CD-recensie

 

© Aart van der Wal, november 2022

Haydn: Symfonie nr. 6 in D (Le Matin) - nr. 7 in C (Le Midi) - nr. 8 in G (Le Soir)

Florilegium o.l.v. Ashley Solomon
Channel Classics CC44722 • 71' •
Opname: maart 2022, St John's Church, Upper Norwood, Londen

   

Het Britse, in wisselende bezetting optredende in de historiserende uitvoeringspraktijk gewortelde Florilegium met als artistiek leider Ashley Solomon (hij verzorgde tevens de toelichting in het cd-boekje) heeft met dit Haydn-album inmiddels de maar liefst eenendertigste cd op het Channel Classics label ‘vereeuwigd'.

In deze drie symfonieën worden de voor dit programma aangetreden achttien leden danig op de proef gesteld, want hoewel ze, met de aansprekende bijnamen ‘Le Matin', ‘Le Midi' en ‘Le Soir', tot de eerste behoren die Haydn voor zijn nieuwe broodheer, de Hongaarse prins Paul Anton Esterházy, schreef, zijn ze van een dusdanig virtuoos gehalte dat alleen al daardoor de speltechnische kwaliteiten van vrijwel alle orkestleden danig op de proef worden gesteld. Wat tegelijkertijd iets zegt over het ensemble dat Haydn in het paleis Esterházy tot zijn beschikking had: dat moeten musici van klasse zijn geweest (wat we ook kennen van bijvoorbeeld Bachs niet minder virtuoze Brandenburgse Concerten, een halve eeuw eerder, in 1721, eveneens geschreven voor ongetwijfeld uiterst bedreven musici van de 'Hofkapelle' in dienst van prins Leopold in Köthen).

Die orkestleden in Eisenstadt waren weliswaar weinig anders dan lijfeigenen van de vorst (zoals dat ook gold voor het voltallige personeel, de boeren en ambachtslieden in de directe omgeving van het paleis), maar erg te verduren hadden ze het niet. De musici werden uitstekend betaald en de prins zorgde bovendien voor voedsel, onderdak en wanneer nodig zelfs voor een dokter in de buurt (die ook bevallingen deed). Als een orkestlid in het huwelijk was getreden en er kwamen kinderen, dan werd ook voor het gezin en soms zelfs de gehele familie gezorgd. Waar dan wel tegenover stond dat iedere musicus zich geheel en al ten dienste diende te stellen van de vorst. Zo ook Haydn, die op 1 mei 1761 zijn arbeidscontract met Esterházy tekende. Met enige korte tussenpozen verbleef hij tot 1795 aan het hof als componist en kapelmeester, toen hij zich voorgoed in Wenen vestigde.

Een saillant detail: vanaf zijn indiensttreding werden alle composities die Haydn in dienst van de prins schreef, automatisch eigendom van de Esterházy's. Eerst in 1779 veranderde dat: Haydn had tijdens de onderhandelingen over de verlenging van zijn contract bedongen dat hij voortaan voor eigen rekening en voordeel mocht publiceren. Al vrij kort daarna voegde hij de daad bij het woord en schreef hij het bekende Weense uitgevershuis Artaria aan, dat hem maar al graag verwelkomde. Dat jaar kwam echter eveneens in het teken te staan van een nieuwe liefde: Haydn begon ongegeneerd en in het geheim een verhouding met de zangeres Luigia Polzelli, die samen met haar echtgenoot, de violist Antonio Polzelli, zich op basis van een tweejarig contract aan de Esterházys verbonden hadden. Luigia was toen pas negentien, haar man lijdend aan tuberculose, wat – hoe kon het anders - niet alleen gevolgen moest hebben voor zijn musiceren maar ook voor zijn andere 'plichten' jegens Luigia..

Het had echter niet veel gescheeld of beide echtelieden waren al vrij kort na hun indiensttreding ontslagen. De jongere broer van Paul Anton, Nikolaus, een operakenner pur sang, had niet veel op met Luigia's zangkunst noch met haar echtgenoot die door zijn ziekte steeds opnieuw verstek moest laten gaan. Nikolaus wilde aldus het contract met het echtpaar afkopen, maar het liep anders: Haydn, die al geruime tijd leed onder zijn slechte huwelijk (componeerde hij vooral daarom zoveel?), kon weinig anders dan de driehoeksverhouding opbiechten om tenminste de mezzo binnen de paleismuren te houden, Nikolaus, die Haydns (hij was toen 48) verdiensten als geen ander op juiste waarde wist te schatten, streek de hand over zijn hart en besloot alsnog om de beide Polzelli's in dienst te houden. Van een officiële verbintenis tussen Haydn en Luigia kon, afgezien nog van haar echtgenoot, evenwel geen sprake zijn: de mores van de Rooms-Katholieke kerk stonden dit gewoonweg niet toe. In 1783 kwam uit die relatie wel of niet onverwacht een zoon voort: Antonio, alsnog vernoemd naar de buiten spel staande echtgenoot. In 1791 was het uit tussen Haydn en Luigia (zij overleed in 1830, 70 jaar oud).

