CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2024

Fux: La corona d'Arianna

Carlotta Colombo (Arianna), Monica Piccinini (Venere), Marianne Beate Kielland (Teti), Rafał Tomkiewicz (Bacco), Meili Li (Peleo), Arnold Schoenberg Choir, Zefiro Baroque Orchestra o.l.v. Alfredo Bernardini
Arcana A548 • 68' •
Live-opname: 25 t/m 28 juni 2022, Helmut List Halle, Graz

 

De keizerlijke kapelmeester Johann Joseph Fux (1660-1741) heeft op met zijn opera La corona d'Arianna behoorlijk willen uitpakken, met als voornaamste aanleiding van dit ‘festa teatrale' de verjaardag van keizerin Elisabeth Christine van Oostenrijk (1691-1750), de moeder van Maria Theresia. De première vond plaats in Wenen op 28 augustus1726, op de dag van haar verjaardag (ze werd toen 35). De solisten in die ongetwijfeld gedenkwaardige voorstelling: Marianna Lorenzani Conti (Venus), Regina Schoonians (Arianna), Anna d'Ambreville-Perroni (Thetis), Gaetano Orsini (Bacchus), Pietrino Casati (Peleus), Francesco Borosini (Asterius) en Christoph Praun (Simardo).

Fux was zeker geen dorre theoreticus, al kunnen we er niet omheen: zijn standaardwerk op dit gebied, Gradus ad Parnassum, heeft zijn compositorische kwaliteiten in de schaduw gesteld. Terwijl die kwaliteiten er wel degelijk waren, getuige ook La corona d'Arianna, waarin bombast en hoogdravendheid gepaard gaat met gloedvolle lyriek. Het kan niet anders dan dat het toenmalige keizerlijk gezelschap en de vele genodigden intens hebben genoten van dit regelrechte spektakelstuk.

Hoe staat het beeld er wat deze opera betreft vandaag de dag bij? Natuurlijk, de tijden zijn veranderd en we kunnen putten uit het enorme reservoir van onze westerse muziekgeschiedenis, in beeld, geluid en geschrift, maar dat neemt niet weg dat deze opera van Fux eerst vrij kort geleden, dus na drie eeuwen, uit een of ander stoffig archief naar boven is gehaald en alleen al daarom meer dan welkom is, terwijl deze uitvoering, zowel wat betreft de bezetting van de diverse rollen als het koor- en orkestaandeel slechts weinig echt te wensen overlaat. Als er dienaangaande vraagtekens dienen te worden geplaatst, dan uitsluitend bij de rol van countertenor Meili Li ten aanzien van uitspraak en stemtype. Dan is er de solotrompettist die het duidelijk moeilijk had in de niet eens zo virtuoze ‘voluntary', maar daarmee houdt mijn kritiek wel op. Hoewel ik mij wel afvroeg of er nu echt geen 'patch' was te vinden met het oog op de drie uitvoeringen op respectievelijk 25, 26 en 27 juni 2022 in het kader van het Styriarte Festival in Graz.

Fux schreef maar liefst negentien opera's, waarvan zes op het Styriarte Festival, met ieder jaar één opera als openingswerk in de periode 2018-2023. Achtereenvolgens Julo Ascanio re d’Alba (2018), Dafne in Iauro (2019), Gli ossequi della notte (2019), Gli ossequi della notte (2020), Pische (2021), La corona d'Arianna (2022) en Costanza e Fortezza (2023). Op verzoek van de festivalleiding was het aan de musicoloog Karl Böhmer (hij schreef ook de inleiding tot de opera in het cd-boekje) om de selectie te maken.

Misschien heeft u het aan de opnamedata van La corona al gezien: COVID-19 bleek ook in Graz een spelbreker van formaat. Geschrapt werd de voortgang van het project niet, wel noodgedwongen aangepast. Er moest, zoals overal, afstand worden bewaard en er kon daardoor veel minder publiek worden toegelaten, maar ook de opera zelf werd door allerlei ingrepen getroffen, met als uitgangspunt een stevig gecoupeerde opera, aldus geschikt gemaakt voor uitvoering tweemaal per dag om toch zoveel mogelijk publiek binnen te kunnen laten. Rollen werden ingekort of zelfs weggelaten, recitatieven geschrapt, aria's zonder da capo, enzovoort. Ruim een uur muziek is ervan overgebleven.

Maar al dat schrappen mocht uiteraard niet ten koste gaan van een vloeiende verhaallijn en het dramatische verloop. Het was opnieuw aan Böhmer om daarvoor passende oplossingen te vinden; geen benijdenswaardige taak. Of dit in voldoende mate is gelukt? Ik kan het niet goed beoordelen omdat ik de volledige opera niet ken. Dat zal toen in Graz niet anders zijn geweest, want bij publiek noch muziekkritiek was de opera volstrekt onbekend en de live-opname ervan is eerst onlangs verschenen.

Dat het, zij het door de omstandigheden gedwongen, op een gemankeerde versie is uitgelopen wordt in het boekje afgedaan met de stelling dat coupures in de achttiende en negentiende eeuw zeer gebruikelijk waren, maar eerlijk gezegd zie ik het verband tussen de - mogelijke! - ingrepen toen en nu. Al was er in juni 2022 wel een pleister op de wond: publiek en media toonden zich enthousiast over zowel het werk als de uitvoering. Dat de rollen van Orgia en Doleria, door Böhmer in hun geheel waren geschrapt (‘niet essentieel' voor de verhaallijn, aldus het boekje) zal niemand toen zijn opgevallen of hebben gemist...

De opname ligt voor ons, met als afsluitende opmerking van het productieteam: ‘And this is how we present it as a recording, confident that we have not distorted the substance, only adapted the format to the times.'


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links