CD-recensie

 

© Aart van der Wal, oktober 2019

Händel: Brockes-Passion HWV 48

Robert Murray (Evangelist), Cody Quattlebaum (Jesus), Elizabeth Watts (Daughter of Zion), Gwilym Bowen (Peter), Tim Mead (Judas), Kate Symonds-Joy (John), Ruby Hughes (Faithful Soul I, Maid I). Rachael Lloyd (Faithful Soul II, Mary, A Soldier, Maid II), Nicky Spence (Faithful Soul III), Philippa Hyde (Maid III), Morgan Pearse (Faithful Soul IV, Pelate, Centurion, Calaphas), Cathy Bell (James), Orchestra & Choir of the Academy of Ancient Music o.l.v. Richard Egarr (klavecimbel)
AAM 007 • 76' + 73' + 25' • (3 cd's)
Opname: 11, 17, 18 april 2019, Henry Wood Hall, Londen; 19 april 2019, Barbican Hall, Londen

   

Händels Brockes-Passion HWV 48 gaat over – ik citeer de volledige titel - Der für die Sünden der Welt gemarterte und sterbende Jesus aus den vier Evangelisten in gebundener Rede vorgestellt. Het zeer kloeke begeleidende boekwerk met talrijke fascinerende wetenswaardigheden, verluchtigd met schitterende afbeeldingen en uiteraard de gezongen teksten in het Duits en Engels, weerspiegelt zowel het belang als de zorgvuldigheid van deze groot opgezette onderneming.

Deze nieuwe editie van Händels Brockes-Passion werd tot in de puntjes voorbereid door Leo Duarte (hij is tevens een van de hoboïsten op dit nieuwe album), daarin bijgestaan door een groot aantal wetenschappers van verschillende disciplines. Men ging duidelijk niet over een nacht ijs. Zo werden alleen al voor de correcte Duitse en Engelse spelling en voor een idiomatische uitspraak van de Duitse tekst (een zeker lastige opgave voor menige Brit, zoals ook uit deze uitvoering blijkt) drie deskundigen aangetrokken en verleenden diverse medewerkers van onder meer de British Library de nodige bijstand. Uit de sponsorlijst alleen al kan worden geconcludeerd dat het heel wat moet hebben gekost.

De exploratie van deze passiemuziek door de Academy of Ancient Music (het Britse ensemble is zo bekend dat een nadere toelichting hier volstrekt overbodig is) nam ruim twee jaar in beslag en werd op Goede Vrijdag 19 april 2019 afgesloten met als hoogtepunt de uitvoering en opname van het werk in deze fonkelnieuwe editie in het Londense Barbican. Dat was op de kop af driehonderd jaar na de eerste uitvoering van het werk in Hamburg, in de paasweek van 1719. De primaire bron voor de Londense uitvoering: zo'n vijftien manuscripten en verschenen uitgaven verspreid over acht steden in vier landen, bijeengeschraapt uit bibliotheken en archieven, met ijverige, om niet te zeggen gedreven curatoren tijdelijk in de hoofdrol.

De nieuwe editie van 2019 is in feite de meer dan waardige opvolger van de kritische editie die in 1965 verscheen. Toen al kritisch, bijna 55 jaar later echter nog kritischer dankzij de vooruitgang in het muziekwetenschappelijk onderzoek in combinatie met nieuwe bronnen die sindsdien aan het licht zijn gekomen. Daarbij werd ook de oorspronkelijke Engels vertaling (vanuit het Duits) van Charles Jennens ((1700-1773) onder de loep genomen, een taak die door Moritz Grimm met hulp van vele andere deskundigen voor zijn rekening nam.

Wie het kloeke boekwerk heeft doorgeworsteld kent zo ongeveer wel alle ‘ins & outs' van Händels Brockes-Passion (de naam is afgeleid van de door de componist gebruikte, in 1712 in Hamburg gepubliceerde tekst van de politicus en dichter Barthold Heinrich Brockes, 1680-1747), bovendien geplaatst in historisch perspectief en met een toelichting op het enorme veldwerk dat aan deze editie vooraf is gegaan. Maar wat ook treft zijn de al gememoreerde bijzonder fraaie afbeeldingen van de beide hoofdrolspelers (Händel en Brockes), van het gebruikte bronnenmateriaal (waaronder de manuscripten) en van opnamen en uitvoering. Er is ook beeldmateriaal beschikbaar op YouTube.

Brockes passietekst moet Händel alles hebben geboden wat hem tot dit grootse drama in muziek aanspoorde. Zoals Reinhard Keiser in 1712, Georg Philipp Telemann in 1716 en Johann Mattheson in 1718 voor hem, en na hem Johann Friedrich Fasch in 1723 en Gottfried Heinrich Stölzel in 1725.

Händel kende Brockes persoonlijk, was met hem bevriend geraakt tijdens zijn studententijd in de Duitse universiteitsstad Halle. We weten het niet precies, maar het lijkt erop dat Händel rond 1717 in Londen met Brockes libretto aan de slag is gegaan. Waarom de in Londen zetelende Händel uitgerekend voor een uitvoering in Hamburg zijn passiemuziek schreef heeft geen duidelijk antwoord opgeleverd, al is er wel de logische verklaring van de musicologe en historica Ruth Smith, die erop wijst dat in die tijd in Engeland geen passietraditie bestond (nog afgezien van de nogal ‘pittige' tekst van Brockes die bij de Engelsen sowieso niet in de smaak zou zijn gevallen). Dit in tegenstelling tot Duitsland, waar in de Lijdensweek wel veel passiemuzieken werden uitgevoerd.