Het verhaal gaat dat Haydn, kort voor zijn officiële dienstverband speciaal voor de verjaardag van Paul Anton (22 april 1761) een symfonie had gecomponeerd en deze daarvan zo onder de indruk was dat hij bij de orkestleden informeerde wie het toch wel was die het stuk had geschreven. De naam van Haydn werd genoemd, waarop de prins stomverbaasd reageerde: “Maar je bent al in mijn dienst, hoe komt het dat je me niet eerder bent opgevallen?” De prins verordonneerde: “Ga je direct kleden als een maestro!” Vanaf dat moment droeg Haydn de witte pruik van een hoveling.

Van de oorspronkelijke bezetting van het Esterházy-orkest weten we dat die uit niet meer dan hoogstens zo'n vijftien musici bestond (waarvan het merendeel op meerdere instrumenten zeer goed de weg wist, zeker in die tijd, maar ook in de Barok niet ongebruikelijk). Het orkest had de beschikking over zo'n zes violen, altviool, cello, contrabas, fluit, fagot, 2 hobo's en 2 hoorns, met Haydn als primus inter pares op de viool. Voor zover bekend was er aan het hof – uitgezonderd de theaterproducties - geen sprake van het gebruik van het klavecimbel als continuo-instrument.

Ik had het reeds over het virtuoze karakter van het Esterházy-ensemble. Dat blijkt ook uit de namen van de musici die als zodanig ook bekend stonden, met in de voorste gelederen de violist Luigi Tomasini, de cellist Joseph Weigl (later vervangen door Anton Kraft, die met Haydn en Mozart, maar ook met Beethoven goed bevriend was) en op hoorn en baryton Carl Franz. Die virtuositeit moet Haydn als componist, onder meer zijn orkestwerken (de vele soli in zijn eerste symfonieën en de vele concerten vanaf de jaren 1760) bewijzen het, behoorlijk hebben uitgedaagd.

‘Le Matin', ‘Le Midi' en ‘Le Soir', Morgen, Middag en Avond: de titels komen uiteraard niet uit het niets voort. Toen Haydn deze drie symfonieën componeerde was hij al bepaald geen onbekende (dat de naam Haydn bij Paul Anton in april van dat jaar geen belletje deed rinkelen zegt in dit verband niets). Hoewel er geen enkel concreet bewijs voor is, is er de suggestie dat de prins zelf de ‘perioden van de dag' heeft bedacht, met daarbij in het achterhoofd een voorstelling in het Burgtheater (waar de prins en zijn aanhang over een eigen loge beschikten), waar in 1759 het pantomimeballet Les quatres parties du jour en quatres ballets différens was uitgevoerd. Wat mogelijk ook een rol heeft gespeeld was Vivaldi's Le quattro stagioni, een van de vele partituren die de prins in zijn muziekbibliotheek bewaarde.

Die drie titels waarmee Haydns drie symfonieën zijn toegerust mogen dan niet uit het niets zijn gekomen, in muzikaal opzicht valt er - anders dan in Ashleys toelichting wordt gesuggereerd - in de drie symfonieën niet of nauwelijks iets van terug te vinden. Haydn zelf heeft er in ieder geval nooit over gerept.

Volgens Frans Brüggen (ik tekende het op in mijn interview met hem) was Haydn een ‘uitvinder'. Het was in mijn ogen een zeer rake typering en wat mij betreft ligt het bewijs ervan al in deze drie vroege symfonieën voor ons, want ze markeren onmiskenbaar het begin van menige nieuwigheid en een scala aan verrassingen die Haydns muziek – en dus niet alleen in de symfonieën! - zozeer kenmerken. Het valt direct al op: de inventieve wisselwerking tussen de verschillende instrumenten en orkestgroepen naast het oorspronkelijke karakter ervan. Alleen al de voor de eerste lessenaars gereserveerde soli zijn een ware lust voor het oor en wat een affiniteit had de componist toen al met de zo verschillende instrumentale én ook nog in de meest uiteenlopende combinaties orkestrale timbres! En dat in een setting die de grenzen tussen symfonie en concerto herhaaldelijk doet vervagen, aldus reikend aan die van de sinfonia concertante!

Florilegium heeft er een fonkelend en hoogst spiritueel klankfeest van gemaakt, subliem gedetailleerd, gefraseerd en gearticuleerd, de ritmiek dusdanig springlevend en de vele pregnante soli zo aanstekelijk dat dit uitvoeringen zijn die een en al charme en bekoring uitstralen. Dit is muziek en dit zijn uitvoeringen die de luisteraar op de spreekwoordelijke punt van de stoel brengen. Er spreekt zoveel geestkracht uit deze uitvoeringen dat ik alleen maar kan zeggen: haydnesquer kan het eigenlijk niet. Jared Sacks heeft het klankbeeld weer voortreffelijk vastgelegd: strrikt, prachtig gedetailleerd en vervuld van een gloedvolle sonoriteit (hoorns!)


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links