet te verwarren met de dirigent Henry Wood). Met Stanford had Howells een bijzonder goede band. Dusdanig zelfs dat die extra muzikale vruchten afwierp: Stanford had de financiële middelen en de juiste connecties om Howells in 1916 gecomponeerde Pianokwartet te laten uitgeven, maar ook als pianist liet Stanford zich niet onbetuigd door drie jaar later Howells Pianoconcert uit te voeren.
Ook de orgelstudie hield Howells' belangstelling. Zeker Brewer zal hem in zijn jonge jaren veel hebben geleerd.
In 1920 verwisselde Howells de rol van leerling voor die van leraar: hij ging compositielessen geven aan datzelfde prestigieuze College. Hij bleef dat doen tot op hoge leeftijd: een halve eeuw lang zag men hem in de leslokalen van het instituut. In 1936 nam hij er nog een functie bij: hij volgde Gustav Holst op als Music Director aan de meisjesschool van St Paul in Hammersmith.
In de donkere oorlogsjaren was Howells werkzaam in Cambridge, waar hij was verbonden aan het St John's College. Alsof dat allemaal nog niet genoeg was, was er vanaf 1950 nog een professoraat aan London University. En dan te bedenken dat hij 'tussendoor' nog volop her en der het orgel bespeelde en volop componeerde! Hij stierf in Londen op 23 februari 1983, negentig jaar oud, na een zéér werkzaam en creatief leven.

De laatromantiek die in al orgel-, piano-, orkest- en koorwerken, maar ook in zijn kamermuziek stevig doorklinkt plaatste hem uiteraard niet in het kamp van de nieuwlichters, wat niet wegneemt dat hij kwalitatief zeer goede muziek schreef. Hij beschouwde het componeren niet als een soort proeftuin, maar hij gebruikte wel degelijk allerlei verschillende muzikale stijlen, zoals het gregoriaans, de oude kerktoonsoorten en de pentatoniek, maar ook de oude en de nieuwe volksmuziek. De zeven stukken waarmee Howells op deze cd is vertegenwoordigd vormen er de weerslag van. Het is muziek die de toehoorder niet voor wezenlijke 'problemen' stelt, maar juist door die bijzondere combinatie van frisheid en diepgang boeiende vergezichten oplevert die in deze op en top Engelse uitvoeringen gelukkig volop tot gelding komen. Hoe kan het ook anders, met dit geweldige koor uit Cambridge en de in dit repertoire gepokte en gemazelde Stephen Layton. Dit is muziek om van te houden, my cup of tea. Zeer indrukwekkend is ook het Requiem, dat hij pas vijftig jaar na de eerste schetsen op papier kon krijgen: de dood van zijn negenjarige zoontje Michael in 1935 had daarvoor teveel traumatische sporen nagelaten, die hem bovendien de rest van zijn leven zouden blijven begeleiden.

De opname is ronduit voortreffelijk. Ook het orgelspel van de beide organisten staat er magnifiek op. Wie de goede weergevers heeft zullen ook de diepe pedaaltonen zeker niet ontgaan! Dit is een schitterend pleidooi voor de muziek van Herbert Howells! Misschien biedt deze cd wel iets van een 'revival' van het werk van een componist dat nog tot zo'n halve eeuw geleden groot aanzien genoot; en niet alleen in Engeland. Zozeer zelfs dat hem werd gevraagd om muziek (het a cappella werk 'Take him, earth, for cherishing') bij de uitvaart van John F. Kennedy te schrijven.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links