CD-recensie

 

© Aart van der Wal, september 2013

 

Gander: dirty angel (voor accordeon, bugel en orkest) (2010) - khul (voor strijkkwartet) (2010) - schöne worte (voor piano, viool, altviool en cello) (2007) - wegda! (voor ensemble en sopraan) (2011) - horrible dictu (voor stemmen, strijkers en trombones) (2007) - lovely monster (voor orkest 2009)

Ruth Rosenfeld (sopraan), Irvine Arditti (viool), Ralf Ehlers (altviool), Lucas Fels (cello), Krassimir Sterev (accordeon), Anders Nyqvist (bugel),
Hsin-Huei Huang (piano), Arditti Quartet, Neue Vocalsolisten Stuttgart, Ensemble Resonanz, composers slide quartet, österreichisches ensemble für neue musik o.l.v. Titus Engel, Deutsches Symphonie-Orchester Berlin o.l.v. Susanna Mälkki, ORF Radio-Symphonieorchester Wien o.l.v. Peter Eötvös

Kairos 0013272KAI • 56' •

(Live-)opname: oktober 2009, Graz Musikprotokoll; mei 2010, januari, februari en augustus 2011, Berlijn; augustus 2011, Bregenz er Festspiele

 

 

Voor Schenkt man sich Rosen aus Tirol moet men niet bij Bernhard Gander zijn. Deze in in 1969 in Lienz, Oost-Tirol, geboren componist schuwt het spookachtige en gruwelijke niet, getuige deze cd die de titel Monsters and Angels heeft meegekregen. In het uitstekend verzorgde en helder geschreven boekwerkje (in het Duits en Engels) schrijft Axel Petri-Preis onder de titel Engel sind Scheiße over min of meer lieflijke monsters en fladderende engelen naast een superheld, de bepaald niet alledaagse ingrediënten vormen voor de op deze cd vastgelegde composities. Mogelijk zal een aantal titels van deze stukken voor sommigen boekdelen spreken, want ze komen ook ook voor in de pop scene; misschien roepen ze zelfs wel een 'Aha-Erlebnis' op!

Gander groeide op in een internaat (wat op zich vaak al een ernstige aanslag betekende op de gevoelige kinderziel), waar hij zijn eerste composities schreef, in een rockband speelde en verslingerd raakte aan de sounds van een Dave Brubeck, Frank Zappa en Iannis Xenakis. Hij studeerde onder meer computermuziek aan het Zwitserse Centrum voor Computermuziek en verdiepte zich in UPIC (Unité Polyagogique Informatique CEMAMu), een door de Iannis Xenakis ontworpen rmodel voor computergestuurde muziek dat werd ontwikkeld in het CEMAMu) in Parijs. Een blauwe maandag op het conservatorium van Innsbruck leerde hem toch vooral zijn eigen weg te gaan, iets wat op een 'Musikhochschule' nu eenmaal geen voor de hand liggende stap is.

Componisten die zich tijdens hun studietijd intensief bezighielden met computermuziek, ofwel 'elektronisch geformuleerde klank', lieten dat later in hun akoestische muziek vaak niet helemaal los. Zo ook Gander, die - deze composities leggen er getuigenis van af - voortdurend werkte aan klank (wat iets geheel anders is dan ritme, melodie en harmonie), waarvoor hij allerlei verschillende technieken inzette, met aan de basis daarvan het citeren, vervreemden en monteren van het meest uiteenlopende materiaal, waarbij het overigens niet Ganders bedoeling was om uit het heterogene het homogene te smeden. Integendeel, hij deed er zelfs nog een behoorlijk schepje bovenop: zijn bijna fysiek heftige 'handwerk' als componist doet de argeloze, onvoorbereide toehoorder tot in zijn vezels sidderen. Dit is geen muziek voor de teerhartigen of voor hen die ontspanning zoeken bij weldadige klanken, maar voor ontdekkingsreizigers-in-de-leunstoel die op zoek zijn naar een klankavontuur dat fel en onstuimig genoeg is om nog lang na te sidderen. Eigenzinnigheid is troef in deze stukken, wat in dit geval best als een warme aanbeveling mag worden gezien.

