CD-recensie

 

© Aart van der Wal, mei 2021

Elena Firsova - The Mandelstam Cantatas

Firsova: Forest Walks op. 36 (1987) - Earthly Life op. 31 (1984) - Before the Thunderstorm op. 70 (1994)

Ekaterina Kichigina (sopraan), Studio for New Music Moscow o.l.v. Igor Dronov
Megadisc MDC 7816 • 59' •
Opname: april & mei 2002, Radio House, Moskou

https://megadisc-classics.com

   

Anna Achmatova heeft de arrestatie van Osip Emiljevitsj Mandels(j)tam en wat daarop volgde nauwkeurig beschreven. Het biedt tevens een belangrijk sfeerbeeld.

Osip Mandelstam (foto's genomen in de beruchte Loebjanka-gevangenis in Moskou, na zijn eerste arrestatie in 1934)

Het is afgedrukt in de zestiende jaargang van het literaire tijdschrift Tirade, nrs. 173-182. Ik geef het enigszins ingekort hieronder weer:

Op 13 mei 1934 werd hij gearresteerd. […] Het arrestatiebevel was door Jagoda persoonlijk ondertekend. De huiszoeking duurde de hele nacht. Ze zochten naar gedichten en namen de manuscripten die ze uit Mandelstams hutkoffer op de grond hadden gesmeten zorgvuldig door. We zaten met zijn allen in één kamer. Het was heel stil. Door de muur klonk het geluid van een Hawaï-guitaar in het appartement van Kirsanov. Ik zag dat de officier die met het onderzoek belast was ‘De wolf' vond en het gedicht aan Osip Emiljevitsj liet zien. Deze knikte zwijgend. Bij het afscheid kuste hij mij. Hij werd om 7 uur 's ochtends weggevoerd. Het was helemaal licht. Nadja (de echtgenote van Mandelstam, AvdW) ging naar haar broer en naar de Tsjoelkovs op de Smoljenski Boulevard - we hadden afgesproken elkaar later ergens te ontmoeten. Toen we samen thuis gekomen. ruimden we het flatje op en gingen we ontbijten. Weer werd er geklopt, weer kwamen dezelfde mannen binnen en weer werd alles doorzocht. Jevgeni Jakovljevitsj Chazin zei: ‘Als ze nog een keer komen, nemen ze jullie ook mee.' Pasternak, bij wie ik die zelfde dag geweest was, ging naar Boecharin op het bureau van de Izwestia om te proberen iets voor Mandelstam te bereiken, ikzelf ging naar Enoekidze in het Kremlin. In die tijd was het bijna een wonder wanneer je als gewoon sterveling in het Kremlin doordrong. De acteur Roeslanov had dit via de secretaris van Enoekidze gearrangeerd. Enoekidze was redelijk beleefd, maar vroeg direkt: ‘Heeft hij soms het een of ander geschreven?' Door deze bemoeienissen werd de afloop versneld en was hij waarschijnlijk ook minder fataal dan hij anders geweest zou zijn. Het vonnis luidde: drie jaar in Tsjerdyn, waar Osip uit het raam van het ziekenhuis sprong omdat hij dacht dat ze hem kwamen doden (zie zijn gedicht ‘Stanza's'), waarbij hij zijn arm brak. Nadja stuurde een telegram naar het Centrale Partijcomité. Stalin gaf opdracht het vonnis te herzien en stond Mandelstam toe een ander verbanningsoord te kiezen; vervolgens belde hij op naar Pasternak. De hele geschiedenis van dit telefoongesprek dient met de grootste aandacht en voorzichtigheid te worden bekeken. De zaak wordt door de beide weduwen Nadja en Zina te boek gesteld; bovendien zijn er talloze legenden over in omloop. Een zekere Madame Triolet heeft zelfs durven schrijven (uiteraard in de tijd van de hetze tegen Pasternak) dat Boris de dood van Osip op zijn geweten zou hebben. Nadja en ik vinden allebei dat Pasternak zich prima heeft gedragen. De rest is maar al te goed bekend. Samen met Pasternak ben ik nog bij Oesiëvitsj geweest waar we mensen uit het bestuur van de Schrijversbond aantroffen en een groot aantal jonge Marxisten uit deze periode. Ik ging ook naar Pilnjak, bij wie ik Baltroesjajtis, Sjpet en S. Prokofjev sprak. De enige man die Nadja op kwam zoeken was Perets Markisj.