Zoals zo vaak ontbreekt ook in dit geval het oorspronkelijke handschrift van de componist en moeten we het doen met meerdere overgeleverde afschriften, waaronder een uit 1746 daterend exemplaar dat Bach gebruikte voor de uitvoering van het werk op Goede Vrijdag van dat jaar in Leipzig. Maar ook die kopie was niet volledig en werd een paar jaar later door anderen alsnog gecompleteerd. Het grootste probleem van al die afschriften is dat ze van elkaar afwijken en dat de enige manier om daarin helderheid te verschaffen het aanboren en onderzoeken van andere bronnen is (wat dan ook een substantieel onderdeel uitmaakte van het project onder leiding van Leo Duarte).

Anders dan in de passiemuzieken van Bach, maar ook van andere Duitse componisten heeft Händel de verhalende tekst van de evangelist bescheiden gehouden, maar daarentegen die van de ‘hoofdrolspelers' in het drama er op een bijzondere, zelfs fascinerende manier uitgelicht: de recitatieven, aria's, arioso's, koralen en koren staan alle ten dienste van een afwisselend gedreven, spanningsvolle en contemplatieve verbeelding en bespiegeling van de gebeurtenissen. En zoals we ook elders bij Händel aantreffen is het onderscheid tussen oratorium en opera alleen al daardoor niet altijd scherp omlijnd. In dit geval bovendien duidelijk geholpen door Brockes tekst die niet alleen uitermate levendig is, maar op sommige punten zelfs barbaarse trekken vertoont. Wat in dit dramatisch getoonzette discours al snel duidelijk wordt is dat het Händel diepgaand heeft geïnspireerd, al staat het werk zeker niet op het niveau van bijvoorbeeld zijn 'Messiah'. Wat niet wegneemt dat de vele facetten van dit indrukwekkende drama in in deze uitermate verbeeldingsvolle en intense uitvoering naar boven worden gehaald. De fraai ingekleurde versieringen in de herhaling van de (da capo) aria's markeren bevestigen nog eens het fantasierijke karakter van deze vertolking. Egarr heeft ook veel ruimte gemaakt voor de zo noodzakelijke, gedetailleerde contrastwerking en spanningsopbouw (hoewel dat laatste soms geen geringe opgave moet zijn geweest, zoals bijvoorbeeld in het tweede deel, waar de dialoog tussen de dochter van Zion (Elizabeth Watts) en de vier ‘Faithful Souls' nogal breed wordt uitgesponnen (wat nog niet wil zeggen dat het langdradig zou zijn!). Iets soortgelijks doet zich voor in de aria ‘Brich, mein Herz, zerfliess in Tränen'.

De instrumentale bezetting is niet overdreven groot, met vier hobo's, drie fagotten, zeventien strijkers (zes violen I, vijf violen II, drie altviolen, twee celli, contrabas). Het continuo bestaat uit cello (een van de zeventien strijkers), theorbe, orgel en klavecimbel. Het vocale aandeel bestaat uit negen solisten en een koor van vijf sopranen, vijf alten, vijf tenoren en vijf bassen. De stemming is A=415Hz, Young II.

Deze Brockes-Passion is op twee cd's ondergebracht, aangevuld met een derde cd met daarop twee aanhangsels: appendix A omvat een viertal alternatieven en varianten en appendix B negentien nummers in de oorspronkelijke vertaling van Charles Jennens (1700-1773).

Zoveel is duidelijk: deze Brockes-Passion is qua voorbereiding en uitvoering met veel liefde omgeven. Er is heel veel moeite gedaan om zo dicht mogelijk bij een (al is het denkbeeldig) ideaal te komen en dat is op een belangrijk punt na ook zeker gelukt. Ondanks al het gedane voorwerk is de Duitse uitspraak niet idiomatisch genoeg. Het is een probleem dat we bij veel Engelse vocalisten en koren tegenkomen. Waarbij de een zal het als meer storend zal ervaren dan de ander.

De opnamen werden op twee verschillende locaties gemaakt. Voorafgaand aan de live-uitvoering in Barbican Hall op 19 april 2019 werd op de drie dagen daarvóór opgenomen in Henry Wood Hall. Producer Andrew Keener (een zeer bekende naam in het opnamedomein) en zijn team zullen het ongetwijfeld hachelijk hebben gevonden om alleen op die ene live-uitvoering aangewezen te zijn. De daaraan voorafgaande opnamen in de Henry Wood Hall zullen ongetwijfeld zijn gebruikt voor de onvermijdelijke correcties achteraf. Daar moet dan wel veel techniek en de exacte positionering van de medewerkenden aan te pas zijn gekomen, want als er twee zalen akoestisch van elkaar verschillen dan zijn het wel deze twee. Ook de invloed van het wel of niet aanwezige publiek laat zich in dit soort situaties altijd gelden. Het huzarenstuk heeft echter wel zijn vruchten afgeworpen, al kan men van mening verschillen over de plaatsing van sommige solisten (wat overigens in mijn beleving geen kwaliteitscriterium is, maar een kwestie van individuele beleving). Het beste alternatief is René Jacobs, die zich uiteraard baseerde op de editie van 1965. Hij koos voor een scherper gesneden benadering en de Duitse taal is bij hem ook in betere handen.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links