CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2022

George Frideric Handel - Salve Regina

Händel: Concerto a 5 - Salve Regina HWV 241 - Praise the Lord with cheerful voice (uit Esther) HWV 50 - Gloria HWV deest - Silete Venti HWV 242 - Tu del ciel ministro electo (uit Il Trionfo del tempo) HWV 46a

Julie Roset (sopraan), Millenium Orchestra o.l.v. Leonardo García Alarcón
Ricercar RIC 442 • 74' •
Opname: sept. 2021, Centre d'art vocal et de musique ancienne, Namen (B)

   

Columniste Marjoleine de Vos schreef vandaag (5 september) op de achterpagina van NRC Handelsblad een alleraardigste stukje over het nieuwe ten opzichte van het oude. Het zal bij menigeen meerdere belletjes doen rinkelen, denk ik zo.

De stof die volgens De Vos door Harnoncourt van Bachs passiemuziek werd afgeveegd, de veel frissere, origineler klank die tevoorschijn kwam en hoe dat destijds – we schrijven jaren zeventig – als een 'bevrijding' werd ervaren. Harnoncourt ging voorbij, er kwamen andere uitvoeringen. Ze stelt zich de vraag of ze dat nu echt heel mooi vond, om vervolgens zelf het antwoord te geven: ‘hoe is het mogelijk.'

Ze neemt het door NPO Radio 4 wekelijks op zondag uitgezonden programma Diskotabel onder de loep, ditmaal met drie verschillende uitvoeringen van Beethovens Tweede symfonie, besproken door het deskundigenpanel. Een ervan werd zonder omhaal van tafel geveegd: ‘Al wat ouder, romantisch, niet meer helemaal van deze tijd,' luidde het oordeel. Een uitvoering die ‘ergens' in de tijd is blijven hangen, niet meegegaan met de ontwikkelingen. De Berliner Philharmoniker o.l.v. Claudio Abbado werd afgeserveerd, hoe goed het orkestspel op zich ook was.

De Vos haalt Marcel Proust aan: dat voortschrijdende tijd niet per se vooruitgang in de kunsten met zich brengt. Waarna de columniste de knuppel in het hoenderhok gooit door een van de leden uit haar Proust-leesclub te citeren: dat vooruitgang niet bestaat. Natuurlijk, opgetrokken wenkbrauwen, ook van haar. De verdedigbare these: dat alle verworvenheden ten spijt in het groot niet van vooruitgang kan worden gesproken omdat er nu eenmaal geen vaststaand punt is waaruit dat kan worden vastgesteld. En: ‘Bij elke verandering gaat van alles verloren dat net zo goed waardevol is, maar dat we niet langer kennen of betreuren.' O ja.
Er is dat aforisme van de dichter J.C. Bloem: ‘Elke verandering is een verslechtering, zelfs als het een verbetering is.' Of anders wel Judith Herzberg: ‘Zo veel gaat bij het winnen ook verloren,' schrijft ze.

De historiserende uitvoeringspraktijk heeft, in de jaren zestig eerst nog schoorvoetend en in beperkte kring (met voorop Harnoncourt/Leonhardt) nieuwe wegen ingeslagen. Wegen geplaveid met theoretische kennis, de resultaten van omvangrijk en diepgaand bronnenonderzoek, aangevuld door musicologische ontdekkingen en wat al niet meer. Maar dat maakt daardoor de romantische (of traditionele: het is maar welke naam eraan wordt gegeven) uitvoeringspraktijk nog niet overbodig of achterhaald. Die praktijk was gewoon anders dan de hedendaagse, niets meer, niets minder.

Diskotabel daargelaten (deskundigheid is blijkens de uitlatingen van de panelleden een nogal rekbaar begrip) heeft de muziekliefhebber anno nu wel de mogelijkheid om uit een discografisch bijzonder rijk heden én verleden te putten. Dat alleen al scherpt de muzikale geest, met daarbij in het achterhoofd dat de historiserende uitvoeringspraktijk sinds medio jaren tachtig rasse schreden voorwaarts heeft gemaakt, mede gestoeld op steeds meer nieuwe, zo niet menigmaal verrassende inzichten naast een steeds betere beheersing van het ‘authentieke' (veelal replica's) instrumentarium. Ook de vocale kwaliteiten namen toe, mede dankzij daarin gespecialiseerde. nieuwe ensembles. Daarnaast hebben vrijwel alle musici het in die beginjareen veelal gebruikelijke ‘authentiek droogzwemmen' afgeleerd en wordt er spiritueel gedreven, gedurfd en geëngageerd gemusiceerd. Dat is alleen maar winst. Wie dan terug wil grijpen naar bijvoorbeeld de jaren zestig, met onder meer de Festival Strings Lucerne onder leiding van Bernhard Paumgartner hoeft dit echter niet per se a priori als verlies jegens het nieuw verworvene te beoordelen, maar als een aan die tijd (én mogelijkheden!) gebonden prestatie die op zich van de eerste orde was. De Grand Prix du Disque van toen (I Musici e.a.) had in die jaren grote waarde en heeft dat nog steeds, al mag die misschien voor menigeen door de tijd zijn ingehaald.

Het zijn zomaar wat gedachten bij dit nieuwe Händel-album dat alles in zich heeft wat de historiserende uitvoeringspraktijk tot nu toe heeft opgeleverd. Alle stukken zijn door de musicologische zeef gehaald, de sopraan is in dit repertoire gespecialiseerd, interpreteert fenomenaal en voegt zich bovendien naadloos in het instrumentaal ensemble dat evenzeer is vervuld van alle denkbare historiserende fleur en kleur, met dirigent Alarcón in topvorm. Maar alles goed en wel, maakt dit dan Silete Venti, met Elly Ameling en het English Chamber Orchestra o.l.v. Raymond Leppard uit de jaren zeventig op het Philips-label dan ineens minderwaardig? Nee, geenszins. We maken wel kennis met een ándere, maar feitelijk net zo fascinerende Händel. Wie er met andere oren naar luistert boekt winst, wie dat niet doet of er zelfs achteloos de schouders over ophaalt boekt verlies. Zo simpel kan het zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links