CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2011

 

 

Holliger: Toronto-Excercises (2005) - Gedichte von Anna Maria Bacher (2000/02) - Puneïga (2000/02) - Induuchlen (fragment gereciteerd door Albert Streich) - Induuchlen (2004) - Ma'miunia (2002)

Anna Maria Bacher (recitatief), Sylvia Nopper (sopraan), Kai Wessel (countertenor), Felix Renggli (piccolo/fluit/altfluit/basfluit), François Benda (klarinet), Elmar Schmid (klarinet/basklarinet), Olivier Darbellay (hoorn), Matthias Würsch (slagwerk, marimba en cembaal), Jürg Däher (viool), Daniel Haefliger (cello), Bahar Dördüncü (piano), Ursula Holliger (harp), Swiss Chamber Soloists o.l.v. Heinz Holliger

ECM New Series 2201 476 3977 • 76' •

www.ecmrecords.nl


In deze vijf stukken lijkt de Zwitserse hoboïst, dirigent en componist Heinz Holliger (1939) de grenzen van het bewustzijn en de associatie te hebben opgezocht. In het geval van de gedichten van Anna Maria Blacher (1947) betreft het haar taal die dreigt uit te sterven: het is het Walserduits (Pumatter Titsch, Pomatterdeutsch) zoals we die in het Italiaanse Pomattertal nog aantreffen, zowel als spreektaal als in dichtvorm. Bewustzijn en existentie liggen in elkaars verlengde, het een kan niet zonder het ander. Door deze gedichten in muziek te gieten lijkt Holliger daarmee een bewuste poging te hebben gedaan om die taal te behouden, maar de werkelijkheid is een andere: hij werd zo door Bachers lyriek getroffen die de muzikale verbeelding vrijwel onmiddellijk in gang zette: "Ein Naturereignis, wie eine gewaltige Lawine oder ein unglaubliches Gewitter." Alsof een vuist op aarde viel: geen rationeel analytische benadering maar de hermeneutiek van het halfbewuste en daarmee verbonden het direct associatieve.

Ik zet ze als willekeurig voorbeeld naast elkaar, links in het Walserduits en rechts in het 'gewone' Duits. Eerst het gedicht Der Wênter en dan Dechä un Werter van Anna Maria Bacher uit Holligers liedcyclus Gedichte von Anna Maria Blacher:

Der Wênter   Der Winter
Hodra   Hochmütig
wê än Gir   wie der Adler
ärblëkchtär z Tälli   betrachtet er das Tal
in der Hechi.   von oben.
Denaa mêt wis offend Fäkchtä   Dann fliegt mit weissen offenen Flügeln
Fligtär pimösu der Wënter   langsam der Winter heran
un faat z Läbä   und packt mit eisigen Krallen
mêt lschuchrewla.   das Leben.
     
Dechä un Werter   Gedanken und Wörter
I wellti mis gantz Dechä   Ich möchte all meine Gedanken
in heisi Löiga sechtu   in siedener Aschenlauge waschen
un denaa im frêschä Brunnä   und sie dann im frischen Wasser
's schpêlä...   des Brunnens spülen
Us mim Müül   Aus meinem Mund käme
terfti inkheis uferschtennigsWort   kein missverstandenes Wort mehr,
und êch wei frii.   und ich wäre frei.

Binnen de kaders van Holligers componeren kan de 'Gesangslinie', de partij voor de zangstem eerst ontstaan en pas veel later de instrumentatie, die dan de stem door ingewikkelde schaduwwerking en desnoods een geforceerde gelaagdheid vrijwel wegvaagt! Dit heeft veel weg van het componeren van achteren naar voren, Holligers hoogstpersoonlijke kreeftengang. Een dergelijke merkwaardige tegenstelling vinden we ook terug in Holligers bijna obsessieve voorliefde voor de streng gereguleerde canon, die het hem nolens volens belet om volkomen vrij te componeren (zoals Beethoven aan het eind van zijn leven teruggreep op met name de fuga). De muzikale impuls is er, maar moet op een geschikte manier bedwongen worden; en wat leent zich daarvoor beter dan een canon? Desnoods tot aan het verstommen, of anders in de vorm van een 'unendliche Länge', 'über den Tod hinaus' (Holliger).Dechä un Werter geldt voor Holliger als een epiloog, een 'ars poetica' na de dood, een soort testament. Daarmee schept Holliger muziek die nieuwe horizonten verkend en er daardoor wezenlijk toe doet. Als die muziek ingewikkeld is, is haar metgezel, de taal, dat ook.

Het merendeel van de op deze cd vastgelegde stukken vormen tevens Holligers topografie: we reizen immers met de muziek mee naar Toronto (waar hij lesgaf aan de universiteit) , naar het Geneefse restaurant 'La Mamounia', naar Brienz (waar dedichter Albert Streich (1897-1960) zijn 'Briensertiitsch Väärsa' schreef) en naar de taal van het Pomattertal.

Holligers fascinatie voor dialectdichters als Bacher en Streich heeft alles te maken met de door hem gevoelde magie van de klankschoonheid van het dialect. Maar ook de puurheid ervan speelt een belangrijke rol: Holliger beseft dat onze gewone dagelijkse omgangstaal in de loop der tijd aanzienlijk vervuild is geraakt, dat zich daarin allerlei vreemde of buitenissige invloeden hebben genesteld en dat daardoor het volkseigen karakter van die taal deels verloren is gegaan. De nog onvervormde dialectische spreektaal opende voor Holliger nieuwe muzikale vergezichten. Voor hem was dat des te belangrijker omdat de erfenis van het typisch Zwitserse volkslied niet veel meer omvat dan een liedboek uit 1822.

In de meest eenvoudige termen: Holliger zette de klank van de spreektaal om in een muziektaal die soms vervreemdend uitpakt of anders wel voor een rijke contrastwerking zorgt en menigmaal zelfs vervreemdend uitpakt: avant-gardistische klankpatronen die tegenover de oude volkstaal worden gezet. Het is een techniek die ook andere componisten veelvuldig hebben beproefd, zij het dan zonder de toehoorders al te zeer op de proef te stellen (denk bijvoorbeeld aan Dvorák, Stravinsky, Janácek en Bartók). Holliger zei in een interview weliswaar dat hij geen 'extreem gecompliceerde' muziek schreef en dat kinderen de liederen in het 'uiterste geval' zouden moeten kunnen zingen, maar die mening onderschrijf ik toch niet. Enfin, overtuig uzelf! Aan de zeer hoge kwaliteit van deze uitvoeringen en de transparante opname (iedere stem, iedere minuscule wending kan moeiteloos worden gevolgd, wat zeker bij deze muziek zonder meer essentieel is) zal het in ieder geval niet liggen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links