CD-recensie

 

© Aart van der Wal, december 2019

Dvorák: Strijkkwartet nr. 12 in F, op. 96 (American)

Puccini: Crisantemi

Debussy: Strijkkwartet op. 10

Quatuor Varèse: François Galichet, Julie Gehan Rodriguez, Sylvain Séailles, Thomas Ravez
NoMadMusic NMM068 • 59' •
Opname: oktober 2018, Conservatorium, Reims (F)

   

De logica van de programmaopbouw ontgaat me en in de toelichting wordt het evenmin plausibel gemaakt. Er wordt alleen in nogal vage termen opgemerkt dat sprake is van een 'denkbeeldige dialoog' tussen Puccini, Debussy en Dvorák, in dit geval gecreëerd door het Quatuor Varèse en ingegeven door het feit dat aan het begin van de twintigste eeuw op het Europese continent sprake was van paden die elkaar kruisten en de vernieuwing allerwegen om zich heen greep.

Voor mij kwam het neer op de onmogelijke overgang van Dvoráks twaalfde strijkkwartet naar het (enige) strijkkwartet (1893) van Debussy, met het tussenligende 'Crisantemi' van Puccini als net zo'n vreemde eend in de bijt . Programmatische logica die alleen bijeen wordt gehouden door het weinig zeggende jaartal 1893. Verder is het gebaseerd op slechts loze woorden waarmee het lijkt te worden afgedwongen, al biedt zo'n merkwaardige redenering wel de mogelijkheid om van alles en nog wat met elkaar te verknopen.

Ja, het twaalfde kwartet (het kreeg niet voor niets later de bijnaam 'American' mee) van Dvorák ontstond in 1893, maar so what? Plaats van handeling: New York (niet Praag, niet Europa), waar de Tsjech in september 1892 met zijn familie was neergestreken met zijn benoeming tot directeur van het National Conservatory of Music of America op zak. Hij keerde in april 1895 weer naar Praag terug. Het toenmalige woonhuis in New York is er nog steeds, zij het in privé-bezit, een luxe vijfkamerappartement op 327 East 17th Street, op een steenworp afstand van Stuyvesant Square Park.

Puccini's Crisantemi was wat dit album betreft misschien bedoeld als brugfunctie? Als het zo is, is het evenmin geslaagd. Hij schreef de korte elegie (na zo'n zes tot zeven minuten is het alweer voorbij) in 1890 (dus niet in 1893) naar aanleiding van de onverwachte dood van een goede vriend: Amadeo di Savoia, hertog van Aosta, een jonge prins met veel ambities die was voorbestemd om na de revolutie van 1868 de troon van de koning van Spanje te beklimmen, maar wiens bewind al in 1873 bezweek onder de maar niet aflatende onrust en daardoor maatschappelijke ontwrichting, nog afgezien van de vele moorddreigingen aan zijn adres door niets ontziende anarchisten. Hij trok zich, tot op het bot vernederd, terug in Turijn, waar hij op 44-jarige leeftijd overleed. Van die vriendschap tussen Puccini en Savoia weten we overigens weinig, maar de in slechts één nacht gecomponeerde elegie (op basis van twee eenvoudige melodische ingevingen in cis-klein: sparen ervan zijn ook terug te vinden in de opera Manon Lescaut) maakt wel duidelijk dat diens dood de componist zeker moet hebben aangegrepen. Het stuk werd geschreven voor strijkkwartet, maar er is ook een orkestversie van vervaardigd (Riccardo Chailly maakte er voor Decca met het Radio-Symphonie-Orchester Berlin in 1983 een mooie opname van, zoals later ook Antonio Pappano voor Warner).

Toch nog even terug naar het programma. Sterke contrasten zijn prima, maar doe het dan op een intelligente manier en niet zoals op dit album (jammer dat het boek 'Klinkende alchemie' van Maarten Brandt niet in het Frans verkrijgbaar is...) Wat mij betreft is de beste weg om de drie werken geheel los van elkaar te genieten, terwijl dit laatste uiteraard het meest belangrijk is: de uitvoering komt op de eerste, de programmasamenstelling op de tweede plaats.

Het Franse Quatuor Varèse, vernoemd naar de Frans-Amerikaanse componist Edgar(d) Varèse (1883-1965), werd in 2006 opgericht door vier studenten aan het conservatorium van Lyon. Het wordt allemaal uitgelegd op de website van het ensemble, met inbegrip van de namen van de vele vooraanstaande docenten die het viertal in het domein van het strijkkwartet hebben begeleid. Dat geldt ook voor de vele prijzen die het kwartet ten deel is gevallen. Al moet het bewijs van eigen kunnen altijd weer in de uiterst weerbarstige muziekpraktijk van alledag worden bewezen. Nog afgezien van het sociale aspect: de intensieve en langdurige omgang met elkaar, met de spanningen die dit vaak met zich mee brengt. Geen wonder dat menig ensemble op den duur uit elkaar valt of dat sprake is van 'personeelswisselingen'.

Het Varèse demonstreert zeer geacheveerd spel en weet ook stilistisch van wanten, maar dat maakt deze uitvoeringen nog niet echt bijzonder. Het viertal heeft de kunst goed geleerd, maar bijzondere vergezichten worden er niet door geopend, anders dan die we van zoveel andere opnamen al kennen (aan een zeer uitgebreide discografie kleven wat dit betreft zowel voor- als nadelen). Je zou ook kunnen zeggen dat het Varèse zijn naam bepaald geen eer aandoet, want het was toch uitgerekend de componist Varèse die op de bres stond voor nieuwe ontwikkelingen in de toonkunst. De leden van het kwartet zijn nog jong en hadden de mogelijkheid te baat kunnen nemen om met een, de filosofie van Varèse daarbij in gedachten, vooruitstrevend programma te komen. Een programma bovendien dat niet uit een ratjetoe bestaat, maar met zorg en verstand van zaken samengesteld. Het heeft niet zo mogen zijn.


index

Home  -  Actueel  -  Audio  -  Muziek  -  Video  -  Boeken  -  Links