CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2022

Emöke Baráth - Dualità - Handel Opera Arias

Alcina, HWV 34: Ah! Ruggiero crudel - Ombre pallide
Amadigi di Gaula, HWV 11: Ah! spietato - Il crudel m'abandonna
Arianna in Creta, HWV 32: Qual Leon, che fera irato
Deidamia, HWV 42: Ai greci
Faramondo, HWV 39: Se ria procella
Giulio Cesare, HWV 17: Che sento? ...Se pieta - Da tempeste il legno infrato
Lotario, HWV 26: Scherza in mar la navicella
Partenope, HWV 27: Qual farfalletta
Radamisto, HWV 12: Ombra cara di mia sposa - Qual nave smarrita

Emöke Baráth (sopraan), Artaterse o.l.v. Philippe Jaroussky
Erato 0190296370625 • 73' •
Opname: juli 2021, Le Studio Cent Quatre, Parijs

   

Ik heb er geen idee van hoe Händel erin slaagde om grote Italiaanse zangers naar zijn Londense operagezelschap te halen. Londen was voor hen immers een verre van aantrekkelijke bestemming, ten eerste door de lange en niet van risico's ontblote reis vanuit Italië en ten tweede door het alom gevreesde Londense vochtige en vaak ook nog mistige klimaat, voorts verergerd door al die lustig brandende kachels, omstandigheden die de stemkwaliteit nu niet bepaald ten goede kwam. Degenen die uiteindelijk wel wilden komen vroegen daarom zeer hoge gages wat weer leidde tot hogere toegangsprijzen, wat hen door de muziekcritici maar ook door het publiek niet in dank werd afgenomen. Er was bovendien groeiende weerstand onder brede lagen van operaliefhebbers tegen de speciaal voor de heroïsche rollen aangetrokken castraten, met als gevolg dat hun aandeel in de verschillende operaproducties meer en meer werd beperkt, tot er uiteindelijk slechts een een of twee rollen in een productie voor hen overbleven. Veel mannenrollen werden daarentegen meer en meer door vrouwen gezongen.
Dat mocht dan in Londen zo zijn, in Italië en dan met name in Rome lagen de kaarten wat dit betreft bepaald anders. Daar mochten vrouwen zelfs niet op het operatoneel verschijnen. Het contrast met Engeland had niet groter kunnen zijn!

In Engeland dus vrouwen in mannenrollen, waaronder een zangeres die bij Händel in hoog aanzien stond: Margherita Durastante (in Engeland beter bekend onder de naam Durastanti). Händel had voor het eerst intensief met haar samengewerkt in Rome en meerdere cantates speciaal voor haar gecomponeerd, in 1709 gevolgd door de speciaal voor haar geschreven titelrol in zijn opera Agrippina. Het aarzelde dus geen moment om haar voor zijn van start gaande Londense operagezelschap te engageren. Volgens de historicus Charles Burney was Durastante ‘ruw en gespierd', maar die indruk kan ook positief worden uitgelegd: ze kon daardoor immers net zo succesvol vrouwen- als mannenrollen vertolken. Niet verwonderlijk dus dat zij in Londen onder meer werd aangezocht voor de titelrol in Händels Radamisto. Haar veelzijdigheid als zangeres wordt bovendien nog eens bevestigd door de aria ‘Ombra cara di mia sposa' uit dezelfde opera, waarvan de muzikale schoonheid zowel wordt bepaald door de eenvoudig gehouden, delicate melodie als door het door Händel fraai uitgewerkte contrast met het hecht geconstrueerde contrapunt in de strijkers.

Natuurlijk weten we niet hoe het er in Händels operagezelschap muzikaal aan toeging, al is er voldoende over gepubliceerd (de eerste Londense krant verscheen al in november 1665, toen nog onder de naam The Oxford Gazette, later The London Gazette). Wel ligt het voor de hand dat de kwaliteit van de voorstellingen vanuit muzikaal oogpunt (zaken als licht en regie buiten beschouwing latende) hoog tot redelijk hoog moet zijn geweest. Dat blijkt althans uit Händels complexe en niet in het minst ook virtuoze schrijfwijze. Het zou immers geen enkele zin hebben gehad om de lat met het oog op het beschikbare zangers- en instrumentale potentieel hoger dan praktisch mogelijk te leggen: het publiek zou dan onherroepelijk hebben afgehaakt of zijn ontevredenheid over het gebodene hebben gedemonstreerd.

Er is nog een bekende naam in Händels operagezelschap die de aandacht trekt: die van Francesca Cuzzoni. Zij was vooral aangezocht voor de onvervalst heroïsche vrouwenrollen, zoals die van Cleopatra in Giulio Cesare. En Händel zou Händel niet zijn als hij ook voor haar niet een hoge graad van virtuositeit had ingeruimd, zoals in de aria ‘Da tempeste il legno infranto' (eveneens op dit nieuwe album vastgelegd).

Dualità (de titel van de cd verwijst uiteraard naar de duale karakterkenmerken van dit met zorg gekozen programma) mag als representatief voorbeeld gelden voor niet alleen Händels operakunst, maar ook voor het afwisselend dramatische en lyrische naast virtuoze karakter van de verschillende rollen die Händel aan 'zijn' vocalisten van het kaliber Durastante en Cuzzoni had toegedacht. Dat dit zangkunst impliceert van hoge orde vloeit er als vanzelfsprekend uit voort, zoals die ook wordt gedemonstreerd door de Hongaarse sopraan Emöke Baráth. Zij is niet alleen een gloedvol Händel-vertolkster, maar is er tevens in geslaagd om de zo broodnodige theatersfeer meesterlijk vorm te geven, daarin met evenveel engagement bijgestaan door het instrumentaal ensemble Artaterse onder leiding van niemand minder dan Philippe Jaroussky. En omdat Jaroussky zelf een zanger is van formaat met bovendien een grote ervaring in het stemvak, laat hij zijn ensemble schijnbaar moeiteloos soepel ‘meebewegen' met de zangstem. Dit verklaart ook waarom, naast Baráths uitgelezen technisch vocabulaire en haar grote interpretatieve kwaliteiten, deze recitatieven en aria's zo kleurrijk en indringend tot gelding komen. We horen het beste uit twee werelden, volmaakt harmonieus met elkaar verenigd: sublieme vocalistiek en groots qua zeggingskracht, en een fraai daarbij aansluitend instrumentaal ensemble. Dat Jaroussky op deze cd zelf niet zingt neemt u ongetwijfeld daarom graag op de koop toe… Op één moment gaat er iets mis, bij de hobo in Lotario, de aria 'Scherza in mar la navicella', op 1:14, een seconde 'lang', meer niet, maar het had desondanks wel een correctie verdiend.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links