CD-recensie

 

© 2003 Aart van der Wal

 

Eisler: Deutsche Symphonie op. 50.

Gisela Burkhardt (sopraan), Uta Priew (mezzosopraan), Rosemarie Lang (alt), Andreas Sommerfeld (bariton), Tomas Möwes (bas), Martin Seifert, Stefan Lisewski (spreekstem), Rundfunkchor Berlin, Rundfunk-Sinfonie-Orchester Berlin o.l.v. Max Pommer.

Berlin Classics 0093262BC • 65' •


Dit op teksten van Bertolt Brecht, Julius Bittner en de componist zelf geconcipieerde werk in 11 delen kent een lange ontstaansgeschiedenis. De eerste schetsen ontstonden in maart '35, het slotdeel werd pas in '58 gecomponeerd. Het materiaal voor het derde deel stamt uit zijn orkestsuite nr. 1 ('30). Het merendeel van dit hybride opus ontstond tijdens Eislers langdurige verblijf in Amerika in ballingschap, ver van het Europese oorlogsgeweld. In juli '35 schreef Eisler aan Brecht dat hij voor de symfonie een veelzeggend bijschrift had bedacht: 'Konzentrationslagersymphonie'. De 'Karl Marx van de toonkunst' gaf daarmee zijn protest tegen het massale lijden onder de dictatuur van de Nazi-horden muzikaal vorm. Met behulp van twaalftoonsreeksen en rechtstreekse citaten (o.a. uit de Internationale!) wordt de bij tijd en wijle brallende en tierende kolos op niets verhullende wijze opgetuigd. Schrille koperfanfares, militaire marsmuziek, een treurmars symboliseren de ingrediënten van een catastrofe, maar er is ook een heuse 'arbeiderscantate' ('Das Lied vom Klassenfeind' op tekst van Brecht). Het is allemaal uit het leven gegrepen. Het geschetste beeld krijgt individualistische contouren en mondt menigmaal uit in emotioneel kitscherige programmamuziek, omdat Eisler onverbloemd kiest voor de weergave van de rauwe werkelijkheid, daarbij uiteraard geholpen door de realistische teksten. Het universele karakter van het massale lijden raakt daardoor meer en meer op de achtergrond. De Deutsche Symphonie hamert dat afschuwelijke tijdsbeeld van toen er als het ware in, waarbij de gepresenteerde overvloed hier de vijand is van een uitgebalanceerde structuur die bijna als vanzelfsprekend daardoor ook zijn emotionele grenzen stelt. Dat in de beperking de meester wordt herkend, geldt dan ook zeker niet voor de Deutsche Symphonie. Aan de uitvoering ligt het niet. Pommer bouwt de partituur met overtuiging op, geïnspireerd terzijde gestaan door een overigens niet altijd even evenwichtig solistenteam. De koorbijdragen zijn uit graniet gehouwen, passend bij het rigide karakter van het werk. De opname is goed geschakeerd, al ligt bij hevige uitbarstingen grofkorreligheid op de loer.


index

Home  -  Introductie  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links