In deze periode sprak de ex-voorzitter van de Dichterswerkplaats, de ex-dichter Sergej Gorodjetski tijdens een openbare lezing de volgende onsterfelijke woorden: ‘Dit zijn enkele regels van Achmatova, de dichteres die partij heeft gekozen voor de contra-revolutie' - zelfs in het verslag van ‘Het Literaire Weekblad' over deze avond zijn de feitelijke woorden van de spreker in een verzachte versie weergegeven (zie ‘Het Literaire Weekblad', mei 1934). Boecharin had aan het slot van zijn brief aan Stalin geschreven: ‘Pasternak maakt zich ook bezorgd'. Stalin antwoordde dat hij instruktie had gegeven dat Mandelstam gespaard moest blijven. Hij vroeg Pasternak waarom hij niets voor Mandelstam gedaan had: ‘Als ik dichter was en een bevriende kollega van mij zou in moeilijkheden raken, dan zou ik het vuur uit mijn sloffen lopen om hem te redden.' Pasternak antwoordde dat Stalin niets van deze affaire gehoord zou hebben als hij niet tussenbeide gekomen was. ‘Waarom hebt u zich niet gericht tot mij of tot de schrijversorganisaties?' - ‘De schrijversorganisaties houden zich sinds 1927 niet meer bezig met dit soort kwesties' - ‘Maar hij is toch een persoonlijke vriend van u?' Pasternak wist niet goed wat te antwoorden en na een korte pauze vroeg Stalin verder: ‘Maar hij is toch een genie, of niet soms?' Pasternak antwoordde: ‘Dat heeft niets met de zaak te maken'. Boris Leonidovitsj verklaarde zijn aarzelende reakties later met het feit dat hij dacht dat Stalin hem uithoorde om te zien of hij op de hoogte was van het bewuste gedicht. ‘Waarom praten we maar de hele tijd over Mandelstam, er zijn zoveel andere dingen waar ik al lang eens met u over had willen spreken.' - ‘Waarover dan?' - ‘Over het leven en de dood.' Stalin hing op.

X vermeldt in zijn boek over Pasternak nog veel verbijsterender dingen over Mandelstam: hij geeft een absurde beschrijving van diens uiterlijk en van het telefoongesprek met Stalin. Het lijkt er sterk op dat alles wat hij hierover schrijft geïnspireerd is door Zinaïda Nikolajevna Pasternak die de Mandelstams haatte en hen beschouwde als een compromitterende relatie van haar ‘loyale man'. Nadja heeft nooit bij Boris Leonidovitsj aangeklopt en hem nergens om gevraagd, zoals Robert Payne suggereert. Deze verhalen zijn afkomstig van Zina, die eens de befaamde onsterfelijke woorden heeft gesproken: ‘Mijn jongens (d.w.z. haar zoons) houden in de eerste plaats van Stalin en in de tweede plaats van hun moeder.'

