CD-recensie

 

© Aart van der Wal, april 2024

The Haydn Project 2032 - Vol. 14

Haydn: Symfonie nr. 53 in D (L'Impériale) - nr. 54 in G - nr. 33 in C - Sinfonia in D, Hob. IA:7

Kammerorchester Basel o.l.v. Giovanni Antonini
Alpha 694 • 77' •
Opname: maart, juni & okt. 2021, Musik- und Kulturzentrum Don Bosco, Bazel

 

Dat deze Haydn-serie, op weg naar álle symfonieën én wat ik gemakshalve maar met ‘aanpalend' repertoire aanduid, zo buitengewoon succesvol én qua opvatting zo consistent maakt is de fonkelende energie die ervan afstraalt. Wat alles te maken heeft met de basisingrediënten daarvan, zoals frasering, accentuering, dynamiek en ritmiek. Waarbij het er eigenlijk weinig toe doet dat deze serie wordt ‘gedragen' door twee verschillende orkesten: het Kammerorchester Basel en het (de naam zegt het al: Italiaanse) Il Giardino Armonico, in deze reeks doordesemd van stilistische verbondenheid, zowel geografisch als stilistisch, met de Italiaanse dirigent Giovanni Antonini als spin in dit fijnmazige web.

De meeste muziekrecensenten hebben een grote voorliefde voor vergelijkingen. Mijn ex-collega Jan de Kruijff (hij overleed in 2022) stak zelfs heel veel werk in zijn rubriek ‘Vergelijkende discografieën' op de eigen site. Met alle denkbare actualiseringsproblematiek die uiteraard daarmee samenhing. Ik ben er nooit aan begonnen: veel te veel werk en het ‘baas-boven-baas' principe is artistiek aanvechtbaar, alsof er in dit metier een overuigende mate van hiërarchie aantoonbaar zou zijn.

De spelkwaliteiten van de vele topensembles zijn vanzelfspekend uitstekend (het geldt al decennialang als vanzelfsprekendheid) en mogen we ons concentreren op de vertolkingen zelf. Dan blijken de stilistische verschillen, het is verre van wonderbaarlijk, enorm te zijn. En omdat dit zo is worden er maar wat graag allerlei waardeoordelen aan verbonden. ‘Haydn-in-de-oude-stijl' die gemakkelijk wordt afgeserveerd ten faveure van ‘Haydn-in-de-nieuwe-stijl'. Dus traditie (conventie, oude stijl) versus historiserende uitvoeringspraktijk (die overigens ook al aardig traditioneel is geworden). Wie er zin in heeft om bijvoorbeeld Jochum, Böhm, Karajan, (Colin) Davis, Klemperer of Karajan te vergelijken heeft er meer dan een dagtaak aan, maar het wordt nog ingewikkelder om hen in verband te brengen met – inderdaad – een dirigent als Antonini, maar ook - dichter bij diens muzikale huis - Harnoncourt of Brüggen. Door aldus het pad van de vergelijking te kiezen wordt afbreuk gedaan aan de erkenning dat eenieder voor zich zijn eigen artistieke identiteit én integriteit in ‘zijn' Haydn meebrengt. Het is dus veel aardiger en zinvoller om die eigenschappen op hun eigen merites te beoordelen, wel of niet te bewonderen en aan de hand daarvan de eigen voorkeuren te bepalen. Wat iets geheel anders is dan domweg op de vergelijkingstoer te gaan en hetgeen dan buiten de boot valt even domweg ‘af te serveren'. Wat niet in de eigen smaak of perceptie valt, heeft - het spreekt bijna als vanzelf - eveneens recht op bestaan. Bovendien, wat de muziek van Haydn betreft, weten we véél te weinig van hoe het in zijn tijd er qua uitvoering (én bezetting!) aan toeging. En…misschien waren de Esterházy's nog wel kritischer dan wij nu; of juist niet… Afgaande op Haydns notenschrift ligt het eerste meer voor de hand dan het tweede.

Geniet nu toch vooral van Antonini en het Kammerorchester Basel! Béter gaat het althans speltechnisch niet worden, ongetwijfeld wél anders.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links