CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2023

Eastman: Femenine (bew. Chris McIntyre)

Talea Ensemble & Harlem Chamber Players
Kairos 0015116KAI • 72' •
Opname: 15 mei 2021, Oktaven Audio, Mount Vernon, New York

 

Hij stond bekend als componist, pianist, zanger en performancekunstenaar, maar maakte ook naam als zanger met een kleurrijke en soepele stem als volmaakte symbiose tussen diepe sonoriteit en een stralende middenstem. Geen wonder dus dat hij - ditmaal in de rol van bariton - geknipt was voor de Eight Songs for a Mad King, met het ensemble The Fires of London onder leiding van de componist, Peter Maxwell Davies, medio jaren zeventig uitgebracht op het al lang niet meer bestaande muzieklabel Unicorn-Kanchana (DKPCD9052 ).

Julius Eastman

Dat zijn composities zowel in de V.S. als in Europa nog geruime tijd in de schaduw bleven heeft in ieder geval niet aan de dirigent en componist Lukas Foss gelegen, want hij zette in de jaren zeventig werken van Eastman op de lessenaars van het Brooklyn Philharmonic Orchestra en slaagde hij erin om de componist toe te laten treden tot de Creative Associates, een speciaal op de nieuwe muziek gericht programma onder auspiciën van het Buffalo Center for the Creative and Performing Arts , deel uitmakend van SUNY, de State University of New York in Buffalo.

Daar ontmoette Eastman ook Petr Kotik, een dirigent, fluitist en componist met Tsjechische wortels. De vriendschap die daaruit volgde strekte zich ook uit tot het concertpodium, met in de eerste helft van de jaren zeventig een groot aantal gezamenlijke optredens. Met oprichter Kotik stond Eastman voorts aan de wieg van het in Brooklyn (New York City) gevestigde S.E.M. Ensemble, dat zich inmiddels al ruim een halve eeuw richt op de uitvoering van eigentijdse ‘serieuze' muziek en waarover Kotik – hij is inmiddels 81 - nog steeds de scepter zwaait.

Petr Kotik

Anders dan Kotik was Eastman geen al te lang leven beschoren. Hij werd op 27 oktober 1940 in New York City geboren en overleed op 28 mei 1990 in Buffalo, nog geen vijftig jaar oud. Bijna een kwarteeuw eerder had hij als pianist gedebuteerd in zijn geboorteplaats. Zijn muzikale bagage mag behoorlijk worden genoemd: hij studeerde zowel aan het Ithaca College als het met nog meer internationale prestige omgeven Curtis Institute of Music in Philadelphia. Aan het Curtis kreeg hij les van niemand minder dan Mieczyslaw Horszowski, de Pools-Amerikaanse pianist die kan bogen op een van de langste carrières in de uitvoering van klassieke muziek. Compositie studeerde hij bij Constant Vauclain. In 1963 voltooide Eastman er zijn opleiding.

Dat Eastman over grote pianistische kwaliteiten beschikte blijkt wel uit een in 1974 in Albany gemaakte opname, die hij maakte samen met het S.E.M. Ensemble. Noemenswaard zijn ook de vier composities die rond die tijd ontstonden met titels als Joy Boy, Femenine, Masculine en That Boy, waarmee de componist tevens geducht afstand neemt van wat toen in de meeste kringen gebruikelijk was: de normatieve geslachtscategorisatie . In Femenine (1974) domineert voorts een menigmaal explosief mengsel van pure improvisatie en twee lijnen die het gehele stuk door onveranderd blijven, toebedeeld aan vibrafoon en - heel bijzonder - sleebelletjes.

Eastman was wat we nu met ‘binair' aanduiden, ‘zij' en ‘hij' tegelijk. Dat komt ook in Femenine tot uitdrukking. De door de componist gegeven titel wijkt doelbewust af van het meer gebruikelijke ‘feminine': want de ‘i' is hier vervangen door de ‘e', waardoor ‘min' de betekenis' van ‘men' (mannen) krijgt aangemeten. Een ambigue toestand dus.

Afgezien van de genderproblematiek en de vele theorieën die daarmee in verband kunnen worden gebracht dient het uiteraard de muziek zelf te zijn die bij de toehoorder wel of niet een gevoelige snaar weet te raken. Dat is immers het doel van alle muziek: expressie naar vorm en inhoud in een (hopelijk) rechtstreekse dialoog met de luisteraar. Waarbij de partituur (gelukkig!) niet alles kan ‘vertellen', en al helemaal niet als improvisatie een aanzienlijk deel van het discours uitmaakt. Wat in Femenine zeker het geval is, met als aanvullende elementen de door het minimalisme aangezwengelde vervreemding in een tableau dat zowel volkomen onverwachte verandering als herhaling kent. Het idee ook van het zich creatief (niet laten) vastleggen op historisch verankerde patronen zonder die evenwel buiten beschouwing te laten.

We zien het terug in Eastmans bijdrage van mei 1979 The Composer as Weakling, gepubliceerd in het muziektijdschrift EAR:

‘The composer is therefore enjoined to accomplish the following: she (sic!) must establish himself (sic!) as a major instrumentalist, he (sic!) must not wait upon a descending being, and she (sic!) must become an interpreter, not only of her (sic!) own music and career, but also the music of her (sic!) contemporaries, and give a fresh new view of the known and unknown classics.'

In de woorden van de muziekwetenschappers Ellie M. Hisama en Isaac Jean-François:

‘He (Eastman, AvdW) was an inventor and sculptor, reminiscent of Jean Tinguely and Harry Bertoia. The score ( Femenine , AvdW) takes on the texture of a sound sculpture. Clanging, noisy, joyful, and playful in turn, the sculpture emerges from these primary elements, moulding and pressing, jiggering and jolleying, through a linear flow of sound and insistent chordal punctuations. The continuous hum of the prime motive as a bed of sound against the softness of the texture and the fierceness of the accented major triads take flight into a dreamscape, making possible new ways of listening, knowing, and being.'

‘Making possible new ways of listening', organisch en experimenteel, wordt op dit album meesterlijk gerealiseerd door het Talea Ensemble (klarinet, piano, contrabas, synthesizer, slagwerk) en de Harlem Chamber Players (fluit, klarinet, twee violen, altviool) in dit bijzonder geslaagde arrangement van Chris McIntyre (tevens de man achter de synthesizer).

_______________
Zie ook: Performing the Music of Jules Eastman.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links