Twee weken later werd Nadja 's ochtends vroeg opgebeld; ze kreeg te horen dat ze als ze met haar man mee wilde gaan, naar het station van de Kazanj-spoorlijn moest gaan. Alles was voorbij. Nina Olsjevskaja en ik deden de ronde om geld in te zamelen voor het vertrek. Jelena Sergejevna Boelgakova begon te huilen en keerde haar hele portemonnee voor mij om. Nadja en ik gingen samen in een taxi naar het station. Onderweg reden we langs de Loebjanka om daar de benodigde formulieren af te halen. Het was een mooie zonnige dag. Uit ieder raam staarde ons de kakkerlakkensnor van ‘de man die de overwinning behaald had' aan. Het duurde erg lang totdat Osip arriveerde. Hij was er zo erg aan toe dat zelfs de politie er niet in slaagde hem de transportwagen in te krijgen. Mijn trein stond op het punt vanaf het station van de Leningrad-spoorlijn te vertrekken en ik wachtte zijn komst niet af. De beide broers, d.w.z. Jevgeni Jakovljevitsj Chazin en Aleksandr Emiljevitsj Mandelstam brachten mij weg en gingen daarna weer terug naar het station van de Kazanj-lijn. Pas op dat moment werd Osip binnengebracht, maar het was verboden met hem te praten. Het is erg jammer dat ik er niet meer was en dat hij me niet gezien heeft, want hierdoor ging hij in Tsjerdyn denken dat ik door de autoriteiten uit de weg was geruimd. Ze reisden onder geleide van de Poesjkin lezende ‘sympathieke knullen uit de ijzeren poort van de GPOe.”

In februari 1936 bezocht ik de Mandelstams in Voronjezj en hoorde ik alle details van zijn proces en zijn verbanning. Hij vertelde mij dat hij in vlagen van waanzin door Tsjerdyn was gelopen om te zoeken naar mijn lijk dat de soldaten na mijn terechtstelling ergens moesten hebben achtergelaten - hij bazuinde dit verhaal overal rond - en dat hij gedacht had dat de erepoorten voor de helden van de Tsjeljoeskin opgericht waren om hem te verwelkomen.

Pasternak en ik gingen naar allerlei gerechtelijke instanties om te proberen Mandelstams lot te verzachten, maar in die tijd was de terreur al begonnen en alles was vergeefs. Het is opvallend dat het gevoel van ruimte, armslag en onbelemmerde ademhaling juist in Mandelstams poëzie uit de Voronjezj-periode, toen hij absoluut niet vrij was, naar voren kwam.

In mei 1937 keerde Mandelstam terug naar Moskou, naar zijn ‘eigen' huis in de Nasjtsjokinskistraat. Eén van de twee kamers van hun appartementje werd inmiddels bewoond door een man die bij de autoriteiten kompromitterende en leugenachtige rapporten over hen indiende, en al spoedig was het voor hen onmogelijk zich nog in de flat te laten zien.

Osip kreeg geen vergunning in de hoofdstad te blijven. Ze gingen steeds vanuit Kalinin naar Moskou en bivakkeerden daar op de boulevards. Uit deze tijd dateert waarschijnlijk Osips opmerking tegen Nadja: ‘Een mens moet van beroep kunnen veranderen. Nu zijn we bedelaars' en: ‘De zomer is het beste seizoen voor bedelaars'.

Het laatste gedicht dat ik van Osip gehoord heb is ‘Zoals door de straten van Kiev, de Vi' (Fontankapaleis, 1937).

Zo leefden ze een jaar. Osip was al ernstig ziek, maar hij bleef met een onbegrijpelijke vasthoudendheid eisen dat er in het gebouw van de Schrijversbond een voordrachtsavond voor hem georganiseerd werd. Er werd zelfs een datum vastgesteld, maar kennelijk had men ‘vergeten' convocaties rond te sturen en er kwam niemand opdagen. Osip belde Asejev op om te vragen of hij kwam. Asejev zei: ‘Ik ga vanavond naar “Het sneeuwmeisje”'. Toen Mandelstam S. op straat tegenkwam en hij hem geld vroeg, gaf die hem drie roebel.

Ik zag Osip Mandelstam voor het laatst in de herfst van 1937. Osip en Nadja waren voor een paar dagen naar Leningrad gekomen. Het was een apocalyptische tijd... Iedereen leefde in het besef dat het onheil elk ogenblik kon toeslaan. De Mandelstams hadden geen geld. Ze hadden absoluut nergens onderdak. Osip haalde moeilijk adem en hapte met zijn lippen naar lucht. Ik ging naar bekenden, ik weet niet meer wie, om hen te zien. Het was als een nachtmerrie. Iemand die na mij kwam zei dat de vader van Osip Emiljevitsj (‘opa') geen winterkleren had. Osip trok de trui die hij onder zijn jasje droeg uit en liet die achter voor zijn vader. Mijn zoon zegt dat men hem bij zijn verhoor de verklaringen heeft voorgelezen die Osip Emiljevitsj over hem had afgelegd en dat ze geen enkel compromitterend woord bevatten. Hoeveel van onze tijdgenoten kunnen dat van zichzelf zeggen?

Hij werd voor de tweede keer gearresteerd op 2 mei 1938 in een rusthuis in de buurt van het station Tsjaroesti (het was de tijd van het hoogtepunt van de terreur). Mijn zoon zat toen al twee maanden in de gevangenis aan de Sjpaljernajastraat. Iedereen sprak openlijk over folteringen. Nadja kwam naar Leningrad. Ze had een onbeschrijfelijke uitdrukking in haar ogen. Ze zei: ‘Ik krijg pas weer rust als ik weet dat hij dood is.'*

Anna Achmatova

Volgens een door Mandelstam op 12 oktober 1938 ondertekend kampdocument was hij niet op 2 maar op 5 mei (1938) gearresteerd op beschuldiging van ‘contrarevolutionaire activiteiten'. Op 2 augustus volgde de veroordeling: vijf jaar dwangarbeid in de Goelag. Hij arriveerde in het doorgangskamp Vtoraja Retsjka (Tweede Rivier) bij Vladivostok, op weg naar het eindstation: Kolyma. Tijdens zijn verblijf aldaar slaagde hij er nog in om een briefje naar buiten te smokkelen waarin hij Nadja om warme kledingstukken vroeg. Ze zouden nooit aankomen.

Varlam Sjamalov heeft Osips sterven en dood beschreven in Cherry Brandy, een van de hoofdstukken uit zijn indrukwekkend onderkoelde en lijvige Berichten uit Kolyma over zijn eigen ervaringen in de Goelag. Tegen de avond van 27 december 1938 stierf de grote dichter van honger, ziekte en uitputting. Dat zijn dood pas twee dagen later officieel in het kampregister werd opgetekend kwam door een slimmigheidje: een aantal medegevangenen had het zolang verborgen weten te houden om bij de dagelijkse uitdeling alsnog Osips broodrantsoen in de wacht te kunnen slepen. 'De dode hield zijn hand op als een marionet,' aldus Sjamalov.

Wie wilde of durfde het in die tijd op te nemen tegen Stalin? Hoeveel moed was daar niet voor nodig, ook al was je of voelde je je misschien de belangrijkste dichter van je tijd? Waarom een rijk leven gevuld door versregels, essays, proza in de waagschaal stellen? Of had Mandelstam eenvoudigweg geen oog voor het altijd loerende gevaar? Dat ieder woord dat niet eerst op een goudschaaltje was gewogen de gewisse ondergang zou kunnen betekenen? Nadja leerde niet voor niets zijn gehele oeuvre uit het hoofd, wilde tot iedere prijs verhinderen dat ‘ergens' een gedicht van hem zou opduiken dat in verkeerde handen was gevallen. Terwijl hij, Osip, naïef als hij misschien was, zijn poëzie in zijn handschrift wel degelijk bij deze of gene spontaan achterliet of anders wel in bewaring gaf. Zoals dat beroemd geworden gedicht dat niets te raden laat:

Wij leven zonder onder onze voeten ons land te voelen,
Onze woorden zijn niet verder dan op tien pas te horen,
Maar waar nog een half gesprekje plaatsvindt,
Wordt de Kremlin-bewoner uit de bergen vermeld.
Zijn dikke vingers zijn vet als wormen,
En zijn woorden zijn onwrikbaar als loden gewichten,
Zijn kakkerlakkensnor lacht
En zijn beenkappen glanzen.
Hij is omgeven door een bende slankhalzige leiders
En hij maakt gebruik van de slavendiensten van halfmensen.
Zij fluiten, miauwen of janken,
Alleen hij oreert en port met zijn vinger,
Hij smeedt series decreten, als hoefijzers
Die hij mikt op je voorhoofd, je kruis of je oog.
En iedere terechtstelling is een traktatie
Voor de Osseet met de brede borstkas.