De weg van de door Gustav Mahler voor het eerst in zijn Negende symfonie toegepaste collage-, montage- en citaattechniek naar die van Bernhard Ganders horrible dictu (met een 'schizofrene' partij voor de sopraan en countertenor temidden van een chaotisch woud van stemmen) of lovely monster (waarin in omgekeerde volgorde druk wordt geciteerd) is een lange geweest, met als misschien wel belangrijkste kernpunt dat het idiomatische karakter van de muzikale expressie bij Gander niet meer dan een vaag begrip is geworden. De grenzen zijn danig verlegd, waarbij de ruwe werkelijkheid in deze muziek zijn eigen, onverwisselbare vorm heeft gevonden. In lovely monster is de componist voortdurend op zoek naar 'verlossing', naar onaantastbare schoonheid, terwijl de enorme herrie afkomstig van een enorme bouwput vlakbij zijn huis hem bijna tot razernij brengt. Men ziet als het ware Gander, met oordoppen in en een hoofdtelefoon op, al componerend in zowel de woonkamer als op de wc, in een herrie die overgaat in een nieuwe gesel van deze tijd: de rap. In het derde en tevens laatste deel wordt de woede over de bouwherrie er door de piano bijna letterlijk uitgehamerd, met daarnaast lange dubbelgrepen in de strijkers, en rapfiguraties die steeds pregnanter naar de voorgrond dringen, het gehele bouwsel bijna in lichterlaaie zetten. Muziek als 'Schimpforgie', een ware scheldkanonnade die door zijn sterk oppressieve karakter bijna doet vluchten, eigenlijk niet veel anders dan die componerende bewoner van dat huis bij die bouwput. Misschien uiteindelijk meer 'Ausdruck der Empfindung als Malerei' (Beethoven), maar de boodschap wordt er niet minder goed door verstaan.

De op deze cd verzamelde stukken hebben alle iets onontkoombaars, iets dwingends dat zich lastig in woorden laat vatten. Ook als het discours stokt is er progressie, alsof het monumentum zich niet laat afremmen. Er zijn geen rake typeringen voor deze muziek, die door haar afwisselend bestemde en onbestemde gemoedstoestanden, bizarre acties en reacties, grillige klankconstructies en dicht bij elkaar gemonteerde hink-stap-sprongen precies datgene is dat zij ook pretendeert te zijn: "Engel und Scheiße," in de woorden van de componist. In gelijkmatigheid, symmetrie en schoonheid is hij niet geïnteresseerd. Al luisterend drong zich een vergelijking op met Voyage au bout de la nuit van Louis Ferdinand Céline, een boek dat uitmunt in banaliteit en zinloosheid, al ligt bij Gander de klemtoon (gelukkig!) meer bij de banaliteit. Maar net als bij Céline regent het in de muziek van Gardner van de amplificaties.

Wie deze stukken van Gander kan uitvoeren is een duvelskunstenaar. Hier, op deze cd, zijn ze allemaal verzameld, ze geven het beste van zichzelf, in de volle overtuiging dat deze muziek bij onze tijdgeest hoort en - eeuwigheidswaarde of niet - op een gewone werkdag geschreven lijkt, bestemd voor een gewone werkdag. De opnametechnici verdienen een niet minder belangrijke pluim, want zij slaagden erin deze complexe stukken een schitterend klankbeeld mee te geven, met de details volmaakt passend in het grote geheel, een afbeelding die klinkt als een klok. Wat denkt u, zouden we deze stukken ooit in onze vaderlandse concertzalen of -zaaltjes tot klinken kunnen komen? De vraag stellen is hem tegelijk beantwoorden. Nee dus! Men neme zijn toevlucht tot de cd (op Spotify en iTunes heb ik deze uitgave nog niet kunnen ontdekken).


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links