Ter wille van de luidruchtige faam van toekomstige eeuwen,
Ter wille van het verheven mensdom
Ben ik beroofd van mijn beker aan de dis der vaderen,
Van mijn levensvreugde en mijn eer.

Ik word besprongen door een wolfshond - mijn tijd,
Maar ik heb niet het bloed van een wolf;
Stop mij maar liever als een bontmuts in een mouw
Van de warme bontjas van de Siberische steppen,
Zodat ik geen lafaards hoef te zien, geen weke vuiligheid
En geen bloederige botten in het rad,
Maar lichtblauwe poolvossen, die de hele nacht
Schitteren in hun ongerepte schoonheid.
Voer mij weg naar de nacht waar de Enisej stroomt
En de sparren tot de sterren reiken,
Omdat ik niet het bloed van een wolf heb
En alleen een gelijke mij zal doden.
(Vertaling: Kees Verheul)

Het was ook Mandelstam die de nieuwe werkelijkheid schilderde van de Sovjet-Unie als een groot concentratiekamp en van een heel volk ‘dat niet leeft, maar slechts plannen uitvoert.'

Najdezjda Jakovlevna (Nadja) Mandelstam (ze was getrouwd met de dichter) beschreef de psyche van de stalinistische repressie kernachtig in haar door Van Oorschot uitgegeven tweedelige memoires (1972):

De mensen die hun 'ik' hebben verloren kan men verdelen in twee categorieën. De ene groep, waartoe ook ik behoorde, vlucht in een soort verstarring, zij leven alleen op de gedachte 'komt tijd, komt raad'. In hun binnenste verbergen zij dikwijls de waanzinnige hoop, zich er doorheen te slaan tot in een toekomst, waar zij weer zichzelf kunnen zijn, omdat alle waarden daar hersteld zullen worden in hun oude vorm. Het leven neemt bij hen de gedaante aan van een ononderbroken hoop op een soort stralende stranden, zoals er op onze planeet nooit zijn geweest of zullen zijn, en dit is het enige waar ze oog voor hebben.

De tweede categorie mensen die hun persoonlijkheid hebben verloren ziet er heel anders uit. Zij beschouwen hun 'ikje' alleen maar als een incidenteel en tijdelijk succes en zijn tot alles bereid als ze er maar een tikje genoegen uit kunnen putten: alles kan en mag om der wille van het leven - geniet maar van het leven, zo lang het lampje schijnt. Zo'n 'ik' is helemaal geen 'ik', maar alleen een vermakelijk verschijnsel, een prettige gewaarwording van de levende materie, een toeval of een truc van de blinde evolutie, die mijn lichaam heeft begiftigd met de drang naar bevrediging. Hieruit volgt, dat het instinct tot zelfbehoud boven alles gaat - red je als je kunt, met welke middelen je maar wilt. In die toevalswereld is niemand ergens verantwoordelijk voor, en al wat je doet verzinkt in de afgrond gelijk met jezelf en de periode waarin je hebt geleefd.

 
 

Osip en Nadja Mandelstam

Het grondvlak onder deze poel van ellende werd door de apparatsjiks vanuit het Kremlin kunstmatig in stand gehouden, die ogenschijnlijk onzichtbare kolos die eerst gestaag de banden tussen de mensen onderling weggroef om die dan vervolgens als los zand op de schop te nemen. De eindeloze stroom deportaties trof alle lagen van de bevolking rechtstreeks in het hart. Het ingewikkelde raderwerk dat de economie drijvende houdt en het intellectuele en artistieke bezit waarborgt, werd door middel van perfide regelgeving en ambtenarij door een eindeloze stoet 'functionarissen' vakkundig gesloopt. Koelakken werden gedwongen naar Siberische nederzettingen te verhuizen' en miljoenen anderen werden 'ergens' aan (vaak zinloos) werk gezet op plekken waar ze niemand kenden en door niemand gekend wilden worden. Wie om de een of andere reden niet kon worden gedwongen werd verleid met een niet bestaande, zonnige toekomst, een extra homp brood bij de warme kachel. Een mechanisch opgewekte stroom trok dwars door het land. Huis en haard moest worden verlaten, familie- en vriendschapsbanden werden doorgesneden, de eigen persoonlijkheid, het 'ik', werd in woord en daad door het slijk gehaald. Dit alles formeel vervat in het armzaligste soort ambtelijk proza of helemaal niet. In humanitair opzicht was dit volstrekt niet definieerbaar, maar wat deed het er toe? Het was gewoon een vaststaand feit waarmee uiteindelijk miljoenen moesten 'leven' of waardoor miljoenen ten slotte moesten sterven.

Elena Firsova

De Russische componiste Elena Olegnova Firsova (1950, Leningrad, gehuwd met de componist Dimitri Nikolajevitsj Smirnov 1948-2020) beschouwt als haar belangrijkste werken die de teksten van Mandelsstam tot onderwerp hebben. Daaronder een drietal gedichten voor sopraan en piano, zeven cantates voor solostem en (kamer)orkest en een aantal sonnetten van Petrarca in de (Russische) vertaling van Mandelstam Zelf voelt ze zich het meeste thuis bij Mandelstams vroege dichtwerk, met daarbij haar kanttekening dat zijn poëzie precies zo is geconcipieerd zoals zij graag componeert.

Op dit album drie van de zeven cantates: Boswandelingen, Het aardse leven en Voor de onweersbui, gecomponeerd in respectievelijk 1987, 1984 en 1994. De gedichten dateren uit 1909, 1910, 1911, 1920, 1930, 1931 en 1935.

De cantate voor solostem en klein ensemble is het genre waarin ze zich het liefst in beweegt. Dat heeft niet alleen geleid tot de Mandelstam-cyclus, maar ook tot die van onder anderen Poesjkin, Pasternak en Tsvetaeva. Dat haar werk ook internationaal grote erkenning geniet blijkt zowel uit de vele compositieopdrachten (onder meer van het Concertgebouworkest en het Brodsky Quartet) als uit de drie vooraanstaande uitgevershuizen die haar werk publiceren: Boosey & Hawkes in Londen, Hans Sikorski in Hamburg en G. Schirmer in New York.

Wie haar muziek in een bepaald keurslijf wil vangen komt bedrogen uit, want daarvoor weegt haar oorspronkelijkheid te zwaar door. Geen zinloos vormgegeven serialisme, geen doelloos postmodernisme, maar naar de keel grijpende schoonheid van het nieuwe en dramatische, van het expressieve en diep gelaagde. En hoewel er verschillende speeltechnieken aan te pas komen, vormen ze, evenmin als bij bijvoorbeeld Bartók, een doel op zich maar maken ze deel uit van de essentie van de uitdrukking. Dat de sopraan zich in de meest onwaarschijnlijke liggingen door de tekst en de muziek moet bewegen maakt daarvan eveneens deel uit, al wordt geen moment de indruk gewekt dat ons een gekunsteld geconstrueerd discours wordt voorgeschoteld. Ekaterina Kichigina lijkt, samen met het door Igor Dronov geleide instrumentaal ensemble, deze bijzondere muziek op het lijf geschreven te zijn.

_____________
*) Deze vertaling van Kees Verheul is gebaseerd op de Russische tekst, zoals die gepubliceerd is in Anna Achmatova: Works, deel II, Washington 1968, blz. 166-187, aangevuld met ‘Een onuitgegeven bladzijde uit de herinneringen van A.A. Achmatova aan O.E. Mandelstam', verschenen in het Parijse emigrantentijdschrift ‘Le Messager', 1969 N. 3, pp. 66-67. Het stuk is in Rusland nooit officieel uitgegeven, maar wel in vrij brede kring verspreid in de vorm van getypte kopieën